Home

Het idee van vooruitgang is normatief geworden: gij zult geloven dat het beter wordt

is bestuurssocioloog aan de Erasmus Universiteit en columnist van de Volkskrant.

Het nieuwe jaar is begonnen en ‘de beste wensen’ zijn weer uitgedeeld. Want wie koestert niet de hoop op betere tijden?

Nu is hoop op verbetering en vooruitgang van alle tijden, maar vooral in wetenschap, politiek en bedrijfsleven struikel je tegenwoordig over vooruitgangsfundamentalisten. Zo maakt volgens natuurkundige Robbert Dijkgraaf ‘vooruitgang onze samenleving rechtvaardiger en inclusiever’ en zijn filosofen ervan overtuigd dat vooruitgang bestaat. Ook voerde GroenLinks-PvdA campagne met ‘Samen Vooruit!’ en zijn twee Vlaams-socialistische partijen recent opgegaan in ‘Vooruit’. Ook de VVD spreekt over het belang dat mensen ‘vooruitgaan’, terwijl zelfs FvD stelt dat ‘vooruitgang de weg vooruit moet zijn’.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Daarnaast moeten we volgens het recente rapport-Wennink over de economie ‘vooral vooruitgang boeken’ en stelt werkgeversorganisatie VNO-NCW West dat er ‘zonder ondernemers geen vooruitgang’ is. Met andere woorden: in zowel bedrijfsleven, politiek als wetenschap is vooruitgang wenselijk en vooral noodzakelijk. De belofte op verbetering is vooral ook een normatief uitgangspunt geworden: gij zult geloven dat het beter wordt.

Die overtuiging is een bij uitstek modern geloof zoals de Duitse socioloog Andreas Reckwitz overtuigend stelt in zijn nieuwe boek over verlies. En dat moderne vooruitgangsgeloof is vooral gericht op nieuws wat komen gaat. Als gevolg daarvan is er een overwaardering voor de toekomst en alles wat als ‘jong’ en ‘nieuw’ wordt gezien. Dat gaat tegelijkertijd gepaard met een onderwaardering van het verleden en zaken die als ‘oud’ worden gezien, of zoals auteur Mensje van Keulen vorige week in de Volkskrant stelde, van degenen die ‘oudjes worden genoemd, dor hout, een last voor de zorg, en over wie verwijtend wordt beweerd dat ze te ruim wonen en rijk zijn’.

Echter, die fixatie op nieuws en de toekomst is allesbehalve vanzelfsprekend. Zo blijkt uit SCP-onderzoek dat de meeste Nederlanders (59 procent) niet langer geloven dat hun kinderen het beter zullen hebben dan zij. En ‘sinds 2008 zien we steeds hetzelfde beeld. Het was beter en het wordt slechter’, aldus het SCP, ook bekend als ‘met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht’. Het enige goede dat we nog menen te verwachten is individuele verbetering, door scholing, werk of medicatie. Tegen een achtergrond van collectieve ellende meent men zelf nog individueel volop te kunnen floreren.

Maar als er alleen individuele verbetering wordt verwacht die collectief uitblijft, organiseren we de eigen teleurstelling. Dat creëert een pijnlijke discrepantie, want individuele verbetering kan nauwelijks worden gerealiseerd als die verbetering collectief wordt bedreigd (zoals door oorlog, crisis of klimaatverandering). Dat zorgt uiteindelijk vooral voor ‘verliesvermeerdering’, stelt Reckwitz.

Daardoor zijn velen inmiddels toekomst-sceptisch, aangezien die toekomst niet langer een verwachtingsvol referentiepunt is voor iets collectief goeds of beters. En juist die ‘tegenspraak tussen vooruitgangsbelofte en verlieservaringen is voor de moderniteit potentieel explosief’, aldus Reckwitz.

Het werpt licht op zoiets als een ‘afgehaakt Nederland’, op burgers die zich afkeren van nieuwste wetenschappelijke inzichten, zoals rondom vaccinaties. Die niets meer verwachten van politiek en bestuur en zich ‘soeverein’ verklaren. Die als ze al stemmen, vooral stemmen op ‘politieke verliesondernemers’. Die tegen beter weten in ‘hard werken’ maar weinig te verwachten hebben van loonarbeid bij de groeiende vermogenskloof, stijgende inflatie of onbereikbaarheid van een betaalbare woning in Nederland.

En ondanks dat toekomstverlies, blijven wetenschappers, ondernemers en politici beweren dat het morgen beter wordt. Dat kan een verklaring vormen voor de huidige sociale tegenstellingen, onze algehele negativiteit en waarom niet toevallig, juist wetenschappers (RIVM), bedrijfsleven (WEF) en democratische politiek (‘nepparlement’) worden gewantrouwd.

Zodoende is er alle reden voor vooruitgangsfundamentalisten, van links tot rechts, om na te gaan hoe legitiem dat geloof nog is. Omdat de aantrekkingskracht van die belofte collectief lijkt te zijn uitgewerkt. Want moderniteit brengt niet alleen vooruitgang, ze produceert ook verlies. Alleen zijn vooral progressieven gefixeerd op het eerste, terwijl ze het tweede overlaten aan dubieuze woedewoekeraars en verliesondernemers. Terwijl in onze omgang met verlies een belangrijke politieke opdracht ligt. Dat lijkt me nog eens een beste wens, of op z’n minst een goed voornemen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next