Bijna 12.000 huurders van corporatiewoningen blijken zelf ook een of meer koopwoningen te hebben. Volgens het CPB gaat het in zo’n 10.000 gevallen mis. Deze mensen wonen in een sociale huurwoning terwijl ze hun eigen huis verhuren om extra geld te verdienen. Dat druist in tegen het doel van corporaties, die sociale huur juist reserveren voor mensen die geen andere optie hebben.
Het CPB ziet ook zo’n 2.000 situaties waarin het bezit van een extra woning wél te verklaren is. Dat speelt bijvoorbeeld bij een scheiding of een overlijden, waardoor iemand tijdelijk een woning ernaast heeft zonder dat er sprake is van misbruik. Deze groep vormt volgens het CPB geen probleem.
In de problematische gevallen blijkt een deel van de huurders zelfs meerdere woningen te bezitten. Ongeveer een op de tien heeft meer dan één koophuis, en een kleine groep bezit er meer dan tien. Sommige mensen gebruiken hun tweede woning om familie onder te brengen of verblijven er zelf regelmatig. Ook dat schuurt volgens het CPB met de taak van corporaties.
Een ander opvallend punt is dat veel van deze huiseigenaren helemaal niet binnen de inkomensgrenzen van sociale huur vallen. Meer dan de helft verdient meer dan mensen die wél recht hebben op een sociale huurwoning. Gemiddeld ligt hun inkomen ruim 76 procent hoger dan dat van andere corporatiehuurders.
Volgens het CPB wonen deze eigenaren bovendien vaak in betere corporatiewoningen dan de gemiddelde sociale huurder. Hierdoor raken woningen die bedoeld zijn voor lagere inkomens bezet door mensen die zich eigenlijk prima op de markt kunnen redden. Dat maakt de druk op de toch al krappe sociale sector nog groter.
Source: Fok frontpage