Home

Afrikaanse landen willen de veiligheid van medicijnen waarborgen op het hele continent

Gezondheidszorg In Afrika is de toegang tot veilige geneesmiddelen lang niet vanzelfsprekend. De nieuwe Afrikaanse Medicijnautoriteit moet daarin verbetering brengen, „een logische volgende stap in het dekolonisatieproces”.

Sabine Adeline Fanta Yadang, een neurowetenschapper uit Kameroen, is aan het werk in een laboratorium van een instituut voor geneesmiddelenonderzoek in de hoofdstad Yaoundé.

Ze zal wel niet goed geluisterd hebben naar het doktersadvies, denkt arts Emmanuel Sosi in eerste instantie. Voor hem zit de 56-jarige patiënte die een paar dagen geleden met een extreem hoge bloedsuikerspiegel binnenkwam, in de kleine eilandkliniek in het westen van Kenia, pal naast een strandje waar vissers ’s ochtends vroeg hun buit uit hun houten sloepen tillen. Nadat Sosi het suiker in haar bloed met een insuline-infuus naar een normaal niveau had gebracht, stuurde hij haar naar huis met diabetespillen van een Indiase fabrikant en een streng dieet. Sindsdien checkt hij haar suikerspiegel elke ochtend, nog voor achten, voordat haar ontbijt er invloed op heeft. Maar omlaag gaat-ie niet. Zelfs niet nadat Sosi de dosis van de diabetespillen heeft verhoogd.

Sosi besluit het anders aan te pakken. Hij schrijft dezelfde medicijnen voor, maar van een andere fabrikant – en drie keer zo duur. „En ja hoor, opeens had ze een keurige bloedsuikerspiegel”, vertelt hij via de telefoon. Sosi en zijn collega’s bekeken daarop alle diabetespatiënten in hun bestand. Dat waren er veertien, van wie er elf een instabiele bloedsuikerspiegel hielden na het gebruik van de diabetesmedicijnen van de Indiase fabrikant. „Ik wantrouwde de patiënt, maar het waren de pillen die ik niet had moeten vertrouwen.”

Een op de tien medicijnen in lage- en middeninkomenslanden is nep of ondermaats, schat de Wereldgezondheidsorganisatie. In sommige Afrikaanse landen geldt dat zelfs voor bijna een kwart van de geneesmiddelen. De WHO rekende uit dat alleen al door slechte antibiotica voor het behandelen van longontsteking waarschijnlijk zo’n 72.000 kinderen per jaar extra overlijden.

Soms is te weinig van de werkzame stof toegevoegd – per ongeluk, of expres, omdat dat goedkoper is. Zo bleek in Zambia bijvoorbeeld dat een bepaald narcosemiddel van een Indiase fabrikant gemiddeld slechts de helft van de aangegeven hoeveelheid van het verdovende middel propofol bevatte. In andere gevallen worden zelfs stoffen toegevoegd die schadelijk kunnen zijn. The Lancet publiceerde acht jaar geleden een artikel over zeker duizend Congolezen die symptomen van hersenvliesontsteking vertoonden, na gebruik van het kalmeringsmiddel diazepam. In werkelijkheid bleek het om tabletten te gaan met een veel te hoge concentratie van de stof haloperidol, die gebruikt wordt om wanen en psychoses te behandelen. Tussen 2022 en 2023 overleden meer dan driehonderd kinderen op verschillende continenten door het drinken van hoestsiroop waar giftige antivries- en oplosmiddelen in zaten, wat tot acuut nierfalen leidde.

Het is onderdeel van de problemen die de recent gelanceerde Afrikaanse Medicijnautoriteit (AMA) moet zien te voorkomen. Dit Afrikaanse equivalent van de Europese Medicijnautoriteit (EMA) moet over het hele Afrikaanse continent de kwaliteit van, en toegang tot, medicijnen waarborgen. Inmiddels hebben 29 Afrikaanse landen het verdrag geratificeerd. Met een hoofdkantoor in de Rwandese hoofdstad Kigali en de benoeming van Delese Mimi Darko als directeur – die hiervoor het eerste vrouwelijke hoofd was van de Ghanese voedsel- en medicijnautoriteit – kan de AMA nu officieel van start.

Zelf verantwoordelijk worden

„Hoewel de organisatie haar eerste succes nog moet behalen, is het echt een big deal dat er consensus bestaat onder zoveel Afrikaanse regeringen over de noodzaak hiervan, en dat dit nu realiteit gaat worden”, zegt Fatima Suleman, hoogleraar gezondheids­wetenschappen aan de KwaZulu-Natal universiteit in Zuid-Afrika, en deskundige op het gebied van toegang tot medicijnen.

De AMA moet geneesmiddelen helpen beoordelen op veiligheid, voor het hele continent. Het moet kwaliteits­standaarden opstellen die voor alle landen gelden, en gezamenlijke inspecties organiseren. Landen bepalen nog steeds zelf of ze een geneesmiddel op de markt brengen.

Nu worden medicijnen goedgekeurd door afzonderlijke nationale medicijnautoriteiten, die in veel Afrikaanse landen nog niet aan de WHO-standaarden voldoen. Nationale instanties kunnen soms varen op voorselectie door de WHO, maar die bestaat slechts voor een klein deel van alle essentiële geneesmiddelen. Sommige landen, zoals Ghana en Tanzania, zijn goed in het weren en opsporen van medicijnen van slechte kwaliteit. Andere landen lukt dat minder goed, omdat het geld, het personeel, de technologie of de politieke wil ontbreken. De AMA moet ervoor zorgen dat Afrikaanse landen hun werkwijzen en kennis uitwisselen.

De AMA gaat ook over autonomie, zegt Raffaella Ravinetto, hoogleraar farmaceutische volksgezondheid aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen. De AMA is de tweede continentbrede gezondheidsorganisatie van de Afrikaanse Unie (na het Afrikaanse Centrum voor Ziektebestrijding), en „een logische volgende stap in het dekolonisatieproces op het gebied van gezondheid”, vindt Ravinetto. „Het belangrijke doel is dat Afrika op de lange termijn zelf verantwoordelijk is voor de eigen gezondheidsveiligheid.”

De AMA wil voor elkaar krijgen dat meer onderzoek in Afrika zal worden gedaan en meer medicijnen lokaal zullen worden geproduceerd, maar ook dat die geneesmiddelen beter zijn afgestemd op Afrikaanse populaties en op ziektes die veel op het Afrikaanse continent voorkomen.

Medicijnen voor patiënten met hiv/aids bij een centrum in Kampala, Oeganda. Het centrum is getroffen door het wegvallen van financiële steun vanuit de Verenigde Staten.

Gebrek aan klinische studies

Afrika is het continent met de grootste genetische variëteit wereldwijd, maar die diversiteit wordt amper gerepresenteerd in genetische datasets – waar voornamelijk Europeanen in voorkomen – of klinische studies. Iets meer dan 1 procent van de klinische studies die voorafgaan aan medicijnontwikkeling wordt op het Afrikaanse continent uitgevoerd. Daardoor zijn medicijnen op de Afrikaanse markt daar vaak niet getest.

„Klinische studies moeten beoordelen hoe medicijnen werken in een specifieke populatie en binnen een specifiek gezondheidssysteem”, zegt Ravinetto. „Anders wordt te weinig rekening gehouden met hoe Afrikaanse patiënten reageren op medicijnen.” Zo zorgde Efavirenz, tot 2018 het standaard medicijn tegen hiv, bij patiënten uit Zimbabwe en Botswana met bepaalde genetische varianten voor bijwerkingen als hoofdpijn, slapeloosheid en hallucinaties.

De AMA wil extra aandacht besteden aan ziektes die voornamelijk op het Afrikaanse continent voorkomen, zoals malaria, sikkelcelziekte en ebola. Nu wordt daar relatief weinig onderzoek naar gedaan, omdat de farmaceutische industrie zich voornamelijk richt op hogeinkomenslanden waar veel winst valt te behalen met een gepatenteerd geneesmiddel. Ebola is daar een goed voorbeeld van, zegt Ravinetto: „De eerste uitbraak vond plaats in 1976, maar pas tijdens de uitbraak zo’n 40 jaar later werd echt geïnvesteerd in onderzoek, toen de vrees bestond dat de ziekte zich buiten Afrika zou verspreiden.”

PubMed, de grootste databank voor medische studies, bevat over de afgelopen vijf jaar meer dan vier keer zoveel onderzoeken naar multiple sclerose (een deels erfelijke aandoening die voornamelijk voorkomt in westerse landen) dan naar sikkelcelziekte (een erfelijke vorm van bloedarmoede die voornamelijk in Afrikaanse landen voorkomt), terwijl aan sikkelcelziekte jaarlijks honderdduizenden mensen meer overlijden, onder wie kinderen.

Lokale productie van vaccins

Van de nieuwe geneesmiddelen die de laatste vijf jaar op de markt kwamen, staat 43 procent in geen enkel Afrikaans land geregistreerd. Doordat fabrikanten hun middelen liever registreren in hoge­inkomens­landen, en door onvoldoende financiering door overheden, is toegang tot medicijnen een groot probleem in lage- en midden­inkomens­landen. Veel innovatieve medicijnen, zoals tegen kanker, zijn überhaupt niet beschikbaar, of te duur.

Het is dan ook niet verrassend dat boven aan de doelenlijst van de AMA staat dat het wil bijdragen aan een grotere lokale productie van medicijnen. Nu importeren Afrikaanse landen meer dan 70 procent van hun medicijnen en zelfs 99 procent van de vaccins. Fabrikanten die in Afrika willen produceren, kunnen nu aanlopen tegen langzame toelatingsprocedures, regels die per land verschillen of een gebrek aan medische infrastructuur en fabrieken in sommige landen. Het is een mythe dat Afrikaanse fabrikanten niet competitief zouden zijn, zei topmanager Stavros Nicolaou van de grootste Afrikaanse medicijnfabrikant Aspen Pharmacare in oktober op een conferentie, „maar het is onacceptabel dat Afrikaanse fabrikanten een zes jaar durend keuringsproces moeten doorlopen voordat ze de markt op mogen”.

Daar wil de Afrikaanse Unie verandering in brengen: in 2040 moet meer dan de helft van de vaccins in Afrika worden geproduceerd. Met een belangrijke rol voor de AMA, die het hele proces moet stroomlijnen. „Als nieuwe medicijnen regionaal worden geregistreerd in plaats van nationaal, hoeven farmaceutische bedrijven niet meer in elk land opnieuw lang te wachten op goedkeuring”, zegt Suleman. Bovendien zal een fabrikant dan verzekerd zijn van een grote afzetmarkt, op het hele continent, voegt Ravinetto daaraan toe. „Een bedrijf kan dan grotere hoeveelheden produceren en dus een betere prijs bieden met behoud van dezelfde kwaliteit, waardoor geconcurreerd kan worden met bijvoorbeeld Indiase fabrikanten.”

Corona maakte de situatie urgent

Sinds 2009 wordt binnen de Afrikaanse Unie gesproken over de oprichting van een instantie die toezicht moet houden op geneesmiddelen. Het lijkt misschien alsof het lang heeft geduurd tot de AMA werd opgericht, zeker aangezien de Europese variant EMA al dertig jaar bestaat, maar eigenlijk ging het juist relatief snel, vindt Ravinetto. De eerste gesprekken over een Europese autoriteit begonnen dertig jaar vóór de officiële oprichting. Bovendien, tot de Afrikaanse Unie behoren 55 landen, in de Europese Unie zitten er 27. „En er zijn grotere verschillen tussen landen in hoe sterk hun huidige geneesmiddelen­regulering is”, zegt Ravinetto. „Het is knap lastig om zoveel landen op één lijn te krijgen.”

Nu hebben 29 van de 55 landen het verdrag geratificeerd. Steun van zoveel mogelijk landen is een voorwaarde voor het succes van de AMA, ook financieel gezien. Het geld voor de oprichting kwam tot nu toe voornamelijk van internationale donoren, zoals de Europese Medicijnautoriteit en de Bill & Melinda Gates Foundation. Maar in de toekomst moet het agentschap betaald worden door de lidstaten van de Afrikaanse Unie, die een jaarlijkse bijdrage zullen leveren.

De coronapandemie heeft de oprichting van de AMA urgenter gemaakt voor Afrikaanse landen, denkt Suleman. Toen werd pijnlijk duidelijk hoe ongelijk de toegang tot medicijnen wereldwijd verdeeld is. Westerse landen kochten massaal coronavaccins in, terwijl er in Afrikaanse landen een enorm tekort was. De ontmanteling van USAID, het Amerikaanse agentschap voor buitenlandse hulp, met onder meer medicijntekorten als gevolg, was een extra wake-upcall. Suleman: „Afrikaanse leiders zijn meer vastberaden geworden om zelf te zorgen voor duurzame gezondheidszorg op het continent, zonder afhankelijk te zijn van andere landen.”

Een hiv-patiënt met medicatie in de Keniase stad Kisumu.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Source: NRC

Previous

Next