is columnist voor de Volkskrant
Ik ben dol op het toevallige boek. Het boek dat je zomaar toevalt, en dan goed bevalt. Daarom kijk ik graag in de kastjes met de door gasten achtergelaten boeken in hotels en op campings. Die boeken zijn uitgelezen door iemand op vakantie, daar is van genoten, en nu zijn ze, als je dat wil, van jou. Let op: de boeken in van die kastjes op straat beschouw ik niet zo: dat zijn vaak met afschuw weggegooide boeken, in het genre Handboek Rioolaanleggen 1982.
Het toevallige boek dat me nu toeviel was Reizen is onzin van Frank Heinen. Ik had het weliswaar zelf gekocht, al in de zomer, maar niet voor mezelf, maar voor mijn zoon. Ik hoopte dat hij het zou lezen. Dat deed hij niet. Nu pakte ik het zelf uit de kast, begon er zomaar in, en las. En las. En las. En lachte vaak hardop.
Als je Reizen is onzin samenvat, is het: Frank Heinen gaat met zijn vriendin, die hij dr. Pomsky noemt, op fietsvakanties. Keer op keer. Naar Italië. Door Frankrijk, door Duitsland. ‘Het lijkt wel alsof de mainstreammedia bewust verzwijgen hoe mooi Duitsland is.’ Halverwege het boek komt er ineens een ambitieuze reis: China.
Heinen heeft het bijna alleen maar over hotels, hoteleigenaars, eten en, bijvoorbeeld, een man die naast hem komt fietsen en niet af te schudden is: zo’n man ‘die in iedereen die zijn pad kruist een illegale dumpplek voor zijn eigen observaties vermoedt’. Elke fietsreis kijkt Heinen in een hotelkamer ‘een ellenlange documentaire’ over een ster die hem niet erg interesseert, zoals Whitney Houston, waaruit hij concludeert dat ze meestal tragische levens hebben door ‘kwalijke invloeden uit hun entourage’.
Dit soort inzichten verwacht je niet uit een boek over fietsen, en dat is precies wat dit boek over fietsen heerlijk maakt. Het gaat nooit over afzien, of derailleren, of hellinggraden, of hoe dat allemaal ook heet. Als Frank Heinen en dr. Pomsky in Beijing de Verboden Stad bezoeken, raken ze vooral doodmoe en geïrriteerd, iets wat ik me ook heel erg herinner van de Verboden Stad. ‘Bij het eerste paleis gaan we er nog helemaal voor. We bestuderen iedere eeuwenoude deurpost alsof ons leven ervan afhangt en bewonderen de kleuren. Onervaren museumbezoekers gaan ook zo te werk: alle concentratie gaat op aan de potscherven en de pijlpunten in de eerste ruimte, de wandkleden in zaal drie loop je al wat sneller voorbij en de Caravaggio’s aan het eind sla je kokhalzend over.’
Vlak daarvoor hebben ze nog een godsvermogen moeten betalen in een theesalon die ‘Rose Tea’ schenkt, voor twee koppen heet water met rozenknopjes.
Dit is exact wat een reisboek moet zijn: tegenslagen, geklaag, oplichterij, moeheid, meligheid, een tik in je achterwiel en inzichten over Whitney Houston. Een toevallig boek over toeval.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant