Home

Robert Doisneau was veel meer dan ‘die kusfotograaf’, zo laat de tentoonstelling ‘Gegeven momenten’ zien

Robert Doisneau werd beroemd met de foto van een kussend stel in Parijs. Maar hem daartoe herleiden is onterecht. Een groot retrospectief in Luik toont zijn verrassend veelzijdige oeuvre. En zijn befaamde kusfoto? Die kreeg een bijzonder plekje.

is schrijver en kunstjournalist

Les één voor wie overtuigend kinderen wil fotograferen: zorg dat je op gelijke hoogte komt. Zak door je knieën, ga op de grond liggen als het moet. En gebruik een Rolleiflex, bedacht ik bij het zien van de oude camera van Robert Doisneau (1912-1994). Een toestel dat op je buik hangt en waar je van bovenaf inkijkt is óók heel handig.

Op de tentoonstelling Robert Doisneau – Gegeven momenten in museum La Boverie in Luik ligt dat tweeogige doosje meteen aan het begin in een vitrine, het zwart van de behuizing hier en daar wit uitgeslagen. Zweetdruppels. ‘Fotograferen maakt je soms angstig’, zei de beroemde Franse fotograaf in 1982 in een radioprogramma. ‘En dat tast de laklaag van de camera aan. Hoe angstiger je bent, hoe witter de camera wordt.’

Het is een goede zet geweest om zijn grote retrospectief met de kinderfoto’s te beginnen. Doisneau maakte er een heleboel en ze zijn verslavend leuk en speels en ongedwongen. Natuurlijk: de jaren na de Tweede Wereldoorlog waren anders dan de tegenwoordige tijd, waarin kinderen vooral zichzelf fotograferen en ouders het niet zomaar toestaan dat hun kroost op de foto wordt gezet door een onbekende – maar dan nog. Je kunt zien dat Doisneau zich thuisvoelde bij de schooiertjes van de Parijse straten en dat ook zij op hun gemak waren bij hem, de verlegen man met de pretoogjes. Dat zijn camera alvast op hun hoogte hing, was mooi meegenomen.

Dit klassieke retrospectief (dat eerder te zien was in Parijs) omvat behalve Doisneaus bekende zwart-witstraatfotografie ook zijn werk voor modetijdschrift Vogue, reclamefoto’s, spannende autonome collages én, speciaal voor de locatie Luik, de grotendeels onbekend gebleven reportages die hij in de jaren zestig in België maakte. Dat zijn bijna 400 foto’s. En dat terwijl veel mensen de fotograaf slechts zullen kennen van één foto: Le Baiser de l’Hôtel de Ville (De kus bij het stadhuis), gemaakt in 1950.

Foto met alle heisa van dien

Doisneau maakte de (geënsceneerde) foto in opdracht van het Amerikaanse tijdschrift Life, voor een reportage over jonge liefde in Parijs, ook toen al een dweepthema. Pas zo’n veertig jaar later, toen de foto van een innig kussende man en vrouw als poster verscheen, werd het beeld een wereldwijd commercieel succes, met alle heisa (gedoe over rechten, mensen die beweerden dat zíj het stel op de foto waren) van dien.

Nog steeds duikt het beeld regelmatig op, op T-shirts, bekers, wenskaarten, kalenders, als cliché van eeuwige romantiek. De foto bestendigde Doisneaus reputatie als een van de grootste naoorlogse, humanistische fotografen (wat hij ook was), maar leidde er ook toe dat je als doorgewinterde kunstconsument zomaar zou kunnen denken: ‘O ja. Die. Die kennen we nou wel’, en dat je dan doorloopt, blind voor de rest van zijn weids uitwaaierende oeuvre.

Waarschijnlijk is dat de reden dat die kusfoto pas helemaal in de staart van dit retrospectief zijn glorieplekje heeft gekregen. En dan nog niet eens als ‘foto’, dat wil zeggen netjes ingelijst aan de muur – nee: groot afgedrukt op de lange plastic gordijnlamellen, die het letterlijke einde van de tentoonstelling betekenen. Loop erdoorheen en je komt in de museumwinkel terecht.

Dat is een lekker eigenzinnige uitsmijter van de tentoonstellingsmakers, die tijdens het inrichten toch grotendeels aan de veilige kant van de vormgeving zijn gebleven (oeuvre opgedeeld in duidelijke thema’s, elk thema zijn eigen kleur op de muur, citaten van de fotograaf erbij – het beproefde concept).

En terecht. Want wat een fotograaf was Doisneau. Zijn jachtgebied was niet alleen de straten van Parijs, waar die talloze kinderen schuimden, maar ook het café, het kunstenaarsatelier (de beroemde foto van Picasso met streepjestrui en broodvingers is van hem) en de onderkant van de maatschappij. De armoede die hij in de jaren veertig, vijftig en zestig vastlegde in de buitenwijken van de Franse hoofdstad loog er niet om.

Tandeloze gezichten van de dronkenlappen

Doisneau verbloemde die armoede niet, net zomin als hij de ingevallen, tandeloze gezichten van de dronkenlappen verbloemde, maar bovenal portretteerde hij iedereen op een respectvolle, menselijke en ook prettig eigengereide manier. Een portret kon bij hem van heel dichtbij, maar ook ineens van een grote afstand genomen zijn, zonder daarbij aan ‘portretkwaliteiten’ in te boeten.

Wat opvalt is zijn humor. Die zou – misschien onterecht psychologiserend, maar soit – kunnen liggen aan zijn verlegenheid, die van hem zo’n geweldige observator maakte. Zijn aandacht voor kleine, geestige momenten is onovertroffen.

Een van de hoogtepunten is wat mij betreft de serie Un regard oblique (Een schuine blik, 1948), waarvoor Doisneau zich opstelde in een Parijse kunstgalerie, zijn camera naar buiten gericht. Vanuit het donkere interieur, de perfecte plek voor een bescheiden, zenuwachtige fotograaf, legde hij voorbijgangers vast die hun oog hadden laten vallen op het schilderijtje dat duidelijk zichtbaar in de etalage hing: een zeker voor die tijd schandalig olalala-werkje met een blote mevrouw erop, leunend op een tafeltje, haar witte billen naar achteren. Wat een lol moet Doisneau gehad hebben bij het zien van de gestolen, geschokte en geamuseerde blikken aan de andere kant van het glas.

Ook zijn foto’s van werklui die loodzware, naakte sculpturen van beeldhouwer Maillol in de Parijse Tuilerieën plaatsen, hun handen op elke oneerbare plek denkbaar, zijn heerlijk en op het slapstickachtige af. Ze ogen modern omdat het idee erachter van alle tijden is; dit soort afbeeldingen zou vandaag zomaar kunnen opduiken in een reclame.

Ontslag na te vaak te laat komen

De wetenschap dat Doisneau op het moment dat hij de foto’s nam eigenlijk op weg was naar een reclameopdracht, maar afgeleid raakte, maakt ze nog leuker. Geef de man een opdracht en hij komt niet opdagen (in de jaren veertig werkte hij voor Renault, waar hij uiteindelijk werd ontslagen omdat hij vaak te laat kwam), laat hem los en hij levert.

De tentoonstelling wijdt een hoofdstuk aan Doisneaus reclamebezigheden, onder meer campagnes voor Orangina en Calvé en foto’s voor boekomslagen. Beweren dat je meteen de handtekening van de autonome fotograaf in dit opdrachtwerk herkent, zou overdreven zijn, daarvoor opereerde hij waarschijnlijk te veel in een artistiek keurslijf. Maar wat zijn reclamebezigheden duidelijk wel aanboorden en versterkten, was zijn liefde voor speelsheid en experimenteren. Hij ontdekte de combinatie van de nieuwe Speed Graphic-camera, met een snelle sluitertijd en een ronddraaiende schijf, die wonderlijk vervormde beelden opleverde, evenals de aantrekkingskracht van collages.

Het zijn elementen die vervolgens terugkeren in zijn autonome werk, en in de volgende expositieruimte. Daar hangt bijvoorbeeld de montage-collage die hij in 1948 maakte van de Place de l’Opéra: een heerlijk levendig werk dat de creatieve chaos van Parijs, chic en artistiek tegelijk zoals dat alleen in de Franse hoofdstad kan, in één beeld vatte.

Zo belicht deze tentoonstelling meer onverwachte en onbekende kanten van Robert Doisneau, wat verrassend leuk is voor de mensen die hem alleen kenden van de liefdeskalender op de wc van hun schoonouders én voor degenen die dáchten dat ze alles al kenden, maar dus niet heus. Doisneau in kleur, Doisneau als architectonische fotograaf en gegrepen door de metalen Tour Cybernétique, een futuristisch kunstwerk van Nicolas Schöffer uit 1961, niet ver van het museum – dat bestaat ook allemaal.

‘De camera’, zei de fotograaf in 1982 in datzelfde radio-interview, ‘is als de helm van een brandweerman; hij blaast je lef in.’ Het veelzijdige resultaat hangt nu aan de muren van La Boverie in Luik, een mooi eerbetoon aan vijf decennia moed, zweet en tranen.

Robert Doisneau – Gegeven momenten

★★★★☆

Fotografie

T/m 19/4 in La Boverie, Luik.

Catalogus € 40.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next