Home

Sidney de Jong, die met zijn honkbalteam wereldkampioen werd, wás gewoon de captain

Direct, recht voor zijn raap, iemand die de sport ademde: teamgenoten roemen catcher Sidney de Jong (46), die afgelopen week plotseling overleed. ‘Als hij zijn mond opentrok, accepteerde je dat.’

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft met name over sport en media.

In een zweterig geharnast pak ballen van 150 kilometer per uur op je lichaam gegooid krijgen, ‘ook op de plekken waar je ze niet wilt hebben’. Een catcher is toch een ‘speciaal soort type’, zegt David Bergman, terugblikkend op de plotselinge dood van zijn teamgenoot en collega-international Sidney de Jong (46).

De werper en de vanger, die volgens de honkbalbond een natuurlijke dood is gestorven, deelden niet alleen een kamer tijdens het gewonnen WK van 2011. Hun connectie – een van ‘lezen en schrijven’, aldus Bergman – mondde uit in de winnende bal om goud tegen de Cubanen. Bergman legde als invaller zijn lot in de handen van De Jong, die al de hele wedstrijd in Panama-Stad op zijn hurken had gezeten bij de thuisplaat.

Verscholen achter zijn masker vroeg De Jong om een curveball, een bal die zinkt als een baksteen. De Cubaan Oliveira raakte de bal matig, Nederland was wereldkampioen, de sensatie was compleet. De honkballers werden twee maanden later uitgeroepen tot Sportploeg van het Jaar, Brian Farley volgde Bert van Marwijk op als beste sportcoach. De honkballers hadden iets unieks bereikt, met Sidney de Jong als de captain die vooropging in de strijd.

Teamleider

Dat de geboren Amsterdammer de nationale honkbalselectie zou aanvoeren, was altijd al een kwestie van tijd geweest. Het aantreden van Robert Eenhoorn als bondscoach viel min of meer samen met het debuut van De Jong, die in 2001 zijn eerste van vier EK’s won. ‘Ik denk nooit zo in aanvoerders’, zegt Eenhoorn nu. ‘Maar hij was al snel een van de leiders van het team. Sidney benoemde wat benoemd moest worden, of dat nu tegen ons als coaching staff was, of tegen teamgenoten die in de VS speelden.’

Farley, kort voor het WK in 2011 aangesteld als bondscoach: ‘Sidney was direct. Soms botste dat en voelde dat confronterend voor de ander, maar hij voelde dat nu eenmaal zo.’ Bergman: ‘Als hij zijn mond opentrok, accepteerde je dat. Hij zat er al zo lang bij, had al zo veel meegemaakt en bereikt. Hij wás gewoon de captain.’

De Jong gaf volgens Farley het Nederlandse honkbalteam zijn ‘fundering’. Deels had dat te maken met zijn positie: de catcher overziet het hele veld en bepaalt, samen met de werper, het tempo en de strategie van de wedstrijd. Bij De Jong kwam dat bovenop een pure inborst: recht voor zijn raap, met grote kennis van het spel. Eenhoorn: ‘Zijn enige agenda was het team een grotere kans geven om te winnen.’

Ideaal verlengstuk

Farley noemt De Jong het ideale verlengstuk voor een coach. ‘Je wilt dat spelers met elkaar communiceren, niet dat ze alles van de coach moeten horen. Hij had daar een grote rol in.’ Eenhoorn: ‘Als je de deur van de kleedkamer dichttrekt, hoop je altijd dat er een paar spelers tussen zitten die de cultuur van het team bewaken. Sidney was er een van, net als Hensley Meulens en Sharnol Adriana.’

De transitie van een team uit de Europese top naar een ploeg die zich kon meten met wereldsterren uit Cuba, Puerto Rico en de Dominicaanse Republiek, verliep niet zonder hobbels. ‘Het was wennen’, erkent Eenhoorn. ‘Het waren niet meer alleen de buurjongens die in het oranje speelden, er kwamen jongens van heinde en verre bij: de profs uit de VS. De mix werd anders. Gaandeweg zagen ze in dat ze elkaar nodig hadden om beter te worden.’

Onverwachte winst

Dat de honkbalploeg het WK kon winnen, hadden weinigen in Panama voor mogelijk gehouden. Bergman: ‘We wilden allereerst de groepsfase overleven, zodat we onze A-status bij NOCNSF zouden behouden.’

Na winst tegen onder meer Japan en de VS wist niemand meer waar het avontuur zou eindigen in Panama, met zijn uren reizen en chaotische omstandigheden. Na de overwinning op – ook al – Cuba in de halve finale, volgde de eindstrijd waarin De Jong de gelijkmaker binnen had gelopen.

Winnen stemt de gemoederen mild, weet Farley uit ervaring. ‘Maar dat de sfeer in de groep zo goed bleef dat WK, dat er geen ruzie was, daarvoor verdient Sidney zeker ook de credits.’

Nooit prof geworden

De geboren Amerikaan kan geen betere Nederlandse omschrijving vinden voor zijn aanvoerder dan ‘kerelskerel’. Niet iemand van de subtiele aanpak, wel iemand die sport ademde. ‘Een jock, zoals je in Amerika zou zeggen.’ Met zware stem: ‘Zo’n iemand die zegt: wij zijn de tough guys en sport is onze passie.’

Robert Eenhoorn heeft zich altijd afgevraagd waarom iemand met de kwaliteiten van De Jong – ‘hij was ook een uitstekende slagman’ – nooit prof is geworden. ‘Want werpers moesten zo veel ballen op hem gooien om hem uit te schakelen. En juist als er bij hem druk op stond, als er honklopers op de honken stonden, werd hij een nog betere slagman.’

Ongetwijfeld zal er na het WK interesse zijn geweest vanuit grotere competities dan de Nederlandse, waarin De Jong (bij Pirates, Kinheim en HCAW) altijd is blijven uitkomen. Maar met de wereldtitel koud op zak maakte hij begin 2012 plotseling zijn afscheid als international bekend. De Jong wilde zijn 2-jarige zoon kunnen zien opgroeien. Wel zou hij als coach (onder meer als assistent bij de nationale ploeg en van diverse talententeams) aan het honkbal verbonden blijven tot zijn vroege, onverwachte dood.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next