Het was misschien geen spectaculair toernooi, maar de EK afstanden in het Poolse Tomaszow Mazowiecki boden wel inzicht richting de Winterspelen in Milaan. Waar de één op koers ligt, blijkt er voor de ander nog werk aan de winkel.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
De schoonheid van de EK afstanden zat afgelopen weekend niet zozeer in wat het publiek zag, maar in wat er door de hoofden van de schaatsers ging. De een zal met een goed gevoel vertrekken uit Tomaszow Mazowiecki, de ander zal met twijfels vooruitkijken naar de Winterspelen. En sommigen dachten überhaupt niet aan Milaan omdat zij daar niet naartoe mogen.
Bart Swings salueerde zondagmiddag na de finish van de massastart naar het publiek. De regerend olympisch kampioen bewees na een jaar blessureleed met zijn EK-goud dat hij straks in Milaan weer tot de favorieten behoort. De Belg had tegenstand van Bart Hoolwerf, die tweede werd, en van regerend wereldkampioen Andrea Giovanini. Serieuze tegenstanders dus.
Ze waren een uitzondering, want de meeste Europese topschaatsers lieten de continentale kampioenschappen in Polen schieten. Niet alleen op de massastart, maar op alle afstanden. Van het Duitse supertalent Finn Sonnekalb (18) tot de Nederlandse veteraan Jorrit Bergsma (39), de meesten verkozen een trainingskamp boven een wedstrijd in dit deel van de olympische winter.
Wel aanwezig in Tomaszow Mazowiecki: de Polen. Een internationaal kampioenschap in eigen huis slaat niemand graag over. Geheel in lijn met hun goede prestaties van de afgelopen jaren, en met een thuisrijbonus erbovenop, domineerden zij het toernooi met zes titels.
Damian Zurek was de rapste op de 1.000 meter bij de mannen in 1.08,55 en de 500 meter in 34,52. De 26-jarige Pool bewees daarmee dat hij straks een van de belangrijkste uitdagers van Jordan Stolz is op de sprintnummers. De man die in Tomaszow Mazowiecki werd geboren, vierde zijn zeges uitbundig voor zijn familie en vrienden op de tribune.
Kaja Ziomek-Nogal bleef op de 500 meter in 37,79 haar landgenoot Andzelika Wojcik (38,27) voor in de strijd om het goud. De uit Rusland gevluchte Pool Vladek Semirunniy snelde op zaterdag naar een nieuw baanrecord op de 5.000 meter: 6.11,13. Een dag later verraste hij met een zilveren tijd (1.46,50) op de 1.500 meter. Alleen de regerend wereldkampioen Peder Kongshaug was sneller: 1.46,08.
Het ijs in de Arena Lodowa staat als relatief zwaar bekend. Datzelfde geldt voor de tijdelijke baan die in Milaan is aangelegd voor de olympische wedstrijden. En dus bood een zege in Polen perspectief.
Dat gold ook voor de Noorse Ragne Wiklund. Haar zege op de 3.000 meter van vrijdag was van wereldklasse. Oud-wereldkampioen Wiklund schaafde met 4.00,54 ruim twee seconden van haar eigen oude baanrecord af. Extra bewijs voor haar goede vorm was de 1.500-meterzege op zaterdag. En dus zal ze, net als de andere Europese kampioenen, zelfverzekerd vooruitblikken naar de Spelen.
De verschillen waren groot bij de EK. Hoe kon het ook anders als niet alleen Nederland, maar ook een aantal kleine schaatslanden niet met hun beste schaatsers kwamen. Neem de 5 kilometer bij de mannen: geen wereldrecordhouder Timothy Loubineaud voor Frankrijk of wonderkind Metodej Jilek voor Tsjechië. In hun plaats reden rijders uit de tweede lijn. Denk aan Tadeas Prochazka, laatste op de 5 kilometer in 6.53,36 of de Fransman Giovanni Trebouta (tiende in 6.27,89).
Van deze schaatsers mocht weinig worden verwacht, maar er waren ook bekende namen die tegenvielen. Neem Davide Ghiotto. De wereldkampioen op de 10 kilometer ontwikkelde zich de afgelopen seizoenen tot de standaard op de lange afstanden, maar had opvallend veel moeite met de 5.000 meter. Hij moest in 6.17,00 niet alleen winnaar Semirunniy voor zich laten, maar ook zijn jongere landgenoot Riccardo Lorello (6.14,49).
De resultaten op de EK, waar Ghiotto nog wel met de achtervolgingsploeg goud greep, zullen hem weinig houvast bieden in de laatste weken voor de Spelen in eigen land. Hetzelfde geldt voor Francesca Lollobrigida, de regerend wereldkampioen op de 5.000 meter, die geen soepel seizoen beleeft. Ze eindigde als zesde op de 3 kilometer in 4.08,80. En op de massastart, de minimarathon die ze als geen ander beheerst, liet de Italiaanse zich aftroeven. De Russisch-Deense oud-shorttracker Sofia Thorup kwam knap binnendoor in de laatste bocht.
Ook niet op niveau: Martina Sablikova. De 38-jarige Tsjechische verzamelde in haar lange loopbaan zeven olympische medailles, waaronder driemaal goud. Sinds 2010 stond ze bij elke editie van de Winterspelen op het podium. Ze is bezig aan haar laatste schaatswinter en zag zondagmiddag haar vriendin Nikola Zdrahalova voor het eerst een internationale titel veroveren. De 29-jarige was zondagmiddag de rapste op de 1.000 meter, in 1.16,06.
Dat deed Sablikova deugd, maar haar eigen rijden was niet al te best. Op de matig bezette EK was de vijfde plek op de 3 kilometer het hoogst haalbare voor haar. Ook in de wereldbeker maakte ze deze winter vooralsnog weinig indruk. Verder dan de zesde plaats kwam ze in die mondiale wedstrijdcyclus niet. Het biedt weinig hoop op een voortzetting van haar olympische podiumreeks.
Een heel deel van de EK-rijders was helemaal niet bezig met de Winterspelen, simpelweg omdat ze daar niet naartoe mogen. Dat gold voor bijna alle Nederlandse schaatsers. Van de olympische equipe was Anna Boersma de enige die naar Polen afreisde en daar als zesde eindigde op de 500 meter. Dat was misschien wat teleurstellend, maar tussen het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) en de Olympische Spelen is het niet eerlijk te verwachten dat iemand opnieuw weet te pieken.
De impact van het OKT was ook zichtbaar bij Tim Prins. Hij had een flinke mentale tik gekregen van de beslissing van de KNSB om hem niet mee te nemen naar Milaan. Misschien zou hij leunend op zijn goede vorm en gegangmaakt door revanchegevoelens wel een paar Europese titels kunnen pakken, hoopten Nederlandse schaatsvolgers (en de NOS-commentatoren). Dat bleek niet het geval. Hij moest het doen met zilver (op de 1.000 meter) en brons (op de 1.500 meter). Op de 500 meter werd hij achtste.
Maar niet alle Nederlanders waren, zoals Prins, met een OKT-kater naar Polen afgereisd. Het jonge talent Chloé Hoogendoorn had zichzelf toch al niet een plekje in de olympische ploeg toegedicht en zag de EK vooral als een kans om ervaring op te doen op een internationaal titeltoernooi. Dat deed ze met verve. Ze greep zondag in 1.16,34 zilver op de 1.000 meter nadat ze op zaterdag al met 1.57,64 brons op de 1.500 meter had veroverd.
Dat Nederland met bijna uitsluitend olympische thuisblijvers naar Polen ging, viel ook af te lezen uit het medailleklassement. In 2024 haalde de Nederlandse selectie in totaal tien titels. Nu won een gelegenheidsformatie met Sanne in ‘t Hof, Evelien Vijn en Kim Talsma de ploegenachtervolging, maar dat bleef de enige gouden plak die de Nederlanders mee naar huis konden nemen.
Het hele seizoen waren de Nederlandse bobsleeërs Dave Wesselink en Jelen Franjic niet echt tevreden met hun slee. In een laatste poging om een gooi naar een olympisch startbewijs te doen, huurden ze voor de wedstrijden in Sankt-Moritz een slee van de Australiërs, een slee waarvan ze wisten dat die uitstekend door het ijskanaal naar beneden kon.
Het was een gok die zich uitbetaalde. In de huurslee gleden piloot Wesselink en remmer Franjic naar de achtste plaats bij de wereldbekerwedstrijd. Dat was precies de eis die NOCNSF stelde voor olympische deelname. ‘Dit is echt niet normaal’, reageerde Wesselink.
De kwalificatie voor de tweemansbob komt met een bonus: Nederland mag ook met de viermansbobslee meedoen aan de olympische wedstrijden in Cortina d’Ampezzo.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant