Home

Een Elfstedentocht begint bij hoop en het geloof in een Elfstedentocht

is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

In een onverbiddelijk stuk blies Maarten Keulemans vrijdag in de Volkskrant de hoop op een Elfstedentocht nieuw leven in. ‘Wordt het dooi of juist strenge vorst?’ stond erboven. In het verhaal zelf was ook sprake van een zeker enerzijds-anderzijds, van het kan vriezen en het kan dooien. Maar tussen de regels las je wat anders en was sprake van groot optimisme: de Elfstedentocht zit er na 29 jaar weer aan te komen.

Wat bij mij meteen voor euforie zorgde was het woord ‘elfstedenvorst’. ‘Elfstedenvorst’ is een speciaal soort zeldzame vorst die je nodig hebt voor een Elfstedentocht. Zonder elfstedenvorst geen Elfstedentocht, zo simpel is het.

Jos de Laat, de getalenteerde KNMI-weersvoorspeller en kenner van superingewikkelde weermodellen, zei over de elfstedenvorst dat die de komende weken ‘niet compleet is uitgesloten’. Na zo’n formulering van een van nature voorzichtige wetenschapper weet je in feite genoeg: zet de verwarming alvast wat hoger en brei een extra dikke trui.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het punt is dat er veel sneeuw ligt in het noorden en noordoosten van Europa. Dit is een element dat vaak wordt onderschat als het over elfstedenvorst gaat. Die sneeuw zorgt namelijk voor verschrikkelijke kou, meestal in februari, niet toevallig de maand waarin negen van de vijftien Elfstedentochten plaatsvonden. Ook toen lag er in Noord-Europa veel sneeuw.

Door al die sneeuw ligt volgens De Laat ‘bar winterweer’ nét om de hoek. En bar winterweer is precies wat we nodig hebben. Door de lange afwezigheid van een Elfstedentocht heeft de gedachte postgevat dat ‘bar winterweer’ geen voorwaarde is, maar dat is een vergissing.

We hebben in de jaren tachtig een paar Elfstedentochten voor watjes gehad, waarin je de zonnebrandolie niet moest vergeten en mensen de tocht in korte broek voltooiden. Echte Elfstedentochten waren het niet. Daarvoor moeten we terug naar 1963, toen overal langs de route de afgevroren ledematen in het riet lagen, terwijl hun voormalige bezitters ijverig doorploeterden op één been of volledig sneeuwblind op de tast verder strompelden met maar één ding voor ogen: het elfstedenkruisje.

Zo’n tocht zit eraan te komen, als we De Laat mogen geloven. Op de vraag van Maarten Keulemans, ‘Is de kans op diepvrieswaarden uitgesloten?’, luidt het antwoord van de geleerde: ‘Neen, de kans op diepvrieswaarden is niet nul.’

Je zou willen weten hoe groot de kans dan wel is, maar daaraan brandt De Laat zich niet. ‘De kans op diepvrieswaarden is 99 procent’: zover wil hij niet gaan. Begrijpelijk, hij heeft een naam hoog te houden. Maar, wil De Laat maar zeggen, door het hogedrukgebied in Scandinavië liggen de temperaturen in Finland rond de 20 graden onder nul, bij de Oekraïense grens is sprake van een gruwelijk koudefront en de Berezina is dichtgevroren.

En dan komt het: ‘Het hoeft maar een klein beetje te kantelen, of die kou komt onze kant op.’ Een gewone, alledaagse winterkou? Welnee, ‘een ijzig koudefront’!

Ik ben blij dat de Volkskrant de taak om de hoop op een Elfstedentocht levend te houden heeft overgenomen van DWDD, Matthijs van Nieuwkerk en Erben Wennemars. Hoop is nodig om deze periode door te komen. Een Elfstedentocht begint bij hoop en het geloof in een Elfstedentocht. De rayonhoofden moeten uit hun jarenlange winterslaap worden gewekt, de kistwerken moeten uit de schuur. It sil heve, it giet oan.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next