Beatriz González (1932–2026) De Colombiaanse schilder Beatriz González zette de bewogen geschiedenis van haar land om in kleurrijke schilderijen. Haar beelden werden grimmig zonder per se letterlijk te zijn: liever drukte ze de pijn uit in metaforen.
Beatriz González in haar studio in Bogotá in 2024.
Met afschuw zagen kunstenaar Beatriz González (1932–2026) en andere Colombianen in 1985 welke tragedie plaatsvond in hun land. In het Paleis van Justitie vond een gijzeling plaats, waarbij president Belisario Betancur een omstreden rol speelde. Hij voerde geen onderhandelingen, het leger greep in met harde hand, met een brand en bloedbad tot gevolg. Een aanval op het recht, waarna rechtvaardigheid systematisch uitbleef. González pakte haar tekenmaterialen op. Ze tekende een gezelschap aan tafel met Betancur in het midden, een dood lichaam op tafel, en iedereen glimlachend alsof er niets aan de hand is. Zo vereeuwigde ze de schijnheiligheid in de Colombiaanse politiek.
Gisteren, na een ziekbed, overleed González in haar woonplaats Bogotá. Museum De Pont liet weten dat haar familie het overlijden bekend heeft gemaakt. De Pont organiseerde in oktober 2024 nog een overzichtstentoonstelling van González als ‘schilder van het Colombiaanse geheugen’. Toen al 91 jaar oud was ze zelf aanwezig bij de perspreview waar ze vertelde over de politieke geschiedenis van haar land, en hoe ze dat in verf omzette. De expositie bevatte onder meer twee metershoge monumentale werken, die ze het jaar ervoor nog had gemaakt.
Kunstwerken van Beatriz González op een tentoonstelling in het Reina Sofia Museum in Madrid in 2018.
González werd in 1932 geboren in Bucaramanga, gelegen in de Andes, waar ze opgroeide in onrustige tijden. In 1948 begon ‘La Violencia’, een burgeroorlog die na tien jaar zou uitmonden in een lange guerrillaperiode. Dat vormde haar opvattingen en daarmee haar kunst, waar ze in de jaren vijftig aan begon. Een architectuurstudie brak ze voortijdig af, omdat ze liever koos voor de beeldende kunst. In 1962 voltooide ze haar opleiding aan de Kunstenfaculteit van de Universidad de los Andes, en begon met exposeren.
Haar man Urbano Ripoll (1934–2024) werd wel architect en samen reisden ze in 1966 naar Nederland, waar ze een half jaar aan de kunstacademie in Rotterdam studeerde. Het was tijdens dat verblijf dat ze zich verdiepte in de Europese kunstgeschiedenis, zoals Velazquez, Vermeer, Da Vinci.
Dat referentiekader nam ze mee terug naar huis waar ook Colombiaanse kunsttradities haar inspireerden, evenals Pop Art die ze tijdens de studie in New York had leren kennen. Dit alles combineerde ze in een eigen kleurige beeldtaal waarmee ze de wereld om haar heen wilde verbeelden. Ze begon met een eigen interpretaties van de Colombiaanse beeldcultuur. Daarvan ging ze katholieke beeltenissen naschilderen, Jezus en Maria, en nieuwsfoto’s uit kranten. Voor dit alles gebruikte ze het soort emailleverf dat werd gebruikt voor reclameborden.
Kunstwerken van Beatriz González op een tentoonstelling in het Reina Sofia Museum in Madrid in 2018.
Die nieuwsfoto’s gaven een somber beeld van het land, verscheurd door de strijd met FARC en drugskartels. Toen het geweld verhardde, deed haar werk dat ook. Oorlog, rouw en de dood werden terugkerende thema’s. Haar schilderijen werden grimmig zonder per se letterlijk te zijn: liever drukte ze de pijn uit in metaforen. Zo ontwierp ze een behang met daarop kleine mensfiguurtjes, ontheemden, die met hun huisraad op de vlucht slaan voor alle geweld: het werd behang omdat je het eindeloos kunt uitrollen, zoals de strijd in Colombia dat ook leek te doen.
Kunstwerken van Beatriz González op een tentoonstelling in het Reina Sofia Museum in Madrid in 2018.
Die anonimiteit van onderdrukte burgers onderstreepte ze ook met haar installatie Auras Anónimas op een vervallen begraafplaats in Bogotá in 2009: duizenden gezeefdrukte silhouetten van cargueros (dragers van lijken) voor op de geruimde graven van ongeïdentificeerde Colombianen. Het was een aanklacht en eerbetoon aan de anonieme slachtoffers, want zonder gezicht raken zij en hun tragedie vergeten. Kunst kan helpen tegen vergetelheid. Voor dit werk kreeg ze de International Award for Public Art 2024, vanuit de Universiteit van Shanghai.
Ze had toen intussen internationale faam verworven, nadat ze vorige eeuw vooral in Zuid-Amerika bekendheid genoot. In 1998 kreeg ze een solotentoonstelling in El Museo del Barrio in New York, in de jaren tien volgden meer exposities in de VS, Mexico en Europa. In 2014 was haar werk te zien op de Biënnale van Berlijn, in 2017 op de Documenta in Kassel en Athene, in 2017 op de Biënnale van Venetië. Relatief laat dus, met nog meer plannen in het vooruitzicht: ook voor afgelopen jaar en 2026 had ze veel uitnodigingen in Europa. Ze vertelde over die late Europese waardering in een interview met NRC in september 2024: „Misschien waren ze er nog niet aan toe en nu wel?”
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC