Home

De vuurwerkbranche compenseren moet, maar dat hoeft niet van harte te gaan

is econoom en publicist.

Als de vuurwerkbranche financieel gecompenseerd moet worden voor het vuurwerkverbod, kunnen we dan meteen de schade even verrekenen die dat spul de afgelopen jaren heeft veroorzaakt aan mens, dier en leefomgeving? De ingezonden brief van deze strekking, die daags na Oud en Nieuw in deze krant stond, kon op mijn warme instemming rekenen. Eerst als sector al die jaren al die maatschappelijke schade veroorzaken en dan nog geld toe krijgen ook? Het moet niet gekker worden.

En toch moet het. Tandenknarsen mag.

Ik zocht de brief erbij die de toenmalige staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat eind maart vorig jaar aan de Tweede Kamer stuurde. Die had gevraagd om een kostenindicatie bij het initiatief van GroenLinks-PvdA en de Partij voor de Dieren om vuurwerk te verbieden.

De kern van de zaak, aldus de brief, is het ‘nadeelcompensatierecht’. Voor de vuurwerkdetailhandel (ongeveer achthonderd bedrijven) zou de overheid een generieke regeling kunnen treffen, waarbij het te compenseren nadeel overzichtelijk is omdat vuurwerk verkopen een bijverdienste is. De acht tot tien importeurs van vuurwerk, waarvoor vuurwerk de kernactiviteit is, zouden een ‘maatwerkprocedure’ moeten krijgen, waarbij per individuele onderneming het nadeel wordt vastgesteld. Voor beide groepen geldt, aldus de brief, hoe langer de overgangstermijn, des te kleiner de compensatie.

Maar waarom in vredesnaam überhaupt compenseren? Daar gaat de Kamerbrief nauwelijks op in, maar het nadeelcompensatierecht staat op vele plekken uitgelegd, bijvoorbeeld op Wikipedia. De overheid moet compensatie betalen omdat de activiteit, hoe maatschappelijk schadelijk ook, tot het moment van afschaffen legaal is. En omdat het nadeel ontstaat bij een kleine groep (bedrijven). Met dit principe bent u het ook onmiddellijk eens als we een ander voorbeeld nemen. De gemeente geeft opdracht een winkelstraat opnieuw in te richten, en dat leidt gedurende vijf maanden tot fors omzetverlies. Hebben de winkeliers dan recht op nadeelcompensatie? Ja.

Maar die nadeelcompensatie is niet per se een vetpot, en gelukkig maar. Het ‘normaal maatschappelijk risico’ blijft voor de ondernemer, die dus een deel van het nadeel uit eigen zak zal moeten betalen. Hoe hoog het eigen risico is, wisselt van geval tot geval, maar het kan oplopen tot de helft van het nadeel. In het geval van de vuurwerkbranche kun je stellen dat een vuurwerkverbod er al jaren aan zat te komen, en dat bedrijven die in deze branche actief zijn gebleven dus vrijwillig het hoge risico hebben aanvaard op gedwongen beëindiging van de activiteiten. Dit zou dan moeten leiden tot een hoge korting op de nadeelcompensatie.

Dus: nadeelcompensatie hoort bij fatsoenlijk gedrag van de overheid. Als regel. En dat geldt dus ook voor bedrijven waarmee we niets hebben, of waar we van alles op tegen hebben. Onze voorkeuren in deze zijn irrelevant. Het gaat om gelijkheid voor de wet. Om een ordentelijke rechtsstaat.

Maar over de hoogte van de schade, en het deel van de schade dat voor eigen rekening van de vuurwerkbedrijven moet komen, valt dus wel degelijk te twisten. In de Kamerbrief staat dat het ‘denkbaar’ is dat het totale bedrag aan compensatie ‘tot 50 miljoen euro’ zal bedragen. Aangezien de omzet bij de jongste jaarwisseling zo’n 125 miljoen euro bedroeg, lijkt me dat rijkelijk veel.

Hoe het ook uitpakt, het belangrijkste is dat het ophoudt. Eindelijk.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen. Reageren? E-mail: frank@frankkalshoven.nl.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next