Als er verder geen gekke dingen gebeuren, krijgt Nederland voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog een echt minderheidskabinet. Dat levert opnieuw een politiek roerige tijd op. Die zal in het teken staan van onzekerheid, politiek handwerk en veel kopjes koffie.
We houden er in Nederland niet echt van. Politici zien een minderheidskabinet als noodgreep voor het geval een 'gewoon' meerderheidskabinet er niet in zit. Ook nu is het volgens de partijleiders de "minst slechte variant".
Dat terwijl een minderheidskabinet ook voordelen kent. Zo'n kabinet is in de eerste plaats flexibeler. Ook kan het de afstand tussen het kabinet en de Tweede Kamer vergroten en kunnen zowel oppositie- als coalitiepartijen zich meer laten zien.
Tegelijkertijd is een kabinet kwetsbaar als het niet vanzelfsprekend kan rekenen op voldoende steun. Ministers moeten telkens op zoek naar meerderheden in de Kamer. Ze moeten het politieke vak dus goed in de vingers hebben.
Een andere vereiste is het kunnen omgaan met onzekerheid, want de kans dat kabinetsplannen niet worden aangenomen is groter. Ook kan de oppositie ministers makkelijker naar huis sturen. Met de huidige grote problemen en in het licht van de internationale onrust is dat een groot nadeel.
De voorbeelden van minderheidskabinetten zijn schaars. Voor het laatste echte minderheidskabinet moeten we zelfs terug naar 1939. De Kamer stuurde het kabinet-Colijn V bij de eerste ontmoeting direct naar huis. Ook het kabinet-Rutte I, dat tot stand kwam met gedoogsteun van de PVV, kan als minderheidskabinet worden bestempeld.
Uit beide voorbeelden zullen D66, VVD en CDA lessen trekken. Zonder draagvlak bij de oppositie begin je in ieder geval niets, maar een gedoogconstructie staat ook niet gelijk aan stabiliteit.
Hoe D66, VVD en CDA hun minderheidskabinet precies willen vormgeven, is nog niet duidelijk. Ze gaan daar de komende tijd over in gesprek met de andere partijen.
Gedoogsteun zit er hoogstwaarschijnlijk niet in. Op GroenLinks-PvdA hoeven de drie niet te rekenen, benadrukte partijleider Jesse Klaver al meerdere keren. Zijn partij wil zich wel constructief opstellen en de plannen stuk voor stuk beoordelen.
Ook JA21-leider Joost Eerdmans is niet enthousiast over gedogen. In een eerste reactie liet hij vrijdag weten zwaar teleurgesteld te zijn. Zijn partij wil "opbouwend en kritisch" oppositie voeren.
D66, VVD en CDA hebben wel het voordeel dat ze in de Kamer zowel naar links als naar rechts kunnen buigen. Met de problemen op het gebied van stikstof en migratie kan dat goed uitkomen.
Dat betekent: veel kopjes koffie drinken om andere partijen mee te krijgen in je plannen. Vorige kabinetten waren dat al gewend, omdat zij in de Eerste Kamer vaker geen dan wel een meerderheid in de Senaat hadden. Maar het ging toen meestal wel om een paar zetels.
Nu is dat gat veel groter: D66, CDA en VVD hebben in de Eerste Kamer maar 22 van de 75 zetels. Daarnaast hebben ze nu ook een tekort van tien zetels in de Tweede Kamer.
En andere partijen gaan niet zomaar bij het kruisje tekenen, was de waarschuwing die de laatste tijd vaak klonk. Zeker als het gaat om de begrotingen waar bezuinigingen in zitten. Waarom zou je daar als oppositie verantwoordelijkheid voor nemen?
Dat begrotingen met bezuinigingen moeilijk liggen, bleek vorig jaar ook al rond die van onderwijs. Een "monsterverbond" van CDA, CU, SGP en JA21 draaide een deel van de bezuinigingen terug, omdat de begroting anders in de Eerste Kamer zou stranden. Zulke taferelen - met crisisoverleg en wachtende pers - zullen we ook met een minderheidskabinet veel gaan zien.
En het nieuwe kabinet gaat flink bezuinigen om onder meer de extra investeringen in Defensie op te vullen. GL-PvdA heeft al aangegeven niet in te stemmen met begrotingen die bezuinigen op zorg, sociale zekerheid of onderwijs. Terwijl de klappen waarschijnlijk wel daar gaan vallen.
Los van de begrotingen is steun voor andere plannen en wetten ook niet vanzelfsprekend. Zo heeft de PVV al vanaf het begin aangegeven volop oppositie te gaan voeren.
Ook de partijen die als constructiever worden gezien, hebben al een winstwaarschuwing gegeven. SGP en CU zijn bijvoorbeeld zeer geïrriteerd over het initiatief van D66 en VVD om de embryowet te verruimen. Dat voorstel werd in december aangenomen.
De christelijke partijen hebben daar fundamentele bezwaren tegen. Bovendien ergerden zij zich aan de timing van een deel van het debat en de daaropvolgende stemming, die tijdens deze formatieperiode plaatsvond.
SGP'er Diederik van Dijk waarschuwde D66-leider Rob Jetten dan ook die wetswijziging "een schaduw werpt over hoe in ieder geval de SGP een toekomstig kabinet van deze signatuur zou bejegenen". CU-leider Mirjam Bikker gaf ook een waarschuwing, maar stelt zich nog wel constructief op.
Meerdere oppositiepartijen zijn hun prijs dus al aan het opdrijven. Het kabinet moet dan ook zorgen dat het voldoende wisselgeld op zak heeft. Dat gaat veel politiek handwerk vergen van D66, VVD en CDA.
De partijen zullen de komende tijd dus moeten nadenken over hoe ze dit spel willen spelen. Jetten, Dilan Yesilgöz (VVD) en Henri Bontenbal (CDA) hebben er in ieder geval vertrouwen in. Uit de contacten die ze hebben gehad met andere partijleiders blijkt volgens hen dat die zich constructief willen opstellen.
Source: Nu.nl algemeen