Home

De grote afbrokkeling is begonnen

Geopolitiek Het VN-Handvest zorgde na de Tweede Wereldoorlog voor minder veroveringsoorlogen en minder oorlogsdoden. Maar nu wordt het steeds vaker genegeerd, ziet Oona A. Hathaway.

Het besluit van president Trump om de Venezolaanse president Nicolás Maduro door middel van een geheime ​​militaire operatie te arresteren is een flagrante schending van de internationale rechtsorde. Deze actie dreigt een einde te maken aan een periode van langdurige vrede en ons weer in een wereld te storten waar het recht van de sterkste geldt. De prijs hiervoor zal met mensenlevens worden betaald.

Oona A. Hathaway is hoogleraar Rechten en Politieke Wetenschappen aan Yale University en als extern onderzoeker verbonden aan de Carnegie Endowment for International Peace.

Vorig jaar was het tachtig jaar geleden dat na het einde van de Tweede Wereldoorlog 51 landen het Handvest van de Verenigde Naties ondertekenden. De ondertekenaars beloofden alles in het werk te stellen om „toekomstige generaties te behoeden voor de gesel van de oorlog”. De grote mogendheden hebben sindsdien geen oorlog meer met elkaar gevoerd en geen enkele VN-lidstaat is door een buitenlandse verovering van de kaart geveegd.

Maar die vrede is de afgelopen tien jaar afgebrokkeld en lijkt momenteel een totale ineenstorting nabij. Als dat gebeurt, zullen de gevolgen catastrofaal zijn. De verwoestende tol is nu al zichtbaar: volgens mijn berekeningen bedroeg het gemiddelde aantal doden als gevolg van grensoverschrijdende conflicten tussen 1989 en 2014 minder dan vijftienduizend per jaar. Vanaf 2014 is dat gemiddelde gestegen tot meer dan honderdduizend per jaar. Nu staten steeds minder terugschrikken voor het onrechtmatig gebruik van geweld, is dit wellicht slechts het begin van een nieuw tijdperk van dodelijke conflicten.

Oorlog was legaal

De relatieve vreedzaamheid van de afgelopen acht decennia is allerminst vanzelfsprekend. Eeuwenlang was oorlog voeren volkomen legaal. Sterker nog, het was de aangewezen manier voor staten om hun geschillen te beslechten. Ze konden met wapens dreigen om verdragen af te dwingen en een oorlog beginnen als die verdragen alsnog werden geschonden. Staten die een oorlog wonnen, hadden het wettelijk recht om te behouden wat ze veroverden – land, goederen, mensen. Staten kwamen op en gingen weer ten onder, veroverden land en verloren het weer, en de bewoners van het betreffende gebied waren de dupe.

Aan dat systeem van legale oorlogvoering kwam in 1928 een eind met de ondertekening van het Kellogg-Briandpact, dat staten verbood conflicten nog langer door middel van oorlog te beslechten. Deze afspraak werd in 1945 herbevestigd door het VN-Handvest, dat het afzweren van oorlog tot een van de kernpunten van een nieuwe internationale rechtsorde verhief. Territoriale veroveringen en machtspolitiek waren voortaan uit den boze; in plaats van oorlog werden economische sancties het belangrijkste instrument voor internationale rechtshandhaving en landen die een oorlog begonnen konden voortaan strafrechtelijk worden vervolgd, zoals na de Tweede Wereldoorlog gebeurde tijdens de processen in Neurenberg en Tokio.

Helemaal vreedzaam werd het helaas nooit, getuige de bloedige conflicten in Korea, Vietnam en Cambodja. Als gevolg van dekolonisatie nam het aantal staten in de wereld allengs toe en er woedden steeds meer burgeroorlogen, waarvoor geen specifieke bepalingen golden in VN-Handvest. Toch had het Handvest een opmerkelijk gevolg: het aantal buitenlandse veroveringen nam af en er vielen minder doden in conflicten buiten de eigen landsgrenzen.

Dit laatste blijkt uit gegevens van het Uppsala Conflict Data Program, dat het aantal gevallen van georganiseerd geweld en de daaruit voortvloeiende sterfgevallen bijhoudt. De gegevens tonen aan dat het aantal doden als gevolg van grensoverschrijdende conflicten – inclusief conflicten tussen staten, zoals de Russische inval in Oekraïne, en gevallen waarin een staat zich mengt in een intern gewapend conflict in een andere staat, zoals de Amerikaanse aanvallen op Islamitische Staat in Irak – relatief laag was van de jaren 90 tot halverwege de jaren 2010.

Er waren een paar uitzonderingen. In 1991 kwamen meer dan twintigduizend mensen om bij de Iraakse invasie van Koeweit en de reactie daarop van de internationale gemeenschap. In 1992 stierven er meer dan twintigduizend mensen in Bosnië-Herzegovina en in 1999 en 2000 vielen er tienduizenden slachtoffers in de oorlog tussen Ethiopië en Eritrea. Ook in 2003, toen de Verenigde Staten de oorlog tegen Irak begonnen, was er een stijging van het aantal doden.

Maar vanaf begin 2000 kwam er de klad in de wettelijke restricties op oorlogvoering. Na de verwoestende aanslagen van Al-Qaida in de Verenigde Staten op 11 september 2001 begonnen de VS overal in het Midden-Oosten geweld te gebruiken tegen iedereen die ze als een terroristische dreiging beschouwden. Om de voortzetting van de aanvallen en de uitbreiding ervan naar tal van andere terroristische groeperingen te rechtvaardigen, beriepen de Verenigde Staten zich op een nieuwe uitleg van het VN-Handvest: zelfverdediging tegen niet-statelijke groeperingen die als een bedreiging werden gezien.

Tot dat moment was het regel onder VN-leden dat het door het Handvest geformuleerde recht op zelfverdediging alleen gold voor bedreiging door een andere staat. Door deze regel te verruimen tot bedreiging door niet-statelijke groeperingen, verschaften de VS andere staten een legale dekmantel om op internationale schaal unilateraal geweld te gebruiken. In het daaropvolgende decennium namen steeds meer regeringen deze theorie over.

Golf van dodelijke conflicten

Tegen 2014 werden de gevolgen van deze verschuiving merkbaar. Met de opkomst van Islamitische Staat voerden de Verenigde Staten hun strijd tegen het terrorisme in het hele Midden-Oosten op, en vele andere landen sloten zich daarbij aan. In datzelfde jaar beëindigden de Verenigde Staten en de NAVO officieel hun gevechtsoperaties in Afghanistan, maar ze bleven in aanzienlijke mate steun verlenen aan de Afghaanse strijdkrachten. Tijdens het afgelopen decennium was er ook een golf van dodelijke conflicten in Syrië, Irak, Ethiopië, Jemen, de Democratische Republiek Congo, Nigeria, Somalië, Libië en Gaza, waarbij de buitenlandse staten die zich in die conflicten mengden meestal naar het recht op zelfverdediging verwezen. Dat heeft honderdduizenden levens gekost.

Intussen zijn oorlogen tussen staten, waarvan het aantal na 1945 tot een nieuw dieptepunt was gezakt, weer volop terug. De grootschalige invasie van Oekraïne door Rusland in 2022 heeft jaarlijks tienduizenden Russen en Oekraïners het leven gekost. In datzelfde jaar vielen er doden bij interstatelijke conflicten in Syrië, Polen, Kirgizië en Tadzjikistan. In 2024 braken er conflicten uit tussen Iran en Israël, en Afghanistan en Pakistan, en gebruikten de Verenigde Staten en verschillende bondgenoten dodelijk geweld in Jemen.

Ook andersoortige conflicten zijn de afgelopen jaren toegenomen. De oorlog tussen Israël en Gaza, waarvoor nu een fragiel en instabiel staakt-het-vuren geldt, heeft meer dan 72.000 levens gekost. Tienduizenden burgers zijn omgekomen in de burgeroorlog in Soedan, die in 2025 flink escaleerde.

Nu heeft Trump het Amerikaanse leger opdracht gegeven Venezuela te bombarderen, een operatie die volgens plaatselijke autoriteiten minstens honderd mensen het leven heeft gekost. Uit deze aanval, gevoegd bij de Amerikaanse luchtaanvallen op meer dan dertig vermeende Venezolaanse drugssmokkelboten, blijkt dat de restricties op oorlogvoering die het Handvest formuleert volstrekt worden genegeerd en dat het recht van de sterkste terug is van weggeweest.

Recht op zelfverdediging is geen rechtvaardiging voor deze militaire operatie. Drugshandel is geen ‘gewapende aanval’ op de Verenigde Staten, het internationale rechtscriterium voor een rechtmatige daad van zelfverdediging. Ook al is Maduro illegaal aan de macht gekomen en heeft hij zich schuldig gemaakt aan strafbare feiten, dan nog wettigt dat niet het gebruik van militair geweld tegen Venezuela. Geweldloze middelen, zoals economische en diplomatieke sancties, zijn de enige reacties die het internationaal recht toestaat. Het gebruik van militair geweld om een ​​ongewenste regering ten val te brengen zal zich niet beperken tot de Verenigde Staten. Reken maar dat anderen het voorbeeld zullen volgen.

Krachtig verzet tegen Trump

Misschien is er nog tijd om deze ontwikkeling te stoppen. Toen Rusland Oekraïne binnenviel, werd de invasie door meer dan 140 staten als illegaal veroordeeld, waardoor een vermoedelijke doodsteek voor het rechtssysteem werd afgewend. Zoiets is hoognodig om de internationale rechtsorde te beschermen wanneer een machtige staat de regels overtreedt. Tot nu toe is echter maar een handjevol staten bereid geweest zich krachtig tegen Trump te verzetten. Als staten er niet in slagen om gezamenlijk het verbod op het gebruik van geweld – de hoeksteen van de naoorlogse rechtsorde – te handhaven, zullen er nog veel meer doden vallen in conflicten waartegen geen kruid gewassen is.

In Ernest Hemingways roman En de zon gaat op (1926) legt het personage Mike Campbell uit hoe hij bankroet is geraakt: „Geleidelijk en toen opeens.” De decennia van onvolmaakte maar ongekende vrede waaraan het VN-Handvest mede heeft bijgedragen, wacht ​​nu hetzelfde lot. Nu de Verenigde Staten zich niet langer houden aan de grondbeginselen van de internationale rechtsorde die zij ooit zelf voorstonden, dreigt het toch al wankele rechtssysteem volledig in te storten.

Dit artikel verscheen eerder in The New York Times en werd vertaald in samenwerking met 360 Magazine.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief Wereldzaken

Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.

Source: NRC

Previous

Next