Media De kleine Israëlische krant Haaretz informeert zijn lezers wél over de genocide in Gaza. Het komt verslaggevers op doodsbedreigingen te staan, en dat niet alleen. „Te oordelen naar het handelen van de regering, willen ze ons het zwijgen opleggen.”
Ingang van het redactiegebouw van de Israëlische krant Haaretz in Tel Aviv.
Het ritueel is „heilig”. Al veertig jaar lang stapt Gideon Levy elke week in de auto om een reportage te maken in de bezette Palestijnse gebieden. Lang deed hij dat op zondag, maar sinds een jaar of vijftien gaat de journalist van de Israëlische krant Haaretz op maandagen. Bij hoge uitzondering sloeg Levy deze week in december over, hij was ziek. „Verschrikkelijk,” vindt hij het. „Ik ben al de hele week van slag.” Levy, een kwieke zeventiger, heeft nog altijd een nare hoest als NRC in Tel Aviv bij hem thuis op de bank zit. Gestoken in een fel rood trainingspak – met daaronder rode sokken in sandalen – vertelt hij dat hij van plan was naar Jenin op de Westelijke Jordaanoever te gaan, waar een paar dagen daarvoor twee Palestijnse mannen door het Israëlische leger zijn doodgeschoten.
Levy spreekt van een executie. „Op video zie je duidelijk hoe ze hun handen in de lucht steken.” Hij had een afspraak om met de familie van een van de slachtoffers te praten. In de veertig jaar dat hij dit werk doet heeft slechts één keer een familie geweigerd hem te woord te staan. „We komen bij gezinnen die net de dag ervoor hun kinderen hebben verloren, maar altijd is er de bereidheid om met Israëliërs te praten – en de verbazing dat er een Israëliër zonder wapens langskomt.”
Israëlische media berichten weinig over Israëlisch geweld op de Westelijke Jordaanoever of in Gaza, en al helemaal niet vanuit Palestijns perspectief. Haaretz – opgericht in 1919 en de oudste krant van het land – vormt daarop de uitzondering. Voor vergelijkbare verslaggeving ben je aangewezen op veel kleinere, meer niche online platforms waar meer Palestijnse journalisten werken, zoals +972 Magazine en Sicha Mekomit [Lokale Oproep].
Haaretz deelt geen precieze abonnee-aantallen, maar heeft volgens hoofdredacteur Aluf Benn zo’n 200.000 Engelstalige en Hebreeuwse abonnees, dat is zowel voor de papieren krant als online. In 2024 bereikte de dagelijkse verslaggeving 6,1 procent van de Israëliërs, aldus marktonderzoeker Kantar. Ter vergelijking: Israëls grootste krant, het gratis dagblad Israel Hayom, bereikt 26,6 procent van de Israëliërs.
Haaretz is vooral de krant van de kleine linkse elite, zegt de Israëlische mediadeskundige Ayala Panievsky, die eerder zelf voor de krant schreef en de auteur is van het recent verschenen boek The New Censorship, waarin ze beschrijft hoe media wereldwijd zich voor het karretje laten spannen van het rechts populisme.
Maar lezersaantallen zijn volgens Panievsky niet de juiste maatstaf om de invloed van Haaretz te begrijpen: de reputatie ervan is zo solide dat ook mensen die niets met de krant hebben hem serieus nemen.
Journalisten van Haaretz werken op de redactie in Tel Aviv.
Via de populaire Engelstalige editie bereikt Haaretz bovendien een wereldwijd publiek, waaronder ook veel buitenlandse journalisten. Nieuws over kolonistengeweld op de Westelijke Jordaanoever of de vernietiging van Gaza door het Israëlische leger vindt via Haaretz zijn weg naar andere media. Reden voor de invloedrijke, rechtse televisiepresentator Amit Segal om tijdens een live-optreden afgelopen oktober zijn publiek te waarschuwen dat Haaretz.com „de grootste bedreiging vormt voor Israëls positie in de wereld”.
De beschuldiging dat de Haaretz-redactie voornamelijk zou bestaan uit Israëliërs met zelfhaat, is niet nieuw. Golda Meir, de eerste vrouwelijke premier van het land (1969-1974), zei ooit dat de enige regering die de krant ooit heeft gesteund de Britse Mandaatregering was, nog voor de oprichting van de staat Israël. Maar de kloof tussen Haaretz en de rest van de Israëlische media nam de afgelopen twee jaar nieuwe, ongekende proporties aan.
„De gruwelijke beelden die de afgelopen twee jaar uit Gaza kwamen, de hongersnood, de moorden, de baby’s: ze maakten geen deel uit van het verhaal dat de andere media in Israël vertelden”, zegt Panievsky. Uit onderzoek dat ze de afgelopen jaren deed blijkt dat slechts 3 procent van de oorlogsverslaggeving van Israëls best bekeken televisiezender, Kanaal 12, ging over de situatie van de mensen in Gaza.
De redactie van Haaretz is gevestigd in een wijk waar de gentrificatie nog moet beginnen, te midden van graffiti, werkplaatsen en een opvallend groot aantal motorverkopers in Zuid-Tel Aviv. Maar ook de krant drukt zijn stempel op de buurt: de Schocken-straat dankt zijn naam aan de familie die Haaretz al sinds 1935 in handen heeft. Met uitgever Amos Schocken (80) staat inmiddels de derde generatie aan het roer.
Zijn grootvader Salman vergaarde een fortuin met warenhuizen in Duitsland, voordat hij voor de nazi’s vluchtte naar het Britse mandaatgebied Palestina. Zijn persoonlijke bibliotheek, bestaande uit zo’n dertigduizend boeken, ging mee. Kleinzoon Amos verzamelt geen boeken maar kunst. Hij bezit een van ’s werelds grootste collecties Israëlische werken, de redactie van Haaretz hangt er vol mee. Veel van de kunst heeft een activistisch tintje, zoals het grote schilderij bij de ingang, van premier Golda Meir die op een door paarden voortgetrokken strijdwagen door de hemel rijdt, omringd door huilende vrouwen.
Het is knus op de redactie. Zo’n 25 redacteuren zitten samen in een grote ruimte, in een zee van beeldschermen en onder een regenboogslinger. Tussen de kunst hangt een pentekening van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu als stripfiguur, die „sleep me voor de rechter” roept.
Hoofdredacteur Aluf Benn (60) ontvangt in zijn kantoor. Alle werken die daar hangen zijn van zijn dochter, die kunstenaar is. „De aanslag van Hamas op 7 oktober raakte Haaretz hard”, zegt Benn. „Elke journalist kreeg die dag wel telefoontjes van mensen van wie vrienden of familieleden waren vermoord of die zich op dat moment moesten verstoppen. Jonge collega’s hadden vrienden op het Nova-festival dat door Hamas werd overlopen en onze eigen verslaggevers kwamen terecht in vuurgevechten.” Onder het geloei van het luchtalarm probeerden de redacteuren in Tel Aviv hun werk te doen.
De traumatische ervaring van 7 oktober en de nasleep ervan doen Israëliërs het lijden in Gaza nog altijd negeren, zegt Benn. Journalisten vinden het „ongemakkelijk” om dat te verslaan en „zelfs de grootste critici van Netanyahu vertellen me dat ze na 7 oktober geen medelijden meer kunnen voelen met de Palestijnen”.
Hoofdredacteur Aluf Benn van Haaretz.
Heeft de verslaggeving van Haaretz op geen enkel moment geleden onder een vergelijkbaar sentiment? Critici ter linkerzijde van Haaretz, waar er in Israël weinig van zijn, stellen dat de aandacht voor het lot van de burgerbevolking in Gaza in de eerste weken van de oorlog slechts langzaam op gang kwam.
Dat is niet hoe Nir Hasson het ziet, de journalist (50) die de afgelopen twee jaar voor de krant schreef over de humanitaire crisis in Gaza. Hij wijst op de editie van 8 oktober, een dag na de aanslag van Hamas. „De voorpagina opent met de kop: ‘Honderden Israëliërs vermoord’. Maar wat staat er in de onderkop? ‘Gaza meldt 240 doden na Israëlische luchtaanvallen.’ Vanaf dag één publiceerden we het aantal Palestijnse slachtoffers.” Haaretz kan niet anders, stelt Hasson. „Het is onderdeel van zijn DNA.”
NRC spreekt hem in de tuin van een café Jeruzalem. Hasson – op dat moment eigenlijk de klimaatverslaggever van Haaretz – volgde na 7 oktober de bewoners van de zwaar getroffen kibboets Nir Oz vlak bij Gaza (de plek die zijn vader in de jaren vijftig hielp stichten en waar Hasson naar is vernoemd). Maar toen het dodental in Gaza in de zomer de veertigduizend oversteeg, realiseerde Hasson zich dat wat in Gaza gebeurde uitzonderlijk was. „Het humanitaire leed vond plaats op een compleet andere schaal dan in de Syrische burgeroorlog of de oorlog in Irak.”
Hij vroeg de hoofdredactie of hij zich fulltime mocht richten op de humanitaire situatie in Gaza. Dat mocht. De aandacht voor Palestijns leed was geen politieke keuze, aldus hoofdredacteur Benn, maar een kwestie van professionaliteit: „Je kunt een oorlog niet van slechts één kant verslaan.”
Het aantal Engelstalige abonnees maakte een sprong na 7 oktober, zegt Benn. Net zoals eerder het aantal Hebreeuwse abonnees tijdens de vooroorlogse protesten in Israël tegen de regering-Netanyahu en diens pogingen de macht van het hooggerechtshof te beknotten.
Maar ook binnen Haaretz bestaan meningsverschillen over de verslaggeving over Gaza. Je leest het tussen de regels door in de krant. Zo spreekt journalist Gideon Levy van „genocide” in Gaza: een woord dat soms in columns en opiniestukken van Haaretz opduikt, maar volgens Benn geen deel uitmaakt van de reguliere nieuwsverslaggeving. Is dit onderwerp van discussie bij de krant? „Niet echt”, zegt Benn. „Aanvankelijk vond ik al het gebruik ervan misplaatst, maar na verloop van tijd stonden we mensen toe het te gebruiken.”
„Ik heb het erin gesmokkeld”, zegt Levy later desgevraagd met een ondeugende glimlach. „Ze vinden het niet leuk, Aluf en de krant denken niet dat het een genocide is. Maar ze laten me het woord gebruiken.” Zo zijn er volgens Levy vaker dingen veranderd. „Jaren geleden lag het nog gevoelig om te spreken van ‘oorlogsmisdaden’, maar geleidelijk veranderde dat. Net als ‘apartheid’: tegenwoordig gebruikt iedereen het.”
Benn spreekt van „een debat dat we niet uit de weg gaan”. Haaretz plaatste onder meer in januari 2025 een opiniestuk van twee prominente Israëlische holocaust-experts die oordeelden dat er in Gaza een genocide plaatsvond. „Door in de krant zowel mensen te hebben die van genocide spreken als mensen die dat niet doen, geef je lezers denk ik een beter beeld”, zegt Benn.
Nir Hasson noemt het Israëlische geweld in Gaza van de afgelopen twee jaar zelf een genocide, maar gebruikt de term niet in zijn verslaggeving. „Ik schrijf in het Hebreeuws en in de Israëlische samenleving betekent het woord ongeveer hetzelfde als ‘holocaust’.” Die ambiguïteit doet hem de term vermijden. „Wat belangrijk is, is dat we de feiten brengen: het aantal mensen dat is vermoord, hoeveel mensen zijn uitgehongerd, hoeveel huizen en infrastructuur er vernietigd is.”
Zijn verslaggeving over Gaza heeft Hasson veel vrienden gekost. „Vooral vrienden van wie de kinderen in het Israëlische leger zitten. Ze kunnen de gedachte niet verdragen dat hun kinderen deel uitmaken van wat ik beschrijf.” Hij ontving honderden doodsbedreigingen en haatmails.
De redactiezaal van Haaretz.
Gideon Levy had bodyguards nodig rond 2014, het jaar dat zijn meest controversiële stuk verscheen. Ook toen regende het bommen op Gaza, en de journalist bekritiseerde de Israëlische piloten in de gevechtsvliegtuigen. „De crème de la crème van de Israëlische samenleving”, zegt Levy. In zijn stuk schreef hij hoe „de meest welbespraakte, gepolijste, briljante en goed opgeleide soldaten” – uit de beste families en met de mooiste vriendinnetjes – vanuit de lucht „de ergste, wreedste en meest verachtelijke daden” begaan. Er brak een enorme rel uit. „Haaretz verloor een miljoen shekels aan opzeggingen en adverteerders die zich terugtrokken”, zegt Levy.
„De krant organiseerde voor alle mensen die hun abonnement hadden opgezegd een avond in het Tel Aviv Museum, met Aluf Benn, uitgever Amos Schocken en mij,” zegt Levy. „Er was een buffet met alles erop en eraan, maar de avond eindigde in een compleet fiasco. Iedereen bleef maar schreeuwen en we kwamen er zelf amper tussen.”
Toch is dit nog altijd het stuk waar Levy het meest trots op is. „Het was Haaretz op zijn best. De krant bleef pal achter me staan, terwijl het ze niet alleen veel geld kostte, maar ook prestige en invloed.” Levy weet niet of dat vandaag de dag hetzelfde zou zijn. „Sinds 7 oktober zijn er ook bij Haaretz dingen veranderd.” Hij krijgt de vrijheid om te schrijven wat hij wil, maar „minstens een of twee” van de collega’s die hem toen steunden, zouden dat in een vergelijkbare situatie nu minder snel doen, denkt hij. „Ik krijg soms het verwijt dat ik niet zie dat er op 7 oktober iets fundamenteels is veranderd.”
Levy ziet de verandering in de Israëlische maatschappij met lede ogen aan. Nog het meest zorgen baart hem de regering van premier Netanyahu. „Het zou me niet verbazen als over een jaar of vijf mensen zoals ik worden gearresteerd. Ik overdrijf niet, anderen worden nu al opgepakt, nadat ze dingen op sociale media hebben gezet die ik ook gewoon in Haaretz schrijf.”
Het redactiegebouw van Haaretz in Zuid-Tel Aviv.
Netanyahu beschuldigt veel Israëlische media ervan hun publiek te willen „hersenspoelen” met wat hij links gedachtegoed noemt, ook al schrijven andere media dan Haaretz amper kritisch over de oorlog in Gaza. „Media doen hun best om lezers of kijkers duidelijk te maken dat ze niet zijn waar Netanyahu hen voor uitmaakt”, zegt media-expert Panievsky. „Op die manier schuift het medialandschap steeds verder op naar rechts.”
De regering-Netanyahu probeert nieuwe wetgeving te introduceren die de onafhankelijke media-toezichthouders moet vervangen via politieke benoemingen. Critici waarschuwen dat Netanyahu media verder onder druk kan zetten door onder meer het opleggen van forse boetes. In december besloot het kabinet de onafhankelijke legerradio uit de lucht te halen en vorig jaar werd de Qatarese nieuwszender Al-Jazeera in Israël verboden, terwijl via de wet allerlei financiële voordelen werden geregeld voor televisiezender Kanaal 14, die pro-Netanyahu is.
Haaretz is in het bijzonder een doelwit van Netanyahu. In november 2025 instrueerde zijn regering door de overheid gefinancierde instanties niet meer met de krant te communiceren. Ook mogen ze er geen advertenties plaatsen. „Het eerste dat sterft met de democratie is vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid”, zegt hoofdredacteur Aluf Benn. „Te oordelen naar het handelen van de regering, willen ze ons het zwijgen opleggen.”
„Haaretz spreekt misschien een minderheid van de Israëliërs aan”, zegt Levy. „Maar aan de andere kant hebben onze lezers Haaretz harder nodig dan ooit, want we worden geconfronteerd met fascisme.” Nir Hasson krijgt naast doodsbedreigingen ook veel steunbetuigingen, vertelt hij. „Israëliërs vertellen me dat ze hun maandelijkse abonnementskosten beschouwen als een ‘democratie-belasting’. Om Israël te redden, gaan ze de straat op om te demonstreren en nemen ze een abonnement op Haaretz. Als Haaretz-abonnee koop je niet alleen een dienst, het is onderdeel van je identiteit.”
Wat moet je deze week kijken? Tips en achtergronden over boeiende films, series en tv-programma’s
Source: NRC