Boudewijn Revis | directeur Staatsbosbeheer Staatsbosbeheer moet een grote rol krijgen bij het inrichten van de natuur, zegt de nieuwe directeur. Alleen dan kan er effectief iets gedaan worden tegen stikstof en klimaatverandering. Revis ziet veel conservatisme: „Er is soms evenveel weerstand tegen het planten van een boom als tegen het kappen van een boom.”
Boudewijn Stevis was wethouder in Den Haag en werkt sinds 2020 voor Staatsbosbeheer.
Het is eigenlijk simpel. „Nederland kan alleen van het stikstofslot met goed natuurbeheer”, zegt de nieuwe directeur van Staatsbosbeheer. En daar heb je zijn organisatie voor nodig. Staatsbosbeheer bezit 7 procent van de landoppervlakte van Nederland, 268.000 hectare, met vaak kwetsbare natuurgebieden. Van de 162 Natura2000-gebieden hebben er 128 een stikstofprobleem en 110 van die gebieden beheert Staatsbosbeheer. „Je kunt ons de privaatrechtelijke eigenaar van het stikstofprobleem noemen.”
Vandaar.
Boudewijn Revis (51) heeft niet eerder de pers te woord gestaan sinds hij vijf jaar geleden na een wethouderschap in Den Haag (VVD) bij Staatsbosbeheer kwam werken, en hij vorig jaar algemeen directeur werd. Nu wil hij zich uitspreken; er staat veel op het spel. En dus ontmoet hij NRC in het Haagse Bos, naast het Malieveld, in een voormalige boswachterswoning.
„Je kunt niet de samenleving dwingen stikstof te reduceren als je niet ook het natuurbeheer goed regelt. Je kunt niet een boer uitkopen die vervolgens ziet dat de natuur verpietert omdat daar geen geld voor is. Je moet mensen die met emissiereductie te maken krijgen wel kunnen vertellen dat het zin heeft.”
Boudewijn Revis (1974, Nijmegen) is sinds maart vorig jaar algemeen directeur van Staatsbosbeheer. Daarvoor was Revis vijf jaar directeur ‘terreinbeheer en ontwikkeling’ bij het Rijksvastgoedbedrijf. Eerder was hij acht jaar wethouder (VVD) in Den Haag. Revis werd opgeleid tot officier infanterie aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda en werkte dertien jaar bij Defensie. Ook was hij enige tijd directeur van het partijbureau van de VVD en voorzitter van Scouting Nederland.
„Het korte antwoord is nee. We krijgen van twaalf provincies twaalf verschillende subsidiebeschikkingen, met steeds twaalf keer 84 procent van de 100 procent die nodig is om goed natuurbeheer uit te voeren. We zitten permanent op 16 procent tekort. Terwijl stikstof leidt tot hogere kosten in onze gebieden, we moeten bijvoorbeeld vaker maaien. Stikstof zorgt voor de erbarmelijke staat van de natuur.”
„Nee. Het is waar dat als het waterpeil in een natuurgebied hoog is, sommige gebieden wat weerbaarder zijn tegen stikstof. Maar emissiereductie is hard nodig. Net als herstelmaatregelen. Die nemen provincies graag: een eenmalige actie voeren om iets te doen wat het systeem verbetert, en waarvoor je dan een lint kunt doorknippen. Maar dat heeft de aandacht afgeleid van wat je steeds opnieuw moet doen, en dat is beheren. Ecologisch verantwoord maaien. Elke vier jaar met de expertise van een boswachter een bosvak dunnen. Dat is een ondergeschoven kindje.”
„Nou, we zitten in een versnipperd landschap met gedecentraliseerd natuurbeheer door provincies. Terwijl wij niet alleen de kennis hebben maar ook beschikken over grote gebieden waarvoor we op nationaal niveau maatregelen kunnen nemen. Intensief beheer leidt tot een gezondere natuur. Wij zijn een rijksuitvoerder, het Rijk kan ons opdrachten geven, daar kun je meer gebruik van maken dan nu.”
„Niet alleen. Er is veel debat over de overgangsgebieden van de Natura2000-gebieden. Hoe groot moeten die zijn? Vijfhonderd meter? Twee kilometer? In alle provincies lopen daarover gebiedsprocessen met verschillende uitkomsten. Je kunt er anders naar kijken. Wij kunnen op nationaal niveau een analyse maken in welke overgangsgebieden hydrologische maatregelen veel effect hebben, en waar minder. Ook bij het beheren van terreinen van bijvoorbeeld Defensie en Rijkswaterstaat kunnen wij een sleutelrol spelen. Bij Defensie zijn ze best trots op alle flora en fauna in hun gebied. Maar als we hun terreinen bij de Veluwe in samenhang zouden bekijken met onze gebieden daar, en als één systeem benaderen, dan kun je daar het maximale ecologische rendement uit halen.”
„We zijn een rechtspersoon met een wettelijke taak, die moeten we invullen, zeker gezien de omstandigheden. Om onze doelen te halen, is vernieuwing van het natuurbeheer hard nodig. De laatste vernieuwing dateert van twaalf jaar geleden, toen het natuurbeheer bij de provincies kwam te liggen en er een flinke bezuiniging bij kwam. De vraag is nu of we de nationale belangen niet beter dienen met een andere inrichting; minder ingewikkeld, minder technocratisch, minder procesmatig, minder juridisch, minder tegenstrijdig, minder verkokerd. We moeten het behalen van de Europese richtlijnen centraal stellen. En hoe kun je nou die doelen serieus nemen als je ons 84 procent geeft van wat nodig is? Je zegt tegen de politie toch ook niet: jullie krijgen 84 procent van de 100 procent die nodig is om Nederland veilig te houden?”
„Er is een verandering nodig in het kijken naar natuur. Er wordt vaak gezegd dat natuur een linkse hobby is, maar het is vaak een heel conservatieve aangelegenheid. Het gaat altijd over beschermen, behouden, herstellen, terug naar vroeger. Dat komt niet met de werkelijkheid overeen. Natuur is een bewegend ecosysteem. We houden ons krampachtig vast aan de verplichting van ruim een kwart eeuw geleden om soorten te behouden. Terwijl er ook nieuwe soorten komen, bijvoorbeeld door klimaatverandering. In de Biesbosch verscheen ineens een klein vogeltje dat heel veel lawaai maakt, Cetti’s zanger. Die is door klimaatverandering vanuit Frankrijk naar Nederland gekomen. Inmiddels zit hij hier overal. Vogelaars zijn er dol op. Het bewijst dat het ecosysteem functioneert. Maar het wordt niet erkend in de regels voor Natura2000. Terwijl anderzijds de fijnspar onder druk staat. En is het erg als de fijnspar straks groeit op andere plekken in de wereld? Dat moeten we accepteren.”
„Dat is een ingewikkelde vraag. We moeten er met een open blik naar kijken. We zijn nu nog erg soortgericht de natuur aan het beoordelen. En ik ga de grutto nu even heel klein maken, maar eigenlijk is die niet meer dan een signaalsoort voor hoe het met de biodiversiteit in een gebied is gesteld. En als de soortenrijkdom in dat gebied is gegarandeerd, dan is het niet zo erg als de grutto verhuist en er bijvoorbeeld een Cetti’s zanger komt wonen. Het gevaar is wel dat we zeggen: we kunnen zonder grutto dus laten we er een asfaltweg neerleggen. Een goed functionerend ecosysteem is essentieel. En daar ben ik optimistisch over.”
„Natuurbeheer moet minder behoudend worden, meer op de toekomst gericht. Je kunt wel steeds dat mooie cultuurlandschap uit 1815 willen herstellen, maar ik kijk liever vooruit naar wat klimaatverandering gaat betekenen, bevolkingsomvang, en welke rol gezonde natuur daarbij speelt. Neem de rivieren. Die zullen vaker uitdrogen in de zomer en buiten hun oevers treden in de winter. Dat betekent bredere rivierbeddingen, meer uiterwaarden, zoals de Millingerwaard bij Nijmegen een prachtig natuurgebied is geworden, met kraanvogels en bevers. Dat is de natuur van de toekomst, grote natuurlijke systemen. En dat moeten we omarmen in onze ruimtelijke inrichting.”
„We moeten nadenken over hoe een bos er over vijftig of honderd jaar uitziet. Het is best een dilemma welke bomen je daarvoor nu al moet planten. We moeten zorgen voor bossen die groeien in een opwarmend klimaat, én die bestand zijn tegen kou als de golfstroom ineens omdraait. Gelukkig hebben we veel gepassioneerde mensen met een enorme vakkennis. Die zien de verandering, denken na over de toekomst. We werken aan klimaatbestendige bossen, waarin we naaldhout deels vervangen door verschillende soorten loofbomen. Door het mengen van boomsoorten wordt een bos robuuster bij klimaatverandering. Zodat als essen sterven door de essentaksterfte, je nog andere soorten hebt.”
Revis: „Er is soms evenveel weerstand tegen het planten van een boom als tegen het kappen van een boom.”
„De mate waarin een ecologisch systeem robuust is, heeft zeker met de omvang te maken. Maar essentieel is ook hoe die natuurgebieden met elkaar verbonden zijn. Nederland wordt niet groter. We moeten met de huidige ruimte onze ambities waarmaken; voor elektriciteitsnetten, defensieterreinen, waterveiligheid, woningbouw. Die ambities lukken niet zonder meer ruimte voor de natuur, of als je natuur niet gaat beschouwen als bondgenoot. We kunnen meer ecologisch rendement halen uit waterveiligheid en defensieterreinen. Ook werken we samen met een paar duizend boeren aan agrarisch natuurbeheer en met ruim vijftig boeren gaan we nog een stap verder, met natuurinclusieve landbouw. En nu hangt groen nog onderaan bij het bouwen van woonwijken. Maar je zou groen ook als uitgangspunt kunnen nemen, zodat iedereen uitkijkt op bomen en beschikt over een park op loopafstand.”
„Meer bos is hartstikke belangrijk. We hebben meer bos nodig. Het is goed voor het klimaat. Voor de recreatie. Je kunt in een bos veel meer wandelaars kwijt dan in een lege polder. We realiseren ook meer bos, maar we zijn daarbij ook enorm afhankelijk van vergunningstrajecten en bureaucratische rompslomp. Ook zien we tot mijn verbazing veel conservatisme. Weerstand tegen verandering. Mensen die geen bos willen omdat ze willen uitkijken over de polder. Er is soms evenveel weerstand tegen het planten van een boom als tegen het kappen van een boom.”
„Zelf vind ik een bos fantastisch, je hebt al snel een lekkere zondagmiddag. Maar de crisis is enorm. Ecologisch gezien wandel je eigenlijk door een groene doodskist. Veel is verdwenen. Kapot. Denk aan stinsenplanten, het geluid van insecten, vogels, in het voorjaar bloemen op de grond, en de bomen zelf. De bodem is centimeters diep zwaar verzuurd door de stikstof en door de zure regen die er ook nog steeds zit. Een van onze bosbeheerders was laatst met jonge boswachters in Polen om te kijken hoe een bos er ook uit kan zien. In Nederland zie je dat bijna niet meer, in het mooie Savelsbos in Zuid-Limburg nog het meest.”
„Er is best veel belangstelling voor en onze boswachters doen hun werk met plezier, maar soms moeten we zeggen: het is minder romantisch dan je denkt. De samenleving verruwt. We hebben laatst een agressieprotocol moeten opstellen om te normeren welk gedrag van het publiek we niet meer tolereren. Dat had je vijftien jaar geleden niet kunnen bedenken. Maar ook staat het werkplezier onder druk door wat je buiten ziet. Je ziet de natuur achteruit gaan. Er is onder boswachters sprake van klimaatrouw.”
„Het verhaal dat je voor echte natuur met vakantie naar de Amazone moet omdat die hier niet veel voorstelt, is enorme onzin. Onze natuur is uniek. Vanwege de hoge zandgronden die overgaan in rivierdelta’s en de zee. Die overgangen zorgen voor een unieke biodiversiteit. Neem de grijze duinen, een type natuur langs de Hollandse kust; 90 procent van alle grijze duinen in Europa ligt in Nederland. Nee, we hebben fantastische natuur.”
Wat is uw persoonlijke drijfveer?
„Na de politiek heb ik bewust voor een uitvoeringsorganisatie gekozen omdat ik hier meer voor elkaar denk te kunnen krijgen. Het wordt nu filosofisch, maar je ziet dat het vertrouwen in de overheid afneemt. En dat het vertrouwen in de overheid niet zomaar wordt teruggewonnen door een leuk debat in de Tweede Kamer, maar door resultaten. En wie behaalt die resultaten? De uitvoeringsorganisaties.”
De laatste ontwikkelingen rond klimaat, natuur en duurzaamheid
Source: NRC