Home

Ongecompliceerd lekker, die Surinaamse klassiekers

Bij Warung Melatie komt een dwarsdoorsnede van Rotterdam langs, ziet Hassnae Bouazza. De beroemde saotosoep is inderdaad heerlijk, en ook op de bara en broodje bakkeljauw valt weinig af te dingen.

Het klinkt misschien een beetje snobistisch, maar alles wat ik weet van de Surinaamse keuken heb ik geleerd van de Surinaams-Nederlandse sterrenchef Soenil Bahadoer, voorheen van het Nuenense de Lindehof en nu van het indrukwekkende GEM in Gemert. Voor ik hem kende, had ik natuurlijk wel roti en een broodje bakkeljauw gegeten, maar ik was pas echt verkocht toen ik roti bij Bahadoers moeder at, de bami met kip van zijn zus proefde en kennismaakte met zijn bara.

Tijdens het schrijven van zijn eerste boek een aantal jaar geleden spraken we urenlang met elkaar; ik luisterde ademloos naar de verhalen achter zijn gerechten en ontdekte dat wij, twee mensen met volstrekt verschillende achtergronden, als kinderen dezelfde ervaringen hadden gehad in de witte dorpen waar we opgroeiden.

Dat was in de tijd dat aubergines in supermarkten zeldzaam waren, mensen nog klaagden over de kookgeuren van hun buitenlandse buren, en alles wat geen boterham met pindakaas was maar raar werd gevonden. Die kookgeuren en de bijbehorende keukens hebben Nederlanders met overgave omarmd, de mensen die al dat heerlijks meenamen helaas niet zo.

De Surinaamse keuken is de samensmelting van verschillende gemeenschappen die naar Suriname werden gebracht, waar de inheemse Marronbevolking leefde, om daar voor een schijntje te werken; contractarbeiders uit India, China en Indonesië, en Portugese plantagehouders, die allemaal hun gerechten meenamen en daar nieuw leven in bliezen.

Dus wanneer je een broodje pom eet, van een bara smult of op adem komt bij een kom saotosoep, proef je een rijke, lange geschiedenis van mensen die van continent naar continent verhuisden met de recepten van thuis als vaste waarde. En dat is precies wat we komen doen bij het Rotterdamse Warung Melatie, een klein afhaalrestaurant met beperkt plek om er te eten. Als we binnenlopen voor de lunch, werkt de meneer achter de balie onverstoorbaar door; er wordt niet gegroet, niet op of om gekeken, pas als hij zover is, vraagt hij zonder plichtplegingen wat we willen. Het is niet onaardig, zelfs een beetje grappig, de man verspilt geen tijd of energie aan iets anders dan de bestellingen die binnenkomen.

Beste saotosoep

Warung Melatie staat bekend om de saotosoep, die geroemd wordt als de beste van Rotterdam. Saoto is de Surinaamse versie van de Indonesische soto ayam. Bij Warung Melatie is die rijkgevuld met kip, taugé, krokante minifrietjes, vermicelli en een ei, met daarbij geserveerd een kom witte rijst die wij niet aanraken, omdat de soep helemaal goed is. Zeer bevredigend en perfect om bij op te warmen.

Warung Melatie

38 euro voor twee personen

We delen ook een loempia, lekker krokant en goed gevuld met knapperige groenten en zoet-pittig dankzij de saus. Aan het broodje bakkeljauw valt allereerst het warme, fijne brood op. De ziltige smaak van de gedroogde en gezouten vis is ingetogen. De bara, de Surinaamse snack bij uitstek, is goed gefrituurd, niet vettig, het deeg is luchtig en de vulling van zachtgegaarde kip met die kenmerkende smaak van massalakruiden is onweerstaanbaar. Ook fijn is de bami met in ketjap gemarineerde kip; ideaal om te eten op de bank met een goede film.

Dat vind ik het fijne aan de Surinaamse keuken: het is ongecompliceerd lekker. Aards, geurig, kruidig en het soort eten waar je je onmiddellijk thuis bij voelt. De bami, bara, bakkeljauw en saoto zijn pijlers van de keuken, maar niet de enige. Kroonjuwelen als de roti en pom mogen eigenlijk niet ontbreken in een bespreking – en dat doen ze dan ook niet.

Weinig subtiele petjel

De roti is adequaat: de vegetarische versie komt met aardappelen, boontjes en zuur en is prima van smaak, maar mag wat mij betreft guller gekruid worden. Dat geldt ook voor de versie met kip. Die is aromatischer dan de vegetarische versie, je proeft ook hier weer de massalakruiden, maar dat had nadrukkelijker gemogen.

Het broodje pom, afgekort van pomtayer, het feestmaal in Suriname, is ook warm en goed; de pom is romig van structuur en heerlijk kruidig met een subtiele hint van zoet.

Minder subtiel is de petjel, een Oost-Javaanse versie van gado gado, geblancheerde groenten met pindasaus. In deze saus domineert de ketjap op een wat lompe manier.

Misschien vraagt u zich inmiddels af: waar láát die vrouw het? Nou, we zijn dezelfde dag teruggegaan voor het avondeten. En ik ben blij dat we dat gedaan hebben, want terwijl we onze bestelling plaatsten en erop wachtten, kregen we de sfeer goed mee. De meneer achter de balie was nog altijd even onverstoorbaar. Terwijl de zaak volstroomde, bleef hij op zijn eigen tempo werken en tussendoor met een klein kind videobellen.

Ondanks de drukte bleef het opvallend rustig en vriendelijk in de zaak. Mensen die binnenkwamen, vroegen netjes wie de laatste was, zodat er geen onduidelijkheid was over wiens beurt het was, en knoopten spontaan gesprekken met elkaar aan over het lekkere eten.

Dat vind ik het leukste aan Warung Melatie: je ziet een dwarsdoorsnede van Rotterdam voorbijkomen, verschillende culturen en klassen samengebracht door de smaken van de keuken, en alleen daarom is het al de moeite daar te eten of iets af te halen. En de saoto, natuurlijk, die is inderdaad goed. 

Surinaamse kookboeken

Lang moest je met een zaklamp zoeken naar Surinaamse kookboeken, maar de keuken is de laatste jaren bezig met een enorme inhaalslag, én emancipatie, dankzij kookboekauteurs die hun Surinaamse cultuur opeisen en trots uitdragen.

Uit de inmiddels respectabele collectie licht ik er twee uit: Paramaribo van Judith Cyrus, waar ik met veel plezier uit heb gekookt, en Madame Jeanette van Raghenie Bhawanie vol groenterecepten. Uw keuken zal zich met de geweldige aroma’s van heerlijke specerijen vullen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Rotterdam

Het laatste nieuws en de beste stukken over de mooiste havenstad die er is

Source: NRC

Previous

Next