Home

‘Wilt u gevoel in de borst?’ Voor de borstreconstructies van Stefania Tuinder reizen vrouwen uit het hele land naar Maastricht

Zorg Plastisch chirurg Stefania Tuinder (Maastricht UMC+) is befaamd om haar borstreconstructies met eigen weefsel van de patiënt. „Ik ben een hulpmiddel. Ik luister naar wat patiënten vragen.”

Stefania Tuinder legt het behandelproject uit aan een patiënt in het UMC in Maastricht.

De tweede patiënt van vandaag, een jonge vrouw met het haar in een hoge staart, was net geboren toen haar moeder borstkanker bleek te hebben. Dat was in 1986. De kanker werd behandeld, maar kwam terug en de moeder stierf in 2012. „Het was die erfelijke variant”, zegt de patiënt. „Toen ik zelf zwanger wilde worden dacht ik: eerst mijn borsten laten screenen.” Dat was in 2016.

Ze zit in de spreekkamer van Stefania Tuinder, plastisch chirurg in Maastricht UMC+, en naast haar zit haar man met op schoot hun zoontje van vier. Hij kijkt met hem naar een filmpje over dinosaurussen op de iPad en luistert naar het gesprek tussen zijn vrouw en de arts. „Het zál toch niet”, zegt hij. „Dat is wat je denkt.”

Het was wel zo.

„De tumor zat rechts”, zegt de patiënt. „Tegen mijn ribben aan. Ik had hem echt nooit zelf kunnen voelen.”

„Nee, dat voel je niet”, zegt de arts. „Daar hoeft u zich niet voor te verontschuldigen.” Ze staat op van haar stoel en loopt om haar bureau heen naar het jongetje op zijn vaders schoot. Ze zakt door haar knieën en zegt: „Zal ik eens kijken of ik een cadeautje voor je heb?” Hij mag grabbelen in een grabbelton.

Stefania Tuinder voert een consult met haar patiënt en familie.

De patiënt wilde geen enkel risico nemen, dus liet ze haar beide borsten verwijderen. Er kwamen siliconenimplantaten voor in de plaats. En ze liet eicellen invriezen, want door de behandelingen zou ze minder vruchtbaar kunnen worden. „Gelukkig”, zegt ze, „ben ik nog gewoon zwanger geworden.”

„En nu zit u hier”, zegt de arts.

„Ja, nu zit ik hier.”

„En is uw vraag of een reconstructie van uw borsten met uw eigen weefsel mogelijk is, want u heeft” – de arts kijkt naar het beeldscherm van haar computer – „problemen met de prothesen.”

De patiënt knikt en zegt: „Alle clichés zijn van toepassing. Ik heb er last van met slapen en met sporten.”

Haar man: „Je hebt pijn als je op je buik ligt en ook als je op je zij ligt.”

De patiënt: „Ik voel ze de hele tijd als ik op mijn werk ben. Ik ben niet fit.”

„Hm, hm”, zegt de arts.

„Ik ben bang voor lymfeklierkanker. Ik las op Facebook dat vrouwen met borstimplantaten lymfeklierkanker kunnen krijgen.”

„Er is een iets verhoogd risico op een zeer zeldzame vorm ervan”, zegt de arts. „Dat hebben we hier in het ziekenhuis onderzocht.” De kanker, Breast Implant-Associated Anaplastic Large Cell Lymphoma, kan zich ontwikkelen rondom de prothese, vooral als het een inmiddels verboden getextureerde (geruwde) prothese van Allergan BioCell is. Van de 200.000 vrouwen in Nederland met een borstprothese hebben 121 die zeldzame vorm van lymfeklierkanker gekregen. Twee van hen zijn overleden.

„Daar zit ik niet op te wachten”, zegt de patiënt. „Na alles wat ik heb meegemaakt.”

„Dat begrijp ik”, zegt de arts: „En door de pijn en het ongemak denkt u de hele dag aan uw prothesen. Ze belemmeren u in uw functioneren. Kan ik het zo samenvatten?”

„Ja”, zegt de patiënt. „Soms droom ik ’s nachts dat ik ze er zelf uithaal.” Ze huilt. „Sorry.”

„Geeft niks”, zegt de arts. „Huil maar.” Ze wacht tot haar patiënt haar emoties heeft bedwongen en zegt dan: „Voor ons is het feit dat u er constant mee bezig bent een reden om de reconstructie te doen.”

„Serieus?” zegt de patiënt. „Dat mag van de verzekering?”

„Ja”, zegt de arts. „Niet normaal kunnen functioneren is een medische indicatie. Wat doet u voor werk?”

Weefsel uit bovenbenen

Kijk naar haar onderarmen, haar handen. Klein en frêle, en gespierd. Tien jaar geleden voerde Stefania Tuinder op een congres van in microchirurgie gespecialiseerde plastisch chirurgen in New York live en via beeldschermen te volgen een borstreconstructie uit met een techniek die ze zelf had ontwikkeld en waarop ze kort daarvoor gepromoveerd was. Reconstructies met weefsel uit de buik werden al gedaan, maar zij deed het, dat was het nieuwe, met weefsel uit de bovenbenen. Dan konden ook vrouwen zonder voldoende vet in de buik geholpen worden. In hetzelfde jaar deed ze nog iets nieuws: een reconstructie waarbij niet alleen vet, huid en bloedvaten uit het donerende weefsel werden gebruikt, maar ook zenuwen. Door die vast te naaien aan zenuwen in het operatiegebied kon er weer gevoel in de borst ontstaan.

Nu reizen vrouwen uit heel Nederland naar Maastricht om behandeld te worden door Stefania Tuinder. Ook in Italië reizen vrouwen naar haar toe, want ze is Italiaanse van geboorte en werkt een week per maand in Milaan. In Facebook-groepen over borstreconstructie raden vrouwen háár aan. Van die socialemediaroem wil ze niets weten, zegt ze. Wat moet ze ermee? Ze doet haar werk. En dat werk doet ze heel erg graag. „Ik geniet er elke dag van.” Operaties van acht uur of langer? Experimenteren in het laboratorium? Nu haar kinderen groot zijn – ze heeft een dochter en een zoon – kan ze zich er helemaal aan overgeven. Ze zit in het traject om te worden benoemd tot hoogleraar.

CV

Stefania Tuinder (Luino, Italië, 1975) studeerde geneeskunde in Varese, bij Milaan. Haar specialisatie tot plastisch chirurg rondde ze af in het MUMC+ in Maastricht.

Sinds 2007 werkt ze als plastisch chirurg in het MUMC+, gespecialiseerd in microchirurgische borstreconstructies met lichaamseigen weefsel, waarbij ook het gevoel zo veel mogelijk wordt hersteld door zenuwen met elkaar te verbinden. Daarnaast doet ze facialisreconstructies: herstel van functies en symmetrie in het gezicht na een aangezichtsverlamming.

 Stefania Tuinder zit ‘in het traject’ om dit voorjaar te worden benoemd tot hoogleraar.

Niet haar idee om af te spreken bij Harry’s in de Stationsstraat en ze bekijkt met lichte wanhoop alle luxe op de menukaart. Oesters, langoustines, zwezerik, patrijs. „Dat is me allemaal veel te veel.” Een gepocheerd eitje met spinazie wordt het en ze zal de brioche die erbij komt niet aanraken.

Haar vader, een Nederlander, was voor vakantiewerk bij het Lago Maggiore en daar leerde hij haar moeder kennen. Zij was bioloog en werkte in de kippenkwekerij van de familie. Later namen ze het bedrijf over. Zo zagen de kinderjaren van Stefania er dus uit: tussen de kippen, biologische kippen, in een klein dorp aan de niet-toeristische kant van dat Noord-Italiaanse meer.

Fantoomachtig

Volgens haar moeder wilde ze op haar vierde al dokter worden. Na haar studie geneeskunde begon ze in een ziekenhuis in Varese, bij Milaan, aan de opleiding tot internist. Dat viel tegen. Een internist, zegt ze, begeleidt over het algemeen oudere patiënten die hoe dan ook achteruitgaan. Nee, dan plastische chirurgie. „Dat was creatief en werken met je handen.” Ze herinnert zich de eerste facialisreconstructie waar ze bij mocht zijn, bij Grazia Salimbeni, destijds plastisch chirurg in het universiteitsziekenhuis van Pisa. De facialis, nervus facialis, is de gezichtszenuw. Raakt die blijvend verlamd, door een operatie in de hersenen of iets anders, dan hangt het gezicht aan één kant scheef. De mond sluit niet goed, het ooglid zakt naar beneden. De plastisch chirurg kan daar wat aan doen door zenuwtakjes te verleggen en aan elkaar te naaien. Facialisreconstructies doet Stefania Tuinder nu al jaren zelf ook in Maastricht – „daar heb ik een grote passie voor” – maar niet zo vaak als borstreconstructies. Eén op de zeven vrouwen in Nederland krijgt borstkanker, één op de dertig heeft een borstprothese. Een blijvend verlamde gezichtszenuw is een zeldzaamheid.

Grazia Salimbeni werd haar mentor en haar voorbeeld. „Technisch was ze geweldig en ze maakte de resultaten van haar wetenschappelijk onderzoek nooit mooier dan ze waren.” Door haar kwam Stefania Tuinder in het vijfde jaar van haar opleiding tot plastisch chirurg in Maastricht terecht. Toen ze promoveerde op haar eigen vernieuwende operatietechniek was Grazia Salimbeni erbij. Dat was in 2014.

Dat Stefania Tuinder borstreconstructies ging maken met herstel van gevoel komt door haar patiënten. „Vaak zeiden ze dat het hun niet om mooi of lelijk ging. Ze zeiden: ik mís mijn borst zo erg.” Die boodschap moest ze even „verteren” voor ze op het idee kwam om met MRI te gaan kijken hoe in de hersenen het gevoel in de borst wordt gerepresenteerd. Dat was nooit eerder gedaan en het grappige is, zegt ze, dat je bij vrouwen en mannen hetzelfde hersengebied ziet oplichten als de borst wordt aangeraakt.

Stefania Tuinder weet nu dat verlies van de borst kan leiden tot fantoomachtige verschijnselen, net als na het verlies van een hand of een been. Je denkt dat het lichaamsdeel er nog is, maar het is er niet, wat heel verwarrend kan zijn. Binnenkort, zegt ze, rondt ze met haar team een studie af waarbij patiënten niet weten of ze een borstreconstructie met of zonder zenuw hebben gekregen. „De onderzoekers die de metingen doen weten het ook niet en toch zien zij een duidelijk verschil. Wat er op hersenniveau gebeurt bij een patiënt die weer gevoel in haar borst heeft is echt ongelooflijk.”

Littekens

De eerste patiënt van vandaag – een poli-ochtend in november 2025 – zit met haar vriendin tegenover de arts in de spreekkamer, onzeker lachend in haar zwarte met roze trainingspak en zich bij voorbaat verontschuldigend. „Misschien”, zegt ze, „is het overdreven dat ik bij u kom.”

De plastisch chirurg van het ziekenhuis waar ze eerder geopereerd is heeft haar naar Stefania Tuinder verwezen, want het is niet goed gegaan met de reconstructie die meteen gemaakt is nadat de oncologisch chirurg – zo gebeurt het tegenwoordig meestal – de zieke borst verwijderd had.

„De operatie was in maart 2025”, zegt de patiënt. „De nieuwe borst was mooi, ik was er blij mee. Maar toen raakte er een ader verstopt” – door een bloedpropje – „en in juni 2025 hebben ze de borst weer weggehaald.”

„Hm, hm”, zegt de arts. „Hoe voelt u zich nu?”

„Heel goed”, zegt de patiënt. „Na die eerste operatie niet, toen was ik moe. En vóór de operatie was ik moe door de bestralingen. Maar sinds juni voel ik me weer heel goed. Het eten smaakt me weer heerlijk, waardoor ik helaas wel tien kilo ben aangekomen.” Ze lacht naar haar vriendin. „In januari ga ik weer sporten.”

De arts: „Wat doet u?”

De patiënt: „Voetballen. Dat heb ik sinds december 2023 niet meer gedaan, toen kreeg ik de diagnose. Ik wil ook gaan hardlopen. Daarom vraag ik me af: moet ik een nieuwe operatie wel willen? Straks gaat het weer mis en begint alles opnieuw.”

„Relevante vraag”, zegt de arts. „Ook als het niet misgaat, is het een zware ingreep. Vijf dagen opname, drie maanden herstel. En na een jaar komt u terug voor de laatste aanpassingen. Waarom zou u het willen?”

„Ik wil graag normaal zijn”, zegt de patiënt. „Dat ik als ik straks na het voetballen onder de douche sta geen eh…”

„Geen bekijks heb.”

„Liever niet, nee. En ook niet in de sauna. En voor mijn kinderen” – ze heeft er twee – „vind ik het ook geen fijn gezicht.”

Ze kleedt zich uit in de onderzoekskamer. Waar eerst haar linkerborst was is nu een chaos aan littekens, met ergens in het midden het verfrommelde restant van een tepel. „De chirurg in dat andere ziekenhuis zei dat u er nog wel wat van kan maken.”

„Het ligt eraan wat u wilt”, zegt de arts, die voor haar staat en met een snelle blik het lichaam van de patiënt scant. Boven de schaamstreek loopt, van links naar rechts, nog een litteken: daar is het weefsel voor de nieuwe borst weggehaald. „Ik zal u voorbeelden laten zien en vertellen wat de mogelijkheden zijn. U hoeft niets te beslissen. En u stopt mij wel als u meer informatie wil.”

Ze gaat achter haar computer zitten en vertelt over weefsel uit de buik of de flank of het bovenbeen, over nieuwe littekens en waar die zouden komen, over bloedvaatjes die mee getransplanteerd worden – „zeer klein” – en of er eventueel een zenuw moet worden meegenomen. „Wilt u gevoel in de borst?”

De patiënt: „Daar heb ik over nagedacht en ik geloof dat het me niet uitmaakt. Ik zeg altijd: ik heb er twee.” Ze lacht en dan heeft ze een vraag over de bloedvaatjes. „Hoe dun zijn die precies?”

De arts: „Denk aan minder dan een millimeter in doorsnee.”

„Daar kan dus”, zegt de patiënt, „heel gemakkelijk een bloedpropje in blijven hangen.”

De arts: „Dat risico is er altijd.”

„En wat als het gebeurt?”

„Ik ben een pitbull”, zegt de arts. „Mijn team en ik, we zitten er bovenop. De eerste dagen na de operatie zijn we voortdurend aanwezig. Dus als het gebeurt, dan handelen we meteen.”

„En als ik weer thuis ben?”

„Kunt u altijd bellen of mailen of komen. Maar weet u?” De arts glimlacht. „Als u thuis bent raakt er geen bloedvat meer verstopt. Dat gebeurt altijd in de eerste dagen.”

„Hm, hm”, zegt de patiënt terwijl ze naar haar vriendin kijkt. „Ik denk dat ik het ga doen. En dan graag met weefsel uit mijn bovenbenen. Is het beter om voor die tijd af te vallen? Ik wilde terug naar de 85 kilo.”

„Goed idee”, zegt de arts. „Tien kilo eraf en u bent topfit. Hoe fitter u bent…”

„…hoe sneller ik herstel.” De patiënt kijkt weer naar haar vriendin en zegt: „Vind je het geen mooi cadeau voor mijn verjaardag?”

Ze wordt dit jaar vijftig.

Een nagerecht bij Harry’s hoeft Stefania Tuinder ook niet, koffie is oké en als die op tafel staat zegt ze dat ze „geen esthetiek” doet, al is de grens tussen esthetische en plastische chirurgie subtiel. „Voor mij is de functionaliteit het allerbelangrijkste, ik kan daar uren over praten. Kan een patiënt na een facialisreconstructie weer lachen? Weer eten zonder dat er voedsel uit de mond druipt? Voelt een patiënt zich na een borstreconstructie weer zelfverzekerd genoeg om een shirt met open hals te dragen?”

En wat mooi of lelijk is, zegt ze, bepaalt de patiënt, verder niemand. „Ook de dokter niet, dat heb ik in de afgelopen twintig jaar wel geleerd. Ik ben een hulpmiddel. Ik luister naar wat patiënten vragen. Ik vertel wat ik kan doen.” Ze had een patiënt met een mooie nieuwe borst, haar man vond hem ook mooi, en toch: „Zij was er niet happy mee. Je kijkt nog een keer, en nog een keer en je denkt: ben ik nou gek? Ik stond er niet bij stil dat zij haar borst van boven zag” – ze buigt haar hoofd – „en ik van voren.” Dus? „Heb ik de borst aangepast.” Er zijn vrouwen, zegt ze, die het verschrikkelijk vinden om een litteken op hun buik te hebben. Andere vrouwen kan het niets schelen. Weer andere vrouwen vinden littekens op hun bovenbenen verschrikkelijk. „Wie ben ik om er een oordeel over te hebben?”

Een prijs

Waar Stefania Tuinder wel een oordeel over heeft: de mommy make-over. Borsten en buik van vrouwen die een kind hebben gekregen worden teruggebracht naar hoe ze waren voor de zwangerschap. Het is een van de populairste behandelingen die esthetische klinieken aanbieden. „Die náám”, zegt ze. „Die maakt me woedend.” Want? „Een mama hoeft geen make-over. Ja, je kunt na een zwangerschap overtollig vet op de buik hebben, lege borsten. Dat kan gecorrigeerd worden, prima. Maar noem dat geen mommy make-over. Alsof je opnieuw gemaakt moet worden omdat je niet meer aan de norm voldoet. Welke norm? Van wie? Het is zo commercieel.”

Heeft ze zelf weleens wat laten doen?

Ze schudt nee. „Ik vind het prima om ouder te worden.”

De jonge vrouw met het haar in de hoge staart kleedt zich ook uit in de onderzoekskamer en de arts kijkt naar haar borsten. Die zijn, door de prothesen, stevig en rond. Littekens zijn bijna niet te zien. „Een reconstructie met eigen weefsel zal een aantal van uw problemen oplossen”, zegt ze. „Maar het zal niet gemakkelijk voor u zijn. Het is een zware operatie.”

„Weet ik”, zegt de patiënt.

„Een DIEP-flap” – zo heet een reconstructie met weefsel uit de buik – „is voor u de beste optie”, zegt de arts. „Ik kan alleen niet beloven dat ik de spieren helemaal kan sparen. U zei dat u paardrijdt? Uw borsten zullen meteen beter voelen als de prothesen eruit zijn en ik de borstspieren heb teruggebracht naar waar die zaten. Maar het komt met een prijs. U kunt drie maanden uw buikspieren niet gebruiken. Het duurt een jaar voordat u weer de oude bent. En dan krijgt u nog een operatie voor de laatste aanpassingen. Die zijn bijna altijd nodig.”

„Weet ik”, zegt de patiënt. „Ik heb me voorbereid.”

„U moet er ook over nadenken”, zegt de arts als ze weer achter haar bureau zit, „of u wat vollere borsten wilt of wat kleinere.”

„Dat kan me niet schelen”, zegt de patiënt.

Haar man: „Dat zeg je nu. Maar straks?”

De arts: „Voor vollere borsten heb ik meer weefsel nodig en u krijgt een groter litteken.” Ze gaat met een vinger over haar eigen buik naar haar zij en verder naar haar onderrug. „Waar wij snijden ontstaat schade. En als u absoluut niet wilt dat ik in de buikspieren ga, moet u niet voor de DIEP-flap kiezen. Dan zijn er andere mogelijkheden.”

Ze loopt weer om haar bureau naar het jongetje op zijn vaders schoot – „wat ben jij een lieve schat” – en zegt tegen de jonge vrouw dat ze vandaag niet hoeft te beslissen. „Maar als je het wil, dan zet ik je op de wachtlijst.”

Haar man: „Zullen we er thuis nog eens over nadenken?”

„Nee, nee”, zegt de patiënt. „Ik wil het.”

De twee patiënten wilden aan dit verhaal meewerken op voorwaarde van anonimiteit. Hun namen zijn bij de redactie bekend.

Source: NRC

Previous

Next