Zwemmen Marrit Steenbergen zwom vorig jaar vijf Europese records bij elkaar. Ook werd ze opnieuw wereldkampioen. Toch ziet ze zichzelf nog altijd als underdog. „Ik zou soms willen dat ik mezelf wat hoger kon plaatsen.”
Marrit Steenbergen.
Elf jurken moest zwemmer Marrit Steenbergen (25) onlangs terugsturen. Ze had er twaalf besteld, afgelopen december, nadat ze halverwege de EK kortebaan in Polen telefonisch had gehoord dat ze genomineerd was voor sportvrouw van het jaar.
Steenbergen won niet, kogelstoter Jessica Schilder kreeg de prijs. Toch was er genoeg om blij mee te zijn. Van oudsher is Steenbergen niet graag het middelpunt van de aandacht, maar ze had het die avond naar haar zin gehad. „Je zit dan zo vooraan, je weet dat er zomaar een camera op je gericht kan worden”, zegt Steenbergen eind december, in een koffiezaakje in Eindhoven, de stad waar ze traint. „Ik denk niet dat ik daar vroeger echt van had kunnen genieten.”
En sportief gezien: bij die Europese Kampioenschappen had ze gedomineerd. Ze ging naar huis met zes gouden medailles. En, nog mooier, met vijf Europese records. Het scheelde maar een haartje, of ze had zelfs twee wereldrecords gezwommen. Een paar maanden eerder, in augustus, prolongeerde ze bij de WK langebaan in Singapore ook haar wereldtitel op de 100 meter vrije slag, het meest prestigieuze zwemnummer.
„Tijdens het toernooi merkte ik dat mijn vertrouwen in mezelf erg groeide. Mijn niveau was gewoon echt heel hoog. En als ik dan een beetje twijfels had op een dag, dan dacht ik: ja maar hoezo? Gister was ik vet goed. Dat kan niet ineens weg zijn. En vooral op zo’n EK vind ik het makkelijker om van mezelf te accepteren dat ik erbij hoor dan op een WK.”
„Ja, op zo’n 100 meter wisselslag en ook de 200 meter vrije slag ben ik gewoon de tweede zwemmer ooit. Dan doe je wel mee. Nee, dus inderdaad, dat is echt wel zo.”
Marrit Steenbergen.
Steenbergen lacht. „Ja, maar toch, ik weet niet, ik weet dat ik kan zwemmen. Maar ik vind gewoon snel dat er een verschil tussen mij en de andere zwemmers zit. Ik weet niet waarom ik dat heb, en waarom ik dat blijf houden. Maar ook al ben ik dan wereldkampioen, ik heb het gevoel dat… ja, anderen kunnen dat ook.”
De echte top, zegt Steenbergen, zijn volgens haar zwemmers zoals de Amerikaanse Gretchen Walsh of de Australische Mollie O’Callaghan, meervoudig olympisch kampioen, maar ook tweede na Steenbergen op de 100 meter vrije slag in Singapore. „Ik heb het gevoel dat zij het kliekje bovenin zijn en dat ik degene ben die daarop aan het jagen is.”
„Ehm, ja, soms zou ik willen dat ik mezelf iets hoger kon plaatsen. Maar het is ook mijn eigen nuchterheid, denk ik. En misschien ook wel een beetje zelfbescherming. Als het een keer niet lukt, dat is het niet per se het einde van de wereld.”
En soms lúkte het ook niet. De Olympische Spelen van Parijs liepen niet zoals Steenbergen hoopte. In de weken voor het toernooi was ze lange tijd niet helemaal fit, een beetje ziekig. Haar voorbereiding was daardoor niet optimaal, zegt ze. „Ik had niet per se het vertrouwen dat mijn lichaam het kon, daardoor ga je mentaal ook heel erg twijfelen.” In de finale van de 100 meter vrije slag strandde ze op een teleurstellende zevende plaats, terwijl ze een paar maanden eerder nog 52.26 zwom bij de WK in Doha, een tijd waarmee ze zilver had gewonnen bij de Spelen.
Steenbergen stopte na de Spelen een paar maanden grotendeels met zwemmen, al bleef ze wel krachttraining doen. Dat was lekker om allerlei huiselijke redenen, zegt ze. „Ik wilde gewoon, ja heel stom, een dagje naar de Ikea. En een keer om twee uur ’s middags uit mijn bed komen.”
De pauze was ook nodig, na de teleurstelling van ‘Parijs’. „Ik denk wel dat het harder is aangekomen dan ik had gewild. Maar ik wilde dat niet echt uitspreken.” Het spookte door haar hoofd dat ze haar moment had gemist, zegt Steenbergen. „In LA [de volgende Zomerspelen, in 2028] ben ik 28. Dat is niet meer heel jong voor een zwemmer. Toen dacht ik: ja, ga ik het dan halen? Het voelde van: als ik een medaille wilde winnen, dan had ik het nu moeten doen.”
„Ik heb de Spelen wel kunnen parkeren. De prestaties zullen altijd een beetje pijnlijk blijven. Maar het is ook gewoon klaar nu, ik heb ook weer andere dingen laten zien.”
„Ik denk… dan zal er altijd eentje blijven missen. Maar het is niet het einde van de wereld. Het is niet zo dat als ik nu zou stoppen, mijn carrière dan verpest is.”
„Ja, ja, ik had hem in 2016 laten zetten. Op een best wel opvallende plek, op mijn pols. En de jaren daarna ging het niet heel goed. Toen dacht ik wel: ja, shit, nu zit ik met dat ding.”
Als zestienjarige ging Steenbergen in 2016 naar de Zomerspelen van Rio de Janeiro. Ze was een jaar eerder boven komen drijven als supertalent en gold al gauw als het gezicht van een nieuwe zwemgeneratie. Maar lange tijd loste ze de hoge verwachtingen niet in. Steenbergen worstelde met een schouderblessure, maar ook met andere dingen: met haar schoolwerk (ze deed vwo), met haar zelfbeeld. Na lang kwakkelen verloor ze zelfs haar A-status, die recht geeft op de topsportvergoeding van NOC-NSF. Heel even werkte ze in een Italiaans restaurant. „Maar dat was het ook niet. Ik denk dat ik het nu leuker zou vinden, maar toen was ik nog een beetje dat bange, schuchtere meisje, dat dan ineens in een restaurant mensen moest serveren. Dat was een te grote stap.”
Marrit Steenbergen in het zwembad in Eindhoven.
In 2022 brak ze – min of meer opnieuw – door in het zwemmen. Bij de EK kortebaan in Rome won Steenbergen vier keer goud. Een paar maanden eerder had ze een zeven jaar oud persoonlijk record op de 100 meter vrije slag uit de boeken gezwommen. Ze was toen al een tijdje aan het trainen met Patrick Pearson, die stukje bij beetje haar trainingsbelasting opschroefde en die haar aanspoorde om haar doelen uit te spreken. Ook liep ze bij een psycholoog, die haar hielp met persoonlijke worstelingen. Als oefening moest ze bijvoorbeeld een praatje met een teamgenoot beginnen. „Ik vond het spannend om te praten met mensen die niet dicht bij me stonden. Dan ben je 21, en dan moet je leren een gesprek met iemand aan te knopen.”
„Ik vind het nog steeds lastig. Maar ik ben er wel beter in geworden. En de laatste tijd merk ik echt dat ik daar weer stappen in zet. Dat ik dan een trots momentje heb, van: ik heb het gedaan.”
„Ja, ik ben gewoon altijd heel perfectionistisch geweest. Alles kan altijd beter. Ook in het zwemmen. Ik weet niet waar dat vandaan komt. Als ik bijvoorbeeld nu tegen mijn ouders zou zeggen dat ik zou stoppen, vinden zij dat helemaal prima. Zij hebben daar nooit druk op gelegd. Ik denk ook wel dat dat perfectionisme me beter maakt. Maar aan de andere kant haalt het soms ook een beetje het genieten, het trots zijn weg. Bijvoorbeeld in Singapore won ik en was ik superblij. Alleen, na een half uur dacht ik: ja, maar ik zwom 52,5. Dat had wel wat harder gemogen. Dat is zo stom. Dat kan het soms ook wel een beetje overnemen. Terwijl nu denk ik: het is maar drie tiende boven mijn pr. Dat is niet slecht.”
„Op dat moment vond ik het niet raar. Ik was vijftien en het ging allemaal vanzelf. Maar uiteindelijk was het ook wel lastig dat ik op zo’n jonge leeftijd al zo goed was.”
Overigens, zegt Steenbergen, was de buitenwereld haar op een gegeven moment ook wel weer vergeten. „Ik weet nog dat ik een keer in Drachten, bij mijn ouders in de buurt, aan het zwemmen was. En toen was er een man, blijkbaar een triatleet, die zei: wil jij geen triatlons doen? Want je kan wel goed zwemmen. Dus ik zei: nee, ik doe aan wedstrijdzwemmen. En hij vraagt: wie ben je dan? Toen zei ik mijn naam en hij reageerde: oh, ik dacht dat jij gestopt was. Dat moment zal ik echt nooit vergeten.”
Marrit Steenbergen in het zwembad in Eindhoven.
„Nou ja, ik wist wel dat ik harder kon zwemmen. Want ik had dat natuurlijk vroeger al gedaan. Dat heeft me wel op de been gehouden. En hier in Eindhoven bleven ze vertrouwen houden in mij. Ik vroeg soms: waarom mag ik blijven, ik heb al vier jaar niks gepresteerd. Maar ze zagen ook dat ik goede dingen deed in het water.
„En ik wist ook niet zo goed wat ik moest buiten het zwemmen. Ik zat een keer bij mijn psycholoog die vroeg: blijf je zwemmen omdat je het zwemmen leuk vindt, of omdat het vertrouwd is?”
„Ja, stiekem ook wel die vertrouwdheid.”
„Nu zou ik natuurlijk zeggen: probeer er meer van te genieten. Maar dat vertelde iedereen mij toen ook al. Het is ook gewoon wat het is. Uiteindelijk ben ik er goed uitgekomen.
„Kijk, toen bij de EK in Rome heb ik gezegd dat ik naar een psycholoog ging, want ik vind het belangrijk dat je daar open over kan zijn. Dat je je daar niet voor hoeft te schamen. Maar daardoor wordt het ook iets heel groots.”
„Ja, ik vind het wel mooi geweest. Of in ieder geval hoeft het niet het hele gesprek te zijn. Ik richt me liever op de toekomst, wat er nog gaat komen.”
Source: NRC