is socioloog en columnist van de Volkskrant.
Wie na de oliebollen op fitness gaat, zij gewaarschuwd. Ik doe aan aquajoggen en onze juf beëindigt de les graag met de opdracht ‘applausje voor jezelf’. Niet om onze bijzondere prestaties maar simpelweg omdat we meededen. Aan haar sekse ligt het niet, want toen er een keer een man inviel deed hij het ook. Het hoort kennelijk bij groepstrainingen. En vrij veel deelneemsters gaan inderdaad klappen. Alsof wij niet geheel vrijwillig en voor ons plezier zweten in zwembad of sportschool.
Het is, denk ik, een jaar of tien geleden dat ik voor het eerst tot deze collectieve zelfverheerlijking werd opgeroepen. Waar komt die mentale mode vandaan? Op het internet is zelfs een stap-voor-stap oefenschema beschikbaar voor het ik-applaus; het heeft te maken met het ‘oproepen van het blije kind in jezelf’.
Een ridicuul ritueel naar mijn smaak, allereerst door de kunstmatigheid ervan. Maar hoe verhoudt deze zelffelicitatie zich verder tot een schijnbaar verwant psychologisch inzicht dat ik wel nuttig vind?
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het is inmiddels zo’n halve eeuw geleden dat ik college liep bij de even befaamde als beruchte psychoanalyticus prof. dr. P.C. Kuiper, hoofd van de psychiatrische kliniek van het Amsterdamse academisch ziekenhuis. Ik studeerde sociologie maar zoals het heden ten dage in de sociale en geschiedwetenschappen nogal erg veel gaat over de slavernij ging het toen nogal erg veel over de arbeidersbeweging, en Marx kende ik al van huis uit. Ik deserteerde daarom naar het andere uiterste, de psychiaters, waar voor mij een wereld open ging. Aan psychologie deden Marx, Engels, Lenin en mijn ouders niet. Mensen hadden geen ziel, zij hadden een ‘klassepositie’.
Behalve dat Kuiper in witte doktersjas mij introduceerde in het indrukwekkende kennisgebied van de psychopathologie, maakte hij bij het demonstreren van een patiënt (toen nog live!) ooit een terloopse opmerking die me trof omdat de strekking ervan precies tegengesteld was aan wat ik dacht. ‘Mensen die redelijk tevreden zijn met zichzelf’, betoogde hij, ‘zijn prettiger in de omgang dan degenen die zichzelf heel kritisch beoordelen.’ Mij leek jezelf bekritiseren een kwestie van beschaving en bescheidenheid. Nastrevenswaardig dus.
Maar Kuiper had gelijk. Ik verwarde, begreep ik, tevreden zijn met jezelf met zelfgenoegzaamheid en realiseerde me te weinig dat overmatig zelfkritische mensen vaak ook overmatig op zichzelf betrokken zijn en weinig oog hebben voor anderen. Een te onbarmhartige blik op jezelf is bovendien een voedingsbodem voor depressie.
Kuipers stelling komt me regelmatig voor de geest omdat zich na de weinig knuffelige wederopbouwdecennia in de zelfliefde een ware revolutie heeft voltrokken. Neem zo’n reclame als van l’Oréal: ‘Omdat ik het waard ben’. Tot ver in de jaren tachtig zouden weinig vrouwen zichzelf een duur merk cosmetica waard hebben gevonden. Inmiddels is het therapeutisch beginsel dat het gezond is empathie te voelen met jezelf het standaarddevies en lijkt het mensen weinig moeite te kosten eraan te voldoen.
Jongeren, las ik, aarzelen niet om afspraken kort tevoren per app te cancelen en dat dan ook nog met de eenvoudige mededeling dat ze iets leukers te doen hebben. Zelfs tot een smoes voelen ze zich niet verplicht. Onaardig. Toch voel ik wel enige jaloezie. Het is het omgekeerde van de schaamte die mij nog altijd bekruipt als ik een afspraak niet kan nakomen, zelfs al is dat wegens ziekte. Tot een applausje voor zichzelf hoeven deze jongeren niet te worden aangemoedigd.
Na al deze constateringen dringt zich de vraag op hoe het mentale regime van de heilzame zelfliefde zich verhoudt tot het verschijnsel dat het werk van beroepsgroepen die te maken hebben met klanten, patiënten, leerlingen of hun ouders de laatste jaren wordt verziekt door grote bekken die het aan zelfkritiek totaal ontbreekt. Alle dagen bezwijken ambulancebroeders, apothekersassistenten, dokters, leraren, lokettisten, scheidsrechters, treinconducteurs en verpleegkundigen onder de agressie van hun over-assertieve klandizie.
Een sluitend antwoord heb ik niet. Er lijkt iets te zijn misgegaan in het evenwicht tussen zelfliefde en zelfkritiek. Tamelijk tevreden zijn met jezelf is mooi, maar weinig is erger dan de horde die zich boven elke kritiek verheven acht, geen uitstel van behoeftebevrediging verdraagt en het boze kind in zichzelf vrij baan geeft om met gebrul, dreigementen of geweld hun woede over onwelkome boodschappen af te reageren.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns