Home

Dit toestel vliegt deels op biokerosine, maar is dat wel de toekomst?

Terwijl grote olieconcerns als Shell en BP de bouw van fabrieken voor duurzame brandstof in Rotterdam hebben gestaakt, zijn andere spelers juist fors aan het uitbreiden met groene kerosine. Waarom investeren zij wel, terwijl Big Oil afhaakt?

is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.

Buiten ruikt het deze windstille dag een beetje vettig, als op de parkeerplaats van een McDonald’s. ‘Dat klopt wel’, zegt Jorriaan Dorlandt, terwijl hij de bezoeker langs metershoge installaties leidt. Want afgewerkt frituurvet is een belangrijk ingrediënt voor het industriële complex hier op de Rotterdamse Maasvlakte. Alleen worden hier geen hamburgers gebakken, maar wordt gebruikt frituurvet omgezet in onder meer duurzame kerosine voor de luchtvaart.

Hier in Rotterdam leidt Dorlandt, communicatiemanager van het Finse Neste, het bezoek langs een van de grootste fabrieken ter wereld voor de productie van biobrandstoffen. In de reusachtige, mosgroene installaties wordt biodiesel geproduceerd en de komende jaren in steeds grotere hoeveelheden ook biokerosine. De grondstof bestaat uit afvaloliën en dierlijke vetten, die worden aangevoerd door zeeschepen, afkomstig uit ruim zestig landen, die bijna dagelijks afmeren aan de kades van het bedrijf.

Veel van wat hier gebeurt, lijkt op wat er even verderop plaatsvindt in het Botlekgebied, waar installaties van Shell en ExxonMobil aardolie omzetten in brandstoffen. Het verschil: Nestes grondstoffen komen niet uit de aardbodem. Dat maakt de biobrandstoffen een stuk klimaatvriendelijker, omdat de CO2 die vrijkomt bij de verbranding van de biodiesel en -kerosine eerder is opgenomen door gewassen. Wie bijvoorbeeld Nestes biodiesel tankt, stoot tot 90 procent minder CO2 uit, stelt het concern.

Miljardeninvesteringen

Dit klinkt Brussel als muziek in de oren. Daarom wil de Europese Commissie het gebruik van SAF (Sustainable Aviation Fuel, duurzame kerosine) stimuleren met een bijmengverplichting. Voorlopig gaat het om relatief kleine hoeveelheden; sinds vorig jaar moet gemiddeld 2 procent SAF worden bijgemengd. In 2030 moet het aandeel gegroeid zijn tot 6 procent. De bijmengverplichting legt een enorme groeimarkt bloot: zelfs een paar procent meer biobrandstof resulteert in forse productievolumes.

Dit is precies de reden waarom Neste hier in Rotterdam sterk groeit: volgend jaar komt anderhalve kilometer verderop een tweede fabriek gereed, na een investering van 2,5 miljard euro, die helemaal gericht is op de productie van SAF. Nu al stroomt er jaarlijks 1,4 miljoen ton van het spul richting luchthavens in de regio; als de nieuwe fabriek straks op volle toeren draait, verdubbelt de capaciteit bijna tot 2,7 miljoen ton.

Om een indruk te krijgen hoe groot alleen al deze Rotterdamse fabriek is: luchtvaartorganisatie IATA schat dat er in 2025 ongeveer 2 miljoen ton SAF is geproduceerd. Wereldwijd.

Bij alle doemverhalen rond de Rotterdamse haven, waar industrie vanwege onder meer dure en schaarse energie dreigt te vertrekken, is de groei van Neste een opsteker.

Het Finse concern is bovendien niet het enige: ook het Amsterdamse bedrijf Power2X en het Rotterdamse tankopslagbedrijf Advario hebben samen grootse plannen voor de productie van SAF in Rotterdam. Zij willen anderhalf miljard euro steken in een fabriek die in 2030 synthetische kerosine (afgekort e-SAF) produceert uit groene methanol.

Anders dan biobrandstoffen wordt e-SAF gemaakt van niet-biologische componenten: uit groene waterstof en CO2 wordt eerst methanol gemaakt, dat straks in Rotterdam wordt omgezet in groene kerosine.

Dat Power2X deze route kiest, is opmerkelijk, want groene waterstof is schaars, en e-SAF al helemaal. Toch ziet Brussel deze brandstof, naast de biovariant, als noodzakelijk voor de vergroening van de luchtvaart. En geldt ook voor e-SAF vanaf 2030 een bijmengnorm. Door het gebruik ervan te verplichten, kan een markt ontstaan voor e-SAF en krijgen investeerders meer zekerheid dat hun producten worden afgenomen. Bij Power2X schromen ze niet alvast hoog in te zetten: de nog te bouwen fabriek moet in 2030 al 40 procent van de Europese behoefte aan e-SAF dekken.

De toekomst voor groene kerosine lijkt dus goudgerand, al was het maar doordat de luchtvaart blijft groeien en kerosineleveranciers richting 2050, het jaar waarin Europa klimaatneutraal wil zijn, steeds meer SAF moeten gebruiken.

Shell en BP haken af

Toch is er iets vreemds aan de hand; ook Shell en BP hadden grootse plannen voor de bouw van biobrandstoffabrieken in Rotterdam. Shell was al begonnen, maar brak de bouw van de 1 miljard kostende fabriek vorig jaar af. BP staakte eveneens zijn plannen. Volgens Shell, dat biobrandstoffen eerder nog essentieel noemde voor het verlagen van de CO2-uitstoot, lukt het niet de Rotterdamse fabriek ‘voldoende competitief’ te laten draaien.

Hoe kan het dat grote olie- en gasconcerns, die ook moeten verduurzamen, niet langer heil zien in de productie van biobrandstoffen in Rotterdam, terwijl andere juist fors investeren?

‘Ik kan niet voor andere bedrijven spreken’, zegt Heikki Malinen, bestuursvoorzitter van Neste tijdens een zoomgesprek eind oktober, ‘maar wat misschien meespeelt, is dat onze business de afgelopen jaren een behoorlijk ruig ritje heeft gemaakt.’

Dat wordt zichtbaar in de aandelenkoers van Neste. Bedroeg de marktwaarde van het concern enkele jaren geleden 50 miljard euro, twee jaar terug kelderde die naar 7 miljard. ‘Een dramatische val’, aldus Malinen. Vorig jaar liet het aandeel juist weer fors herstel zien.

De schommelingen weerspiegelen hoe onrustig de markt rond biobrandstoffen is. Aandeelhouders houden daar niet van, zegt de CEO. ‘Ik vertel die van ons dat we in een sector zitten die groeit, maar dat de weg omhoog hobbelig is. Daar moet je tegen kunnen.’

Het herstel van Nestes aandelenkoers laat volgens Malinen zien dat de onderliggende business goed is. ‘Dat de vraag groeit, is zeker.’

Het klimaatprobleem, de reden voor de omschakeling naar SAF, is immers niet minder urgent geworden, zegt hij. ‘Integendeel. De rekening wordt extreem hoog en moet als we niks doen betaald worden door onze kinderen en kleinkinderen. Terwijl we een oplossing hebben die technologisch haalbaar is. Het probleem is alleen dat het reduceren van de CO2-uitstoot niet gratis is.’

SAF is duurder

De CEO van Neste stipt een gevoelig punt aan: biokerosine is twee tot drie keer zo duur als de fossiele variant. Hiervoor is een simpele verklaring, zegt Malinen: ‘SAF kan nooit zo goedkoop worden als fossiele kerosine, om de simpele reden dat onze grondstoffen geld kosten. Olie is in principe gratis als je het uit de bodem haalt. Wij moeten voor onze grondstoffen betalen.’

Voor luchtvaartmaatschappijen is het gat tussen fossiele kerosine en SAF een groot probleem, zegt hij, omdat brandstof ongeveer een derde van de totale kosten uitmaakt. Wordt brandstof duurder, dan verslechtert de concurrentiepositie van Europese maatschappijen, in een sector waar de marges toch al smal zijn. De vraag is volgens de Fin wie het verschil bijlegt. ‘De consument? De bedrijven? De overheid? De aandeelhouders?’

Gebruik de opbrengsten van het Europese emissiehandelsysteem ETS, waarbij bedrijven moeten gaan betalen voor hun CO2-uitstoot, om de luchtvaart te helpen te verduurzamen, betoogt Malinen.

Schaarse waterstof

Dan is er nog de kwestie hoe duurzaam biobrandstoffen werkelijk zijn, omdat de herkomst van de grondstoffen niet altijd duidelijk is. Malinen ontkent niet dat er in de sector soms problemen zijn. ‘Maar SAF is dramatisch beter dan al het andere.’ Biokerosine is op dit moment de enige haalbare oplossing, zegt hij. ‘Wij gaan verantwoord om met de herkomst van onze grondstoffen. Als iemand iets beters bedenkt, laten we dat dan doen.’

Bij Power2X denken ze dat betere idee te hebben. Dit jonge bedrijf wil groene methanol naar Rotterdam verschepen om er daar in een nieuwe fabriek e-SAF van te laten maken. De productie van methanol is echter een uitdaging, omdat er schaarse groene waterstof voor nodig is. ‘Die schaarste valt wel mee’, zegt Occo Roelofsen, CEO van Power2X, in het Amsterdamse hoofdkantoor van het bedrijf. ‘Productie gebeurt nog niet op enorme schaal, maar er is al best wat. En er wordt veel capaciteit bijgebouwd.’

Technologisch is er in elk geval geen uitdaging, zegt hij. ‘Niemand twijfelt of de techniek erachter werkt. De grote vraag is hoe het goedkoper kan.’

Schaalgrootte is wat Power2X betreft het antwoord. Alles wat in grote hoeveelheden wordt geproduceerd, wordt vanzelf goedkoper. Kijk naar batterijen, zegt Roelofsen. Die zijn in tien jaar tijd 80 procent in prijs gedaald doordat er steeds meer van worden geproduceerd. Dit kan ook met e-SAF.

Power2X kiest voor methanol als grondstof, omdat het makkelijk te transporteren en op te slaan is. Dat gebeurt nu al op grote schaal in de Rotterdamse haven en dat verklaart ook de keuze om samen te werken met Advario.

De productie van de methanol vindt elders in de wereld plaats. Omdat het maken van de benodigde groene waterstof enorm veel energie vergt, moet dit gebeuren op plaatsen waar veel goedkope wind- en zonnestroom is. Die zijn niet in Nederland. Maak de groene synthetische methanol op plekken waar dat het goedkoopst kan, transporteer het naar Rotterdam en zet het hier om in e-SAF – dat is in het kort de werkwijze van Power2X.

‘We willen onze methanol op meerdere plekken ter wereld laten produceren, zodat we niet afhankelijk zijn van één aanbieder of locatie’, zegt Roelofsen. ‘Steekt er ergens een storm op, of gaat er iets anders mis, dan heb je alternatieve aanvoerlijnen en komt de productie in Rotterdam niet in gevaar.’

Oneindig beschikbaar

Dat Power2X kiest voor synthetische brandstof en niet voor de biovariant van Neste, is volgens de bestuursvoorzitter te verklaren uit het feit dat de grondstof voor e-SAF oneindig beschikbaar is, wat niet geldt voor frituurvet. ‘Wij kunnen in principe eindeloos opschalen, zolang we toegang hebben tot goedkope elektriciteit.’

Het is niettemin logisch dat de wereld eerst kijkt naar de bioroute, aldus Roelofsen. ‘Die is goedkoper en in chemisch opzicht eenvoudiger.’ Maar op zeker moment gaat de aanvoer van biogrondstoffen pieken, denkt hij. ‘Wanneer, is een punt van discussie. Maar ooit zal het gebeuren.’

Malinen van Neste maakt zich over een tekort aan grondstoffen geen zorgen. ‘Althans niet op middellange termijn. Voorlopig zit de uitdaging niet in een tekort aan grondstoffen, maar in een gebrek aan raffinagecapaciteit.’

Neste kijkt niet naar uitbreiding van zijn activiteiten met e-SAF. ‘Dat is voorlopig minstens twee keer zo duur als ons product. Terwijl onze grootste uitdaging nu juist is dat onze SAF duurder is dan fossiele kerosine.’

Kansen in chemie

De schaalgrootte waar Roelofsen van Power2X van droomt, komt met de fabriek in Rotterdam nog niet in zicht, maar het begin is er. ‘We maken straks vijf- tot zevenduizend vaten per dag. Daar komen ze in de fossiele raffinagewereld hun bed niet voor uit’, zegt Roelofsen. Dus moet de volgende fabriek nog eens vijf keer zo groot worden. ‘Dan bereik je een omvang waarbij de kosten gaan dalen.

Hoewel Power2X zich nu richt op e-SAF, liggen er ook kansen in de chemie. Van methanol is bijvoorbeeld ook nafta te maken, dat als grondstof kan dienen voor plastics. Die fabrieken staan allemaal al bij Rotterdam en hoeven hun productie niet aan te passen als ze overschakelen op groene nafta. Roelofsen: ‘Ze kunnen in Moerdijk in de toekomst zo aan de slag met onze spullen.’

De CEO heeft heilig geloof in de kracht van de Rotterdamse haven. ‘Je hebt hier de logistiek en de faciliteiten voor opslag en transport. Maar er ligt ook de benodigde infrastructuur en we krijgen toegang tot de pijpleiding die kerosine naar talloze Europese luchthavens transporteert.’

Zorgen zijn er vooral over belangrijke bijzaken: de files op het stroomnet en de stikstofproblemen. ‘Dat zijn risico’s waarop wij geen vat hebben, maar die wel van invloed zijn op de vraag of we deze investering durven te doen.’

In sommige landen om ons heen hebben ze dit soort problemen veel minder, stelt Roelofsen. ‘Ik geloof in de industriële logica van Rotterdam, al zijn er ook zorgen.’

Aan de Renewable Fuel Weg van Neste (het terrein is zo groot dat er een compleet eigen stratenplan is, inclusief naambordjes) wordt hard gewerkt aan die toekomst. Hier staat sinds kort een hagelnieuwe installatie onverstoorbaar en zachtsuizend biokerosine te produceren. Communicatiemanager Dorlandt glundert: ‘We zijn er klaar voor.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next