Het is tijd om het frame van de ‘geradicaliseerde burger’ in te ruilen voor een eerlijke analyse van de gebroken belofte aan de praktisch opgeleide meerderheid.
In zijn analyse van de Nederlandse samenleving trekt Marijn Kruk een even boude als neerbuigende conclusie: de praktisch opgeleide burger is niet uit eigen beweging ontevreden, maar is ‘boosgemaakt’ door een rechts-intellectueel offensief. Het is een klassiek voorbeeld van wat we de blinde vlek van de diplomademocratie kunnen noemen. Wie de onvrede van miljoenen burgers wegzet als een product van manipulatie, weigert de feitelijke tekortkomingen van het huidige bestuur onder ogen te zien.
Het is tijd om het frame van de ‘geradicaliseerde burger’ in te ruilen voor een eerlijke analyse van de gebroken belofte aan de praktisch opgeleide meerderheid.
De suggestie dat kiezers simpelweg de retoriek van ideologen als Martin Bosma of Renaud Camus napraten, getuigt van een stuitend dedain voor het oordeelsvermogen van de burger. Het impliceert dat praktisch opgeleiden geen eigenstandige mening kunnen vormen op basis van hun eigen leefomgeving. De werkelijkheid is echter precies andersom: de ideeën van de door Marijn Kruk verguisde ‘rechtse elite’ vallen alleen in vruchtbare aarde omdat ze resoneren met de dagelijkse praktijk van mensen.
Over de auteur
Ton Brabander is een praktische waarnemer.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Wanneer een burger in een volkswijk constateert dat de sociale cohesie onder druk staat, dat de wachtlijsten voor een huurwoning oplopen tot boven de tien jaar en dat de lokale voorzieningen verdwijnen, dan is zijn onvrede geen gevolg van een ‘frame’. Het is een rationele constatering van schaarste en achteruitgang.
De feitelijke ongelijkheid in Nederland is niet alleen een kwestie van inkomen, maar vooral van de verdeling van de lasten van globalisering en migratie. Waar de theoretisch opgeleide beleidsmaker de voordelen plukt, ervaart de praktisch opgeleide de frictie. Dat benoemen is geen radicalisering, maar democratische noodzaak.
Kruk stelt dat het Nederlandse pacificatiemodel – het integreren van opkomende bewegingen in het bestuur – niet meer houdbaar is omdat de samenleving te ver zou zijn doorgegaan in een ‘verrechtsing’. Deze redenering draait de zaken om. Het pacificatiemodel is niet mislukt door de aard van de nieuwe politieke partijen, maar doordat de gevestigde macht de uitkomst van de democratische wil jarenlang heeft getraineerd.
Wanneer de politieke voorkeur van een grote meerderheid van de praktisch opgeleiden structureel wordt genegeerd of moreel wordt gediskwalificeerd als ‘onverstandig’, dan is het niet de kiezer die radicaliseert, maar de macht die zich isoleert. De zogenaamde ‘gestage verrechtsing’ van de afgelopen 25 jaar is in feite een moeizame poging van de samenleving om de politieke koers weer in lijn te brengen met de sociaaleconomische en culturele realiteit van de gemiddelde burger.
Het meest problematische deel van de conclusie van Kruk is de claim dat de rest van de samenleving is geradicaliseerd, ‘praktisch opgeleiden voorop’. Dit frame is een krachtig middel om de politieke status quo te beschermen tegen kritiek. Als kritiek op de multiculturele samenleving of op de macht van Brussel wordt gedefinieerd als ‘radicaal’, dan hoef je de inhoudelijke discussie niet meer aan te gaan.
Echter, als we kijken naar de feiten, dan zien we dat juist de theoretisch opgeleide bovenlaag een radicale koers is gaan varen. Een koers waarbij abstracte idealen over klimaat, migratie en internationale verdragen belangrijker zijn geworden dan het sociale contract met de eigen bevolking. De ‘praktische’ burger is niet geradicaliseerd; hij is juist degene die herinnert aan de fundamenten van dat contract: veiligheid, woningzekerheid en de menselijke maat in de zorg.
De burger is niet ‘boosgemaakt’, hij is veeleisender geworden omdat hij ziet dat zijn belangen jarenlang ondergeschikt zijn gemaakt aan de theoretische modellen van een bestuurlijke elite. Het pacificatiemodel kan alleen werken als we stoppen met het diagnosticeren van de kiezer en beginnen met het luisteren naar zijn argumenten.
Niet de samenleving is uit balans, maar de vertegenwoordiging. Een diploma aan de muur geeft niemand het monopolie op de waarheid of op morele superioriteit. De weg naar een stabiele samenleving loopt niet via het ‘temmen’ van de kiezer, maar via het erkennen dat de praktische blik op de wereld geen gevaar is voor de democratie, maar de redding ervan. Pas als we de autonomie van de praktisch opgeleide burger serieus nemen, kan de echte pacificatie beginnen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant