Home

Twee glanzende borsten in een boom: de zachtheid én hardheid van de glaskunst van Maria Roosen

Solotentoonstelling Het oeuvre van glaskunstenaar Maria Roosen gaat over clichés, ongelijkheid en rolpatronen, toont de solotentoonstelling die nu te zien is in het Stedelijk Museum Schiedam.

Maria Roosen: Bed, 1994. (glas, textiel, hout).

Borsten zijn culturele iconen, veel meer dan penissen of vagina’s dat zijn, aldus het boek Staring. How we look. Daarin wijdt auteur Rosemarie Garland-Thomson één hoofdstuk geheel aan het staren naar borsten, en aan hun rol in de beeldcultuur. Na de kunsthistorische moederborsten van vruchtbaarheidsbeelden en Maria, domineren in onze beeldcultuur vooral andere borsten, als kijkobjecten om je aan te verlustigen. Deze behoren daardoor niet zozeer toe aan de mensen aan wiens lijf ze vast zitten maar gelden als ornamenten voor kijkcomfort.

Tentoonstelling

Maria Roosen, Schrobben Harken Gieten Vegen.

T/m 3/5, Stedelijk Museum Schiedam. Info: stedelijkmuseumschiedam.nl

Om die reden leidt borstvoeding tot controverse, aldus Garland-Thomson, want (mannelijke) omstanders voelen zich gedwongen hun ogen af te wenden. Die willen niet bij vergissing erotische gevoelens projecteren op een plotseling zichtbare borst, die ze daar vervolgens niet geschikt voor achten – dan is het al gebeurd. Het is heel lastig voor ze, schijnbaar. Dusdanig dat sommigen daarom borstvoeding in het openbaar willen verbieden, legt de auteur uit. Dus als u daar weer eens iemand over hoort: dit steekt erachter.

Maar: zijn borsten kunstwerken, dan mag staren altijd – daar is kunst voor bedoeld. Zoals op de binnenplaats van het Stedelijk Museum Schiedam. Daar hangen twee glanzende borsten in een boom, als zware vruchten. Van spiegelglas zijn ze gemaakt, door beeldhouwer Maria Roosen die een vergelijkbare versie in 1995 op de Biënnale van Venetië presenteerde. In Schiedam luidt het een solotentoonstelling in van haar werk dat al meerdere prijzen won. Zestig werken in vijf zalen belichten veertig jaar kunstenaarschap, met veel recent werk.

Dat betekent glaskunst, zoals bollen die kwetsbare zeepbellen lijken, veel aquarellen, soms textiel. Maar tussen al die zachtheid en glooiingen begint de eerste zaal wel met een heel ander cultureel icoon: een geweer.

Bij deze Soft Gun, een aquarel uit 2012, hangt een tekst over hoe het geweer door de geschiedenis heen in handen is van schietgrage mannen, wiens oorlogen gelden als ijkpunten in de geschiedschrijving van de mensheid. Roosen zet daar een andere kijk tegenover: zijn het niet juist vrouwen die de geschiedenis sturen, die met water en voedsel het voortbestaan van de mensheid waarborgen? Soft Gun hangt boven een serie glazen kannen in huidtinten. Er zit melk in, waardoor ze op vruchtbaarheidssymbolen lijken. En ze komen krachtiger over dan het geweer.

Clichés en rolpatronen

Het gaat over clichés en rolpatronen die Roosen ook vanuit de kunstgeschiedenis aankaart. Zo maakte ze een serie glazen bustes naar de portretkunst van renaissanceschilder Hans Holbein. Begin 16de eeuw schilderde hij de zelfbewust kijkende vrouw van Jörg Fischer en werd zij alleen genoteerd als ‘vrouw van’, zonder haar eigen naam. Niemand maakte daar een punt van, Roosen doet dat wel. Door zulke kunst te hernemen, als zelfportret met haar eigen naam, ageert Roosen tegen de anonimiteit van vrouwen.

Maria Roosen: Zelfportret naar Holbein (der Alter), 2014. (glas). Collectie Museum Arnhem

Maria Roosen: TRISTE (Zelfportret), 2014. (glas). Collectie Museum Arnhem

Maria Roosen: Zelfportret (wachten), 2014.

En ze hangt er kleine glazen piemeltjes en borstjes aan, iets wat Holbein ook al niet deed, terwijl verderop in de expositie grotere borsten op bed liggen of aan een tros hangen. Staren mag, want hiermee reduceer je niemand tot lustobject. Dit zijn al objecten. En in feite kijk je niet eens naar borsten. Je kijkt naar beeldhouwkundige kwesties zoals volume en compositie, die ook een groot thema in de tentoonstelling zijn.

Die kwesties bepaalt Roosen deels tijdens het maakproces, waarvoor ze andere kunstenaars en glasblazers inschakelt. Gedurende het glasblazen ontstaan bepaalde volumes. Gestolde energie, noemt ze het zelf. Dat zie je ook bij de objecten van glasmassa die ze letterlijk aanharkt: vreemde hoopjes, met slierten pigment erin, waar de afdruk van tanden van een hark in staan of nog haren van een bezem in kleven. Ook is ze waarschijnlijk de eerste kunstenaar ooit die leren broeken is gaan volblazen met glas, wat tot nogal wonderlijke vormen leidde.

Erotiek en humor

Heerlijk verleidelijk werk is het allemaal, en dat geldt ook voor haar kunst in de openbare ruimte – die in deze tentoonstelling natuurlijk enkel aan bod komt in een stapel publicaties op een tafeltje. Dat haar buitenkunst zo sterk is, komt doordat het nog duidelijker de theatraliteit van haar ‘binnenkunst’ heeft. Bijvoorbeeld de glazen bollen die ooit in de tuin van Museum Boijmans Van Beuningen lagen, die er magie aan het landschap schonken. Prachtig is haar borstentros in de tuin van Museum Arnhem, en in Apeldoorn hing ze een bundel glanzende penissen, borsten en billen. ‘Boomsieraad’, noemde ze dit knus.

Maria Roosen: Goedendag – Morgenster, 1994-2025. (aquarel, lijst, glas).

Zo paart ze erotiek aan humor, maar het is tegelijkertijd meer dan dat. Die humoristische vieringen van sensualiteit bieden namelijk ook een tegenwicht tegen efficiëntie en voorspelbaarheid die de openbare ruimte domineren; ze nuanceren die eenzijdigheid met andere wezenlijke aspecten van het leven.

Dat doet ze ook in deze tentoonstelling, die daardoor meer samenhangend is dan bijvoorbeeld haar solo in Kade in 2017. Al is het jammer dat sommige werken ontbreken zoals de glazen Lullenvaas of de gebreide variant ervan, een krukje met gebreide piemels die er zachtjes bij hangen. Die ontkrachting van het ene culturele icoon versus het bestendigen van de andere, geeft haar werk cadans – visueel of aaibaar, hard of zacht, vrouwelijk of mannelijk, veel borsten of één geweer. Dat heeft in de expositie een prominente rol, maar is geen machtig statussymbool. Niet alleen omlijstte Roosen het wapen met zacht roze aquarelverf, ook komt er maar een piepklein kogeltje uit. Een roze stipje. Poef. Weg is het.

Maria Roosen in het atelier, 2025. Courtesy Maria Roosen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next