Home

Nieuwe Taalstaat-presentator Ronald Giphart: ‘Dit is de hotste klus in town’

Wat zijn dit voor vragen? Naar aanleiding van zijn nieuwe klus als presentator van De taalstaat, zes dilemma’s voor schrijver Ronald Giphart (60).

is mediaverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.

Frits Spits of Ronald Giphart?

‘Frits Spits. Al is het maar omdat hij De taalstaat elf jaar heeft gepresenteerd – en ik nu pas één aflevering heb gedaan.

‘Afgelopen zomer mocht ik wel al drie keer voor hem invallen. Op de dag dat hij aankondigde dat hij ging stoppen, werd ik gebeld door de eindredacteur. Of ik hem wilde opvolgen.

‘Dat vond ik natuurlijk een geweldige eer. Dit is de hottest presentatieklus in town, zei Annejet van der Zijl tegen me. Frits heeft met De taalstaat zo veel betekend voor schrijvers, voor muziek, voor de liefde voor taal.

‘Tijdens een cursus hoorde ik ooit dat er drie soorten interviewvragen zijn: informatief, human interest en confronterend. Stel, er staat een dijk op doorbreken en je interviewt de dijkgraaf. ‘Wat is er aan de hand?’, vraag je dan. ‘Het water staat op 10 centimeter van de dijk.’ ‘O jee, wat doet dat met u?’ ‘Tja, ik ben dag en nacht ermee bezig.’ ‘Had u niet beter voor die dijk moeten zorgen?’ Dan heb je ze alle drie.

‘Het mooie van Frits was dat het conflict er bij hem eigenlijk nooit in zat – dat geeft De taalstaat een ongelooflijke warmte.

‘Op mijn 16de luisterde ik al elke middag naar Frits toen hij De avondspits presenteerde. De hele klas deed dat – eigenlijk is het voor jouw generatie niet meer te bevatten wat voor smeermiddel radio voor onze generatie was. En als we hoorden dat Frits een goed nummer ging aankondigen, drukten we zo snel mogelijk op de recorder. Onbedoeld stonden daardoor allemaal fragmenten van zinnen van Frits op die cassettebandjes. Hij had een heldenstatus.’

Schrijver of presentator?

‘Ik ben schrijver, maar ik heb mijn leven lang geageerd tegen het romantische beeld dat je dat voor de eeuwigheid bent, dat zoiets in je DNA zit. Een schrijver is simpelweg iemand die boeken schrijft. Zolang ik boeken schrijf, ben ik schrijver. Op 19 maart verschijnt een dik boek over Blaudzun, de muzikant, dus tot 20 maart mag ik me schrijver noemen. Hoe het daarna zit, zien we dan wel weer.

‘De literatuur bestaat uit een verzameling zelfoppijpers, grote monden en opgeblazen ego’s. Zelfrelativering is met een klein lampje ergens in een achterhoek van het gebouw der literatuur te vinden. Kijk naar de vanzelfsprekendheid waarmee schrijvers vinden dat wat zij vinden, belangrijker gevonden moet worden dan wat een groenteboer vindt.’

Ik ook van jou of Alle tijd?

Alle tijd. Ik ook van jou is een jeugdwerk, ik was 24 toen ik eraan begon. Het dobbert op stilistiek, op grappen, op gekke schrijfwijzen. Alle tijd, mijn laatste roman, gaat over thema’s die mij op dit moment meer aan het hart gaan, zoals een dertig jaar durende vriendschap.

Ik ook van jou was het bestverkochte debuut van 1992, maar er waren dat jaar maar 2.312 exemplaren van verkocht. Dat is een groot verschil met het jaar daarvoor, toen De wetten, het debuut van Connie Palmen, 150 duizend keer werd verkocht.

‘Het verkoopsucces van Ik ook van jou begon pas in 1995, maar ik hoop dat ik daarvan niet naast mijn schoenen ben gaan lopen. Adriaan van Dis heeft me eens uitgelegd dat mensen met succes aangenamere mensen zijn dan mensen zonder succes.

‘Kijk naar Tommy Wieringa. Vanaf het succes van Joe Speedboot is hij een aangenaam mens. Dat vind ik echt. In de periode daarvoor schreef hij mijns inziens uitstekende boeken, maar ze werden niet opgepikt door de critici en hij kon zich ontzettend ergeren aan schrijvers die wel succesvol waren, zoals ik.

‘Sommige schrijvers hebben één succesvol boek, waarna het minder wordt. Heel soms hebben schrijvers twee succesvolle boeken. In mijn geval zijn drie boeken succesvol geweest – Ik ook van jou, Phileine zegt sorry, Ik omhels je met duizend armen –, waarna het is afgekalfd.

‘Dat het succes minder wordt, is een natuurwet, niet alleen in de literatuur maar ook in de film en de muziek. Op een gegeven moment kennen mensen het trucje wel, gaan ze op zoek naar iets nieuws. Zelf doe ik dat ook. Vroeger zou ik naar de boekhandel zijn gescheurd om de nieuwe Brusselmans te halen. Dat doe ik niet meer.’

De Nederlandse literatuur: morsdood of springlevend?

‘Ik ben geneigd te zeggen springlevend. De Nederlandse poëzie bevindt zich langzamerhand wel in de reanimatiefase – de gemiddelde Bruna verkoopt geen poëziebundels meer – maar de literatuur is daar nog lang niet.

‘Ik denk dat mensen een intrinsieke behoefte hebben om hun leven te toetsen aan kunst, literatuur, film en muziek. Je leest om over jezelf te lezen, om je eigen normen en waarden te toetsen, om je te vermaken, om je kwaad te maken. Tot voor kort was literatuur hier een ijkpunt in. Die rol is literatuur wel aan het kwijtraken.

‘Ik wil eraan bijdragen dat we dat gevecht weer aangaan. Een tijdlang heb ik in het bestuur gezeten van de Spoken Awards. Spoken word, een verbinding tussen verhalen en poëzie, vind ik zo’n mooie manier om met taal om te gaan. Ik ga ook vaak naar poetryslams. Niet dat ze allemaal vreselijk goed zijn, maar ze laten zien dat literatuur niet iets is voor stoffige zolderkamers.’

Joost Zwagerman of Martin Bril?

‘Martin Bril. Joost was een ongrijpbare, aimabele, hardvochtige, afstandelijke, warme, lieve, boze, rare, normale, mafkezerige vriend die geen vriend was. Allemaal tegenstellingen in één persoon. Zijn ongrijpbaarheid was soms lastig om mee om te gaan.

‘Martin, dat was een vriend. Veel minder gecompliceerd, veel benaderbaarder. Met hem had ik een veel diepere band.

‘Wie de beste schrijver is, vind ik moeilijker. Alle romans van Martin zijn mislukt, maar wat hij deed als columnist, was ongeëvenaard. Op de keper beschouwd was Joost veel grilliger. Na Gimmick! heb ik zijn romans altijd met enige teleurstelling gelezen. De ziekte van jij is een fantastische poëziebundel, maar daarna raakte zijn poëzie me niet meer.

‘Zijn essayistiek was boeiend en interessant, maar Martin schreef veel persoonlijker en warmer. Dwing je me met het pistool op het hoofd te kiezen, dan kies ik zowel qua werk als qua mens voor Martin.

‘Ik ben er nog steeds niet over uit, ook niet na het lezen van zijn biografie, waarom Joost een einde aan zijn leven heeft gemaakt. Na al die jaren ben ik daar nog steeds een beetje van ontdaan.

‘Joost had de wereld aan zijn voeten. Een begenadigd schrijver, een warm mens – en toch kiest hij ervoor om, terwijl er een jongetje in de buik van zijn geliefde zit, uit het leven te stappen. Ik kan daar niet bij.

‘Voordat ik met hotemetoten bij De wereld draait door op de avond van zijn dood over hem zou praten, werd ik gebeld door iemand van de universiteit. Sorry, zei hij, we kennen elkaar niet, maar dit is een belangrijk onderwerp. Wat jullie vanavond gaan zeggen, zei hij, gaat grote gevolgen hebben. Zouden we zeggen dat Joost rust had gevonden, zouden we mededogen met hem tonen, dan ging dat tot doden leiden. Zouden we zijn zelfdoding daarentegen veroordelen, zouden we zeggen dat hij er mensen pijn mee heeft gedaan, dan zouden suïcidale kijkers denken: o, dan moet ik het misschien ook maar niet doen.

‘In die wetenschap heb ik aan tafel mijn onbegrip verwoord. Maar ik was ook oprecht boos.’

Liefde of seks?

‘Seks kun je duidelijk rubriceren. (Maakt handbewegingen.) Dit ding gaat in dat ding. Seks heeft te maken met fantasieën, overgave en zelfverlies. Punt. Liefde – godverdomme! – probeer dat eens te rubriceren. Om die reden kan het antwoord natuurlijk niets anders zijn dan liefde.

‘Mascha (Lammes, red.) is de liefde van mijn leven en zal de liefde van mijn leven blijven. We zijn 29 jaar met elkaar geweest en spreken elkaar nog eens in de twee dagen. We zijn alleen geen minnaars meer van elkaar.

‘Op dit moment ben ik nog niet toe aan een exclusieve relatie, maar ik heb een schreeuwende behoefte aan liefde. En ik heb ook liefde, er is weleens iemand.

‘Mijn moeder heeft me op haar sterfbed uitdrukkelijk – en tevergeefs – gevraagd niet te trouwen. Zij was tot de conclusie gekomen dat het huwelijk een patriarchaal systeem is en monogamie fnuikend. Na het huwelijk met mijn vader zei ze: ‘Ik wil een minnaar voor de chic, ik wil een minnaar voor de shock en ik wil een minnaar voor een cheque.’ Ze geloofde niet in open relaties. Ze geloofde wel in gesloten relaties met geheimen.’

De taalstaat (KRO-NCRV) is elke zaterdag van 11.00 tot 13.00 uur te beluisteren op NPO Radio 1.

Ronald Giphart

1965 Geboren in Dordrecht

1992Ik ook van jou (roman)

1993Giph (roman)

1996Phileine zegt sorry (roman)

2000Ik omhels je met duizend armen (roman)

2003Gala (boekenweekgeschenk)

2005 Troost (roman)

2010IJsland (roman)

2016Lieve (roman)

2019 Alle tijd (roman)

2024Dat maakt ons helemaal niets uit (nonfictie met zoon Broos Lammes)

2025Over liefdesverdriet (nonfictie)

2026-nu Presentator De Taalstaat

Ronald Giphart woont in Utrecht. Met Mascha Lammes heeft hij twee zonen en een dochter.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next