Home

Opinie: Soms is vertragen als samenleving geen teken van achteruitgang, maar van wijsheid

Het probleem is niet dat het ons aan succes ontbreekt, maar dat we dreigen door te schieten. Een samenleving kan succesvol zijn en zichzelf tegelijk uitputten.

Een nieuw jaar nodigt uit tot reflectie. Goede voornemens gaan vaak over persoonlijke veranderingen – meer bewegen, minder haast, betere balans. Maar misschien is januari ook een goed moment om die vraag collectief te stellen: hoe staat onze samenleving ervoor? Zijn we als samenleving eigenlijk nog wel in balans?

Wanneer je naar de cijfers kijkt, gaat het met veel Nederlanders gelukkig goed. De meeste mensen vertrouwen elkaar, doen actief mee in de samenleving en zijn tevreden met hun eigen leven. Zeker in vergelijking met andere Europese landen staan we er goed voor. Dat is iets om te koesteren, zeker in een tijd waarin het publieke debat snel naar somberte neigt.

Maar ons streven naar steeds meer meedoen, maximale ontplooiing en gelukkig zijn heeft ook een schaduwkant. Uit binnenkort te publiceren onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat een substantieel aantal mensen lijdt aan gevoelens van angst en depressie. Zeker in vergelijking met tien jaar geleden.

Over de auteur

Karen van Oudenhoven is directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Mentale problemen

Ook burn-out-klachten nemen toe. Terwijl de tevredenheid met het leven gemiddeld nog steeds hoog is, zien we onder jong volwassenen een daling. Mentale problemen komen bij hen meer voor dan bij andere groepen (in de leeftijdscategorie 18-25 ervaart 66 procent gevoelens van angst en depressie tegenover 52 procent in de leeftijdscategorie 26-65 jaar). Een zorgelijke ontwikkeling.

Verwachten we misschien teveel van onszelf en ons leven? Participeren we met z’n allen misschien inmiddels téveel? Werk, mantelzorg, vrijwilligerswerk, sociale verplichtingen – op meerdere levensterreinen wordt er aan mensen getrokken. Onderzoek onder jongeren laat zien dat participatie tot op zekere hoogte goed is, maar dat teveel participatie hun welbevinden schaadt. Daarnaast hebben jongeren te maken met hoge verwachtingen, van hun leeftijdsgenoten, hun ouders en vanuit school en werk.

Het beeld onder jongeren is een duidelijke spiegel van de samenleving. Het moet allemaal perfect georganiseerd en gezellig zijn. Het meest recente rapport van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving heet niet voor niets Op de rem. We weten allemaal hoe uitgeput je soms kunt zijn doordat je naast werk en mantelzorgtaken allerlei school- en hobbyactiviteiten voor je kinderen moet regelen en ook nog eens de nodige sociale verplichtingen hebt.

Het probleem is niet dat het ons aan succes ontbreekt, maar dat we dreigen door te schieten. Een samenleving kan succesvol zijn en zichzelf tegelijk uitputten.

Ongebreidelde vooruitgangsdenken

Hoe voorkomen we dat de samenleving uit de bocht vliegt? In de eerste plaats moeten we, denk ik, het ongebreidelde vooruitgangsdenken een halt toe roepen. Steeds maar meer willen is niet perse beter. In de tv-serie Klassen kwam een vader aan het woord die een burn-out had gehad. Zijn zoontje kreeg een ‘tegenvallend’ schooladvies en de verslagenheid bij het jongetje was groot.

De vader gaf aan dat hij het ideaalbeeld van de hoogst mogelijke opleiding moet loslaten, maar dat wel deed om zijn zoontje te steunen. Uit ons onderzoek blijkt dat die reflectie vaak ontbreekt. We zien dat ouders die veel druk uitoefenen op hun kinderen als minder ondersteunend worden ervaren door hun kinderen en dat dat hun welbevinden in de weg staat. Het wordt tijd dat we meer of minder succesvol herdefiniëren van hoog-laag naar meer of minder ‘passend’.

In de tweede plaats hebben we het bij ‘meedoen’ primair over onderwijs en werk, terwijl al het andere er bovenop komt en maatschappelijk niet dezelfde waardering krijgt. Terwijl de druk op samenredzaamheid toeneemt, waarderen we mantelzorg en vrijwilligerswerk niet meer. De overheid streeft er vooral naar dat mensen betaald werk verrichten, met als gevolg dat zij die dat ideaal niet bereiken zich ‘niet goed genoeg’ voelen.

En zo lang informele taken niet echt wordt gezien als participatie, ontbreekt er een integrale visie op meedoen. Overvraging ligt dan op de loer. We zien pogingen om die overvraging te voorkomen, bijvoorbeeld via regelingen voor mantelzorgers, maar om het tij te keren is meer nodig.

Goede balans

In het SCP-rapport Meedoen in 2050 van september 2025 werd mensen gevraagd hoe meedoen er in 2050 volgens hen uit zou moeten zien. Zij kregen de opdracht een bepaald normatief uitgangspunt centraal te stellen: de economie, de natuur, het individu of het samenleven. Interessant genoeg zetten burgers spontaan in op een goede balans en kiezen ze voor verdeling van tijd, aandacht en energie.

Wanneer betaald werk voorop staat, is de consequentie dat er voldoende kinderopvang en professionele ouderenzorg beschikbaar moet zijn. Wanneer het cruciaal is dat mensen bijdragen aan de samenleving (bijvoorbeeld door mantelzorg en vrijwilligerswerk), dan betekent dat waarschijnlijk dat er minder uren betaald werkt wordt verricht. Met als consequentie dat publieke diensten meer opgevangen moeten worden binnen de gemeenschap.

Burgers zijn in staat en bereid om integraal na te denken over participatie en daarin keuzes te maken. En opvallend genoeg bleek uit het onderzoek dat het economische kader het minst populair is. Mensen zijn bereid om economische groei in te leveren om een inclusieve samenleving en een bestaansminimum voor iedereen te bereiken. Iets voor de formerende partijen om over na te denken.

Zeker omdat een samenleving die voortdurend op topsnelheid draait, haar veerkracht verliest. We zijn het bewustzijn kwijtgeraakt dat participatie geen doel op zich is, maar een middel dat bijdraagt aan welzijn. En dat welzijn vraagt een betere balans. Aan het begin van dit nieuwe jaar hoop ik daarom dat we collectief iets meer balans durven zoeken. Dat we niet alles nog sneller, efficiënter of intensiever willen organiseren. Soms is vertragen geen teken van achteruitgang, maar van wijsheid. De kunst is om ruimte te creëren zonder betrokkenheid te verliezen.

Nederland staat er in veel opzichten goed voor, maar het idee dat het vanzelf wel goed blijft gaan, is riskant. Als we willen dat de samenleving ook de komende jaren stevig en veerkrachtig blijft, dan is dit misschien het moment om minder op hol – en iets meer op adem te komen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next