Home

Een Duits museum voor Anton Tsjechov

Sommige dingen zijn moeilijk te veranderen. Zoals het bordje aan het balkon van kamer 106 van het voormalige Hotel Sommer in het Zuid-Duitse kuuroord Badenweiler. Nog altijd valt daarop te lezen: ‘Hier woonde Anton Tsjechov in juli 1904’, terwijl er eigenlijk zou moeten staan: ‘Hier stierf Anton Tsjechov op 15 juli 1904’. Maar in Badenweiler was sterven taboe. Niet voor niets werd het lijk van Tsjechov in een wasmand het hotel uit gesmokkeld om zo snel mogelijk naar het dichtstbijzijnde treinstation te worden gebracht. Daar belandde het in een koelwagon, waarop ‘Oesters’ stond geschilderd. De dode schrijver verkeerde overigens in gezelschap van een even dode Russische generaal. Bij aankomst in Moskou leverde dat een Tsjechoviaanse scène op. Want toen beide doodskisten werden uitgeladen liepen de duizenden Tsjechov-fans, die hun held stonden op te wachten, achter de generaal aan, die door een militaire kapel naar zijn graf werd begeleid.Ik bezocht Badenweiler voor het eerst in de zomer van 2004, toen ik er verslag deed van de viering van Tsjechovs honderdste sterfdag. Geschokt was ik toen door het wegmoffelen van zijn dood. In januari 2026 ben ik er weer. Het kuuroord is uitgestorven. De Cassiopeia Thermen bieden hoogstens nog soelaas aan wat bejaarde, kettingrokende Russinnen.En toch is er vooruitgang in Badenweiler. Dat merk ik als ik opnieuw voor het balkon van Tsjechovs sterfkamer sta. Want in het kleine plantsoen voor dat balkon is een ander bordje geplaatst, dat de waarheid omtrent zijn dood niet omzeilt. Ook staat er een grote bronzen meeuw en is er een kersenboom geplant, een knipoog naar twee van zijn toneelstukken. Gerechtigheid is er ook als ik het straatnaambordje lees bij de zij-ingang van het hotel. Anton Tsjechov Plein staat erop. Weliswaar is het plein niet meer dan een parkeerhaventje, maar toch. Het biedt toegang tot een nieuw, klein museum, dat in 2015 geopend is in een zijvleugel van het stadhuis met als naam het Literaire Museum Badenweiler ‘Anton Tsjechov Salon’.Binnen beland ik in een hypermoderne tentoonstelling, waarin het leven van de schrijver in woord en beeld uit de doeken wordt gedaan. In een vitrine ligt ook zijn brilletje, dat ik in 2004 zag in een hoekje van het lokale Kurhaus. Daar had de onvolprezen slavist Heinz Setzer een kleine tentoonstelling gewijd aan de schrijver. Het nieuwe museum is een bekroning van zijn inspanningen om Tsjechov hier levend te houden.De moeizame betrekkingen tussen Duitsland en Rusland verstoren dit eerbetoon geenszins. Al had het heel goed anders gekund. Want in 2014, toen de oorlog in Oekraïne net was uitgebroken, kreeg Badenweiler van het Zuid-Russische Rostov aan de Don een bronzen Tsjechov-buste cadeau van zo’n twee meter hoog. Het gemeentebestuur besloot het niet op straat te zetten, maar in de hal van het nieuwe museum in aanbouw, zodat het niet door anti-Russische vandalen vernield kon worden. Zoiets gebeurde wel in de Eerste Wereldoorlog, toen Tsjechovs buste werd omgesmolten, die sinds 1908 in het kuurpark stond.

Een beeld van een schrijver uit het land van de vijand hoorde niet thuis in Badenweiler. Gelukkig denkt men er nu anders over. Want Tsjechov, die briljante analyticus van de menselijke verhoudingen, schreef wereldliteratuur en is daardoor van iedereen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next