Home

In deze roman wordt de betrokkenheid bij de natuur stevig op de proef gesteld

Marjolijn van Heemstra Een activiste die strijdt tegen lichtvervuiling krijgt te maken met boze tegenstanders die haar wegzetten als ‘duisternisknuffelaar.’ Maar in hoeverre wil Marjolijn van Heemstra het geëngageerde wereldbeeld van haar hoofdpersoon écht tegen het licht houden?

Marjolijn van Heemstra: Nachtgids. Das Mag, 219 blz. € 25,99

Dat is nou echt ongelofelijke pech: er wordt een bewusteloze vrouw aangetroffen in het Stadsbos.

Vooral natuurlijk ontzettend erg voor die vrouw, wat ook maar de reden is dat ze daar zo belandde, want dat is nog onduidelijk: een val, een aanval? (Hopelijk komt het gauw goed met haar.) Maar het is ook een erg onprettige situatie voor de idealistische actiegroep die al zo ver was met plannen om het Stadsbos terug te geven aan de nachtelijke duisternis. Weg met de lichtvervuiling! Dus: straatlantaarns ’s nachts uit, dat is van levensbelang voor een glimwormenkolonie die er dan uitgezet kan worden. Dit incident met die vrouw, op een plek die al tot „duisternisreservaat” was omgeturnd, helpt dan bepaald niet. Olie op het vuur voor de buurtbewoners die al vonden dat het licht gewoon aan moest blijven, voor de veiligheid van de mensen.

Dan kan een van de aanjagers van de groep ‘Nachtlopers’, hoofdpersoon Mellie in Marjolijn van Heemstra’s nieuwe roman Nachtgids, wel aankomen met wetenschappelijke studies „over de relatie tussen veiligheid en duisternis” die aantonen dat licht in feite schijnveiligheid biedt. Wie baadt in het licht, ziet ten slotte niet meer wat zich net daarbuiten bevindt, in het donker. Maar die slag wint de reaguurder die schrijft: „Laat die duisternisknuffelaars een rondje meelopen met vrouwen die weten wat gevaar is. Je kunt alleen om duisternis vragen als je jezelf veilig waant.”

Meewarig lezen

Het is dus een prachtig ironisch uitgangspunt, van Nachtgids. Je voelt meteen: dit wordt pijnlijk. Dit wordt een verhaal van gefnuikte idealen, van goede bedoelingen die op de weerbarstige praktijk stuiten. Over de belangen van de natuur die het afleggen tegen de overheersende mensheid, en de ratio die terzijde wordt geschoven ter wille van de onderbuik – je kunt dit verhaal op vele manieren karakteriseren, maar steeds is de patstelling onvermijdelijk. Je gaat er meewarig van lezen.

Intrigerend, want Marjolijn van Heemstra (1981) heeft zich de afgelopen jaren juist opgeworpen als voorvechter van het donker, door nachtelijke boswandelingen te organiseren, om deelnemers „de betovering en de rust van duisternis te laten ervaren” en te laten zoeken naar glimwormen, die „de ambassadeur van de duisternis” genoemd werden. Allesbehalve ironisch. In Nachtgids doet Mellie ongeveer hetzelfde, maar brengt het verhaal ons meteen een spannende stap verder: het nacht-idealisme wordt hier niet gepredikt, maar flink op de proef gesteld.

Dat zit ’m ook in de manier waarop Van Heemstra het verhaal vertelt. Mellie is namelijk de ik-verteller, en dat geeft je als lezer de mogelijkheid om met haar mee te leven én om haar van een afstandje te bekijken, door haar woorden te wantrouwen. Je kunt haar sympathiek vinden, omdat ze strijdt voor wat nog puur en ongerept is in een mensenwereld die alleen oog voor zichzelf heeft, maar evenzogoed onsympathiek, omdat ze eigenlijk ronduit boos is over die bewusteloze vrouw die roet in het eten gooit.

Met haar idealistische vastberadenheid neigt ze ernaar andermans leed te bagatelliseren, misschien zelfs anderen te schaden. (En dat is meteen een pikante gedachtegang, want dat is ook het argument waarmee bijvoorbeeld klimaatdemonstranten weggezet worden, die op de A12 arme automobilisten in de weg zitten.)

Van Heemstra zet Mellie óók neer als een progressieveling die je makkelijk kunt haten – een rijke, wat zelfgenoegzame stedeling met evenveel idealen als decadente uitzonderingen daarop. Ze was vastgelopen in haar baan als coach voor „verandertrajecten” bij organisaties en bedrijven. Zogenaamd was ze een „radicale hervormer”, in de praktijk „simpelweg iemand die mensen voor heel veel geld geruststelt”.

Daar is ze nu kwaad over, in zwartgallige zinnetjes als: „Al zestien jaar bracht ik met al mijn inzet vooral ‘bewustwording’ teweeg.” Moegestreden ontdekte ze de nacht, waar ze zich eindelijk weer echt „aanwezig” voelde, het bos bevrijdde haar: „Dit was het soort ervaring dat ik met mijn verandertrajecten altijd in gang had willen zetten. Losgeknipt van alle kaders door onbekend gebied bewegen.”

Maar in haar hervonden zelfbewustzijn houdt ze een blinde vlek. De baan mag ze achter zich hebben gelaten, toch kan de lezer aan alles voelen dat die verneukeratieve ratrace nog steeds diep in haar verankerd zit, net als haar woede daarover. De glimwormen worden in feite haar volgende verandertraject, zo trots vertelt ze over de organisatiestructuur van de Nachtlopers, zo handig zet ze de glimworm in (die is „precies het soort storytelling dat we nodig hebben”) en zo genoeglijk wentelt ze zich in duisternis-biologie en -sociologie en citaatjes van gewichtige schrijvers die de boel ook nog intellectueel cachet geven.

Ze springt met verve door de hoepeltjes van het lokale bestuur, zozeer dat nu het glimwormenplan averij dreigt op te lopen, er ook tienduizenden euro’s subsidie terugbetaald moeten worden. Gaat dit nog wel om de vrije natuur? Wat haar liefhebbende man en vrolijke zoontje allang ervaren, net als de lezer, dringt maar langzaam tot Mellie door: dat ze weer aan het doordraven is, ten koste van de leuke mens (maar gedwee burgerlijke gezinsmoeder) die ze ook zou kunnen zijn.

Ontploffen

Die psychologische spanning maakt Nachtgids pakkend, en daarbovenop komt Van Heemstra’s goede gevoel voor plot (implodeert het glimwormenproject, en wat is er nou met die bewusteloze vrouw gebeurd?) en voor tempo. Tijdens de speurtocht die deze roman is, zie je de volgende broodkruimel niet meteen liggen, maar gauw genoeg om je aandacht er voortdurend bij te houden.

Maar: de zeggingskracht van zo’n roman, met die spiegel-voorhoudende ambitie, hangt voor een groot deel af van hoe ver de schrijver durft te gaan. Laat Van Heemstra het uiteindelijk confronterend vastlopen, zoals Gaea Schoeters in Het geschenk, of glorieus ontploffen, zoals Maurits de Bruijn deed in Man maakt stuk? Mellie flirt wel een beetje met echte radicaliteit: de scherpte waarmee de nietsontziende gen Z’er Wester aan Mellies houding morrelt („Jij doet alsof een compromis de enige oplossing is”), is misschien wel het beste wat haar overkomt. Maar durft zij, als de lieve, zachtaardige activist die ze is, echt buiten uit haar comfortzone te treden?

Dat blijkt toch niet wat Van Heemstra voor ogen had: zonder te veel te verklappen kunnen we stellen dat ze Mellie vooral een stap laat zetten bínnen haar comfortzone. Die ontknoping maakt van Nachtgids definitief meer een psychologische roman over zingeving dan een confronterende roman over idealen. Het menselijke aspect prevaleert en als levenshouding valt dat absoluut te behartigen. Maar het levert wel een wat mat slot van de roman op, dat minder beklijft dan het probleem van het begin.

In Van Heemstra’s vorige roman, En we noemen hem (2017), was het warme einde een grote kracht: het verhaal over een foute voorouder werd teruggebracht tot de menselijke proporties van het hier en nu. Nu voelt het wel erg zachtaardig, keurig, zo badend in het licht. Zeker voor een roman die de berusting wilde vinden in duisternis.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next