Vrienden, klasgenoten en buren herdachten woensdag de Syrische jongens die op 1 januari in een park in Amsterdam werden vermoord. De politie tast nog altijd in het duister over de toedracht. ‘Aanvankelijk lagen er slechts drie bloemen en een kaartje.’
is verslaggever binnenland van de Volkskrant.
Wie geen bloem heeft meegenomen, krijgt een roze roos of een tulp. Een oudere man deelt flesjes water uit, kinderen gooien sneeuwballen. Dat hier op de eerste dag van het nieuwe jaar twee jonge levens eindigden, zullen de kleintjes waarschijnlijk niet beseffen.
Vrienden, klasgenoten en buurtgenoten verzamelden zich woensdagmiddag aan de rand van het Piet Wiedijkpark in Amsterdam Nieuw-West om de twee Syrische jongens te herdenken die hier werden doodgeschoten. Een derde slachtoffer wist te ontkomen.
Over de toedracht is ruim een week later weinig bekend. De politie is nog altijd op zoek naar getuigen en heeft geen verdachten aangehouden. Daarom deelt de organisatie van de herdenking – jongeren in gele en oranje hesjes – kaartjes uit, waarop aanwezigen die iets weten worden aangespoord om met het Team Criminele Inlichtingen in gesprek te gaan.
‘Er zijn twee jongens overleden’, staat er in het Nederlands en Engels. ‘Misschien kende je hen. Wil je anoniem met iemand praten over iets wat je weet? Dat kan.’ Er is bewust geen officieel politielogo gebruikt, zegt een woordvoerder, om de drempel om contact te zoeken te verlagen.
Ook op de scholen van de slachtoffers, die allebei Mohammed heetten, werd er een gedenkplek ingericht. Oud-klasgenoten van de jongste konden een boodschap voor hem achterlaten in een boek. Op een foto poseert de breed grijnzende tiener in een geel-rood voetbalshirt. Hij kwam in 2024 naar Nederland, vanuit de noordelijke stad Raqqa en woonde tot voor kort in Delft.
‘Hij vluchtte voor geweld in eigen land en werd neergeschoten in een parkje in Amsterdam Nieuw-West’, schreef Mariska Davids, directeur van ISK Delft, op LinkedIn. ‘Een kind op zoek naar een betere toekomst heeft het leven verloren.’
Op het Mundus College in Amsterdam staat een lijstje met een foto van het andere slachtoffer, de 18-jarige Mohammed, gekleed in een grijze hoodie, sprekende ogen onder een wilde bos zwart haar. Hij vluchtte uit Daraa, een stad in Zuid-Syrië waar de opstand tegen Assad begon. Volgens directeur Vincent Steensma was hij een jongen met een ‘aanstekelijke energie’ die wist wat hij wilde en daar doelgericht aan werkte. ‘Op tijd komen, de taal leren, bouwen aan een toekomst. Altijd aanwezig, altijd met een glimlach.’
De school schakelde deze week extra toezicht in. Eind vorig jaar werd een Syrische leerling in zijn been gestoken bij een conflict dat volgens Het Parool mogelijk iets te maken zou hebben met deze schietpartij. De politie kan dat niet bevestigen. Verschillende burgemeesters van grote steden vroegen vorig jaar aandacht voor problemen rond met name Syrische jongeren die door het land zouden trekken en steeds vaker betrokken zijn bij vechtpartijen en diefstallen.
Maar de familie van de 16-jarige Mohammed ontkracht met klem dat de moord daar iets mee te maken heeft. De jongens zouden onderweg zijn geweest naar McDonald’s, vertelt een oom geëmotioneerd tijdens de herdenking in het park. ‘Ze kwamen hier voor veiligheid. Het waren nog kinderen, toch lieten ze hen zo laat naar buiten gaan.’
Hij heeft veel vragen voor het COA en Nidos, de jeugdbescherming die verantwoordelijk is voor alleenreizende minderjarige asielzoekers. Wat deden ze bijvoorbeeld rond middernacht op straat, terwijl ze formeel om 22 uur binnen moesten zijn? De schietpartij vond plaats rond 23.45 uur.
Desi van der Poel vertaalt zijn woorden voor wie geen Arabisch spreekt. Zij is van de Stichting Vrije Syriërs Nederland en staat de families deze week bij. De oom is vanuit Duitsland overgekomen om het lichaam van zijn neefje naar Syrië te brengen – binnen de islam is het gebruikelijk doden zo snel mogelijk te begraven – maar dat blijkt door allerlei regels nog niet zo gemakkelijk.
De oudste Mohammed wilde volgens Van der Poel begraven worden in de stad waarvan hij was gaan houden: Amsterdam. Of zijn ouders uit Syrië daarbij kunnen zijn is onduidelijk, zij wachten op een visum.
Er zijn ook enkele buurtbewoners naar de herdenking gekomen. Bea van der Put is als vrijwilliger betrokken bij de locatie waar beide slachtoffers woonden. Ze kende hen niet persoonlijk, toch gaat hun lot haar aan het hart. ‘Deze jongens die veiligheid zochten, maar hier niet veilig bleken, zijn niet meer…’, schreef ze op de kaart die ze al eerder neerlegde bij de brug waar ze stierven.
Dat er relatief weinig aandacht voor hen was, deed haar pijn. ‘Aanvankelijk lagen er slechts drie bloemen en een kaartje, dat vormde zo’n groot contrast met de berg bloemen en kaarsen die ik op tv zag voor slachtoffers van de brand in Zwitserland.’
Als een van de jonge aanwezigen Van der Put begroet, vertelt ze dat ze soms schilderworkshops organiseert voor bewoners van de opvanglocatie. ‘Daar ken ik hem van. Afgelopen weekend zou er ook een zijn, maar die ging niet door omdat iedereen te aangeslagen was.’
Over de toedracht van de moord wil Van der Put niet speculeren. ‘Die doet er nu niet toe. Het is hoe dan ook tragisch. Dit is een bijzonder kwetsbare groep die heel wat achter de rug heeft. Het waren tienerjongens, misschien niet de braafste, maar wie is dat wel op die leeftijd?’
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant