Leger Israël Decennialang hielden ultraorthodoxe joden zich afzijdig van de Israëlische samenleving. Nu moeten ze in dienst. „We hebben niet meer het privilege om nog langer op de bank te zitten.”
Ultraorthodoxe joden demonstreerden in oktober in Jeruzalem tegen de dienstplicht voor leden van hun gemeenschap.
Een busrit van nog geen half uur brengt je van de stranden van Tel Aviv naar de compleet andere wereld van Bnei Brak. Hier zijn het geen strakke sportschooloutfitjes en getrimde snorren die het straatbeeld bepalen, maar de woelige baarden, hoeden en zwarte kousen van de ultraorthodoxe joden, de haredim.
In Bnei Brak zie je ook opvallend weinig van de ‘Bring Them Home Now’-posters waar Tel Aviv al twee jaar vol mee hangt, die oproepen tot de terugkeer van Israëlische gijzelaars en lichamen uit Gaza – nog één lichaam moet worden overgedragen. In plaats daarvan vind je hier een andere slogan, die prijkt in stickervorm op lantaarnpalen, als vlag uit vensters en als spandoek tussen gebouwen:
„Veracht de arrestaties, vrees de quota’s, niet één dienstplichtige.”
De oproep verraadt de enorme spanningen die leven binnen de ultraorthodoxe gemeenschap. Vorig jaar oordeelde het Israëlische Hooggerechtshof dat er een einde moet komen aan de lang gedoogde vrijstelling van jonge ultraorthodoxe mannen voor militaire dienstplicht. Sindsdien probeert de overheid de haredim onder dwang te rekruteren. Maar van de zo’n 24.000 mannen die vorig jaar een oproep kregen, kwamen er maar 1.200 opdagen. Enkele dienstweigeraars werden gearresteerd.
Dat leidde ertoe dat in oktober honderdduizenden woedende ultraorthodoxe mannen in Jeruzalem de straat op gingen. Toen militaire politieagenten vorige maand weer een dienstweigeraar probeerden te arresteren, werden ze aangevallen door een grote menigte haredim en moesten ze worden gered door een andere eenheid.
Deze week liepen de gemoederen verder op. Bij een demonstratie dinsdag in Jeruzalem blokkeerden ultraorthodoxe demonstranten wegen, staken zij vuilnisbakken in brand en vielen journalisten aan. Tientallen jonge haredim vielen een bus aan, waarna de chauffeur volgens de Israëlische krant Haaretz snel wegreed en daarbij een veertienjarige ultraorthodoxe jongen doodreed.
„We houden Israël veilig op onze eigen manier, door Tora-studie” zegt Jakob (50), een van de weinige inwoners van Bnei Brak die over het gevoelige onderwerp van de dienstplicht wil praten, en net zoals anderen niet met zijn achternaam in de krant wil.
David Ben-Gurion, stichter van de staat Israël, zag het leger als een smeltkroes: een plek om de nationale eenheid te creëren. Maar precies dat is wat de haredim niet willen. „We voeden onze kinderen tot hun achttiende op een bepaalde manier en in een bepaalde omgeving op,” zegt Jozef (64), die uit zijn auto stapt om zich beter verstaanbaar te maken. „En dan wil het leger ze komen ophalen om ze vervolgens van A tot Z te veranderen.”
Het feit dat het leger speciale eenheden heeft ingericht waar haredim hun dienstplicht kunnen combineren met studeren en met hun vrome en besloten levensstijl – vaak zonder internet en televisie – overtuigt Jozef niet. „Er zitten ook meisjes in het leger, terwijl wij juist aparte scholen voor jongens en meisjes hebben om ze gescheiden van elkaar te houden.”
De dienstplicht voor ultraorthodoxen is misschien wel Netanyahu’s grootste hoofdpijndossier. De steun van de ultraorthodoxe partijen in de Knesset is onmisbaar voor zijn coalitie en ook in zijn strijd om politiek te overleven terwijl hij terechtstaat voor corruptie.
Met een nieuwe wet, die de dienstplicht voor de haredim afzwakt, hoopt Netanyahu de steun van zijn ultraorthodoxe coalitiegenoten te behouden. Maar oppositiepartijen vinden het voorstel veel te slap. Het leger zou alleen ultraorthodoxe mannen oproepen die niet fulltime religieuze studies volgen – slechts een kleine minderheid. Zelfs parlementariërs uit Netanyahu’s eigen Likud-partij zeggen nu tegen het voorstel te gaan stemmen. Oorspronkelijk zou het wetsvoorstel in december worden behandeld, maar dat is herhaaldelijk uitgesteld.
De uitzonderingspositie van de haredim is zo oud als de staat Israël zelf. Tijdens de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 besloot Ben-Gurion dat de zo’n vierhonderd haredim die studeerden in zogenoemde jesjiva-scholen niet het leger in hoefden. Ze mochten hun levens wijden aan het bestuderen van de heilige joodse boeken, om zo hopelijk de in de Holocaust weggevaagde joodse leertraditie nieuw leven in te blazen.
De vierhonderd jesjiva-leerlingen van toen zijn inmiddels uitgegroeid tot een groep van naar schatting zestigduizend mannen van dienstplichtige leeftijd, die nu de dans ontspringen. Ultraorthodoxe vrouwen krijgen gemiddeld 6,9 kinderen en de gemeenschap beslaat inmiddels 14 procent van de Israëlische bevolking: een verdubbeling ten opzichte van acht decennia geleden.
Hun uitzonderingspositie zet al langer kwaad bloed bij de rest van de samenleving, maar sinds de huidige oorlog in Gaza lopen de spanningen op. Het Israëlische leger – dat behalve Gaza ook de Westelijke Jordaanoever en delen van Libanon en Syrië bezet – heeft een tekort van twaalfduizend nieuwe rekruten. Sommige reservisten hebben daarom al meer dan vierhonderd dagen in het leger gediend. Honderden Israëlische militairen kwamen om het leven.
„Het is gewoon oneerlijk”, zegt Eitan (35) buiten een van de hippe koffiebarretjes van Florentin, een wijk in het zuiden van Tel Aviv. „Als je onderdeel bent van een maatschappij, dan moet je daaraan bijdragen.” Dat gaat verder dan alleen dienstplicht, benadrukt hij. Wie fulltime religieuze boeken bestudeert, draait volgens hem niet werkelijk mee in de economie.
Die scholen krijgen bovendien veel overheidssubsidie, vult zijn vriendin Yaël (33) aan. „We voelen ons echt vervreemd van de ultraorthodoxe gemeenschap, en ze proberen die isolatie in stand te houden.”
Afzondering van de moderne samenleving ligt ten grondslag aan de wereld van de haredim, zegt de ultraorthodoxe rabbijn Yehoshua Pfeffer (49) in zijn kantoor in Jeruzalem. Volgens hem was die keuze een manier om de religieuze gemeenschap te beschermen tegen de opkomst van de liberale orde in het Europa van de negentiende eeuw.
Die strategie bleek enorm succesvol, stelt Pfeffer. „Maar nu betalen we de prijs van dat succes: de gemeenschap is immers zo groot geworden dat we niet meer het privilege hebben om nog langer op de bank te zitten.” De rabbijn – zelf vader van acht kinderen – pleit daarom voor een fundamentele herziening van de ultraorthodoxe houding tegenover de staat.
Pfeffer is bestuurslid van een ngo die haredim ondersteunt die, ondanks druk vanuit hun gemeenschap, toch voor militaire dienst hebben gekozen. Uit zijn zak haalt hij zijn eigen dog tags, militaire identiteitsplaatjes. „Ik heb zelf net een basistraining doorlopen, om het goede voorbeeld te geven.”
In een opiniestuk voor The Wall Street Journal schreef Pfeffer afgelopen zomer dat hij „diepe trots” voelde voor vier ultraorthodoxe militairen die afgelopen juni in Gaza omkwamen bij een hinderlaag. Hun sneuvelen was natuurlijk een vreselijke gebeurtenis, vertelt hij, „maar het stond ook symbool voor een groeiende trend van participatie van de haredim op wat voor Israël een sleutelmoment is”.
Dat het sentiment binnen de ultraorthodoxe gemeenschap aan het verschuiven is, blijkt uit onderzoek van Nechumi Yaffe, de eerste vrouwelijke ultraorthodoxe hoogleraar in Israël, verbonden aan de Universiteit van Tel Aviv. Uit haar peilingen blijkt dat slechts 29 procent van de haredim zich volledig afkeert van de seculiere samenleving. De overige 71 procent neemt in uiteenlopende mate deel aan de maatschappij. Ook jesjiva-studenten werken soms parttime naast hun studie.
Een groeiende groep van zo’n 20 procent bestaat daarnaast uit de zogenaamde „nieuwe haredim,” vertelt Yaffe. „Dat zijn veelal jonge mensen die religieus willen zijn, maar daarnaast ook een doorsnee Israëlisch leven willen leiden. Ze willen seculier onderwijs volgen en zien hun kinderen straks graag dienst nemen in het leger.”
Maar als het leger meer haredim in zijn gelederen wil hebben, zal het ook zelf moeten veranderen, benadrukt zowel Yaffe als Pfeffer. Haredim worden buiten hun gemeenschap ontzettend gediscrimineerd, zegt Yaffe. „Ik heb weleens haredim in de klas in de klas die echt ongelofelijk veel narigheid van medestudenten naar hun hoofd geslingerd krijgen. Terwijl dit juist de personen zijn die een brug slaan proberen te slaan tussen hun gemeenschap en de rest van de samenleving.”
„Het leger moet vertrouwen kweken,” zegt Pfeffer. Bijvoorbeeld door duidelijke regels op te stellen rond eenheden met haredim en de rabbijnen toegang tot de eenheden te geven om de jongens een hart onder de riem te steken. „Maar tegen mijn haredi-vrienden zeg ik dat om de boel echt te veranderen, je wel mee moet doen.”
De integratie van ultraorthodoxe joden in de Israëlische samenleving is niet te stoppen, zegt Pfeffer. „De vraag is: hoe gaat die integratie eruitzien? Worden we tegen onze wil de ultraorthodoxe wereld uit gesleurd? Of doen we het op een manier die we zelf vormgeven, waarbij we meepraten over hoe de toekomst van Israël eruit gaat zien?”
Source: NRC