Home

‘Heel Europa was in de vroege Middeleeuwen onderop met elkaar verbonden’

Geschiedenis De vroegmiddeleeuwse bevolking van Europa was niet zo simpel als het cliché wil. In een graf bij Nijmegen lagen bijvoorbeeld kralen die duizenden kilometers ver weg gemaakt zijn. Volgens archeoloog Frans Theuws hadden de mensen „een veel wijdere sociale horizon” dan gedacht.

Een beroemde schoolplaat van J.H. Isings, getekend rond 1940: Willibrord vertrekt in 690 vanuit Utrecht om de Friezen te kerstenen. De ‘gewone’ bevolking is nauwelijks zichtbaar. Zulke platen hebben het beeld van de vroege Middeleeuwen sterk bepaald.

Het beeld van de vroege Middeleeuwen moet op z’n kop, vindt Frans Theuws. Nog altijd wordt gedacht dat Europa na het Romeinse Rijk gefragmenteerd raakte en in allerlei etnische rijkjes uiteen viel. Daar denkt de emeritus hoogleraar middeleeuwse archeologie aan de Universiteit Leiden dus anders over: in de periode van de vijfde tot en met de achtste eeuw stonden de gewone mensen in Europa nog steeds op allerlei manieren met elkaar in verband en contact. Er bestond dus ook een Europa waarbij de grote massa nog steeds op een bepaalde manier verenigd was. Toegegeven, voorlopig is het officieel slechts een hypothese, die nog aangetoond moet worden. Als het goed is zal dat de komende zes jaar gebeuren tijdens een groot door de European Research Council (ERC) gefinancierd onderzoeksproject, waarvan hij de ‘corresponderende hoofdonderzoeker’ is.

Frans Theuws, hoogleraar middeleeuwse archeologie.

Dergelijke EU-onderzoeksprojecten hebben altijd een pakkend acroniem als naam. Theuws’ project heet COCO, wat staat voor Connected Communities in early medieval Europe. Ruim 11 miljoen euro uit de pot van de ERC Synergy Grant hebben hij en drie andere hoofdonderzoekers uit het buitenland binnengehaald. Niet gek voor een man die al zo’n zes jaar met pensioen heet te zijn. „Ik kom zelfs weer in dienst”, zegt hij stralend met de Brabants-Kempense tongval die hij nooit is kwijtgeraakt. Nu ontvangt hij bezoek nog in de kantine van de archeologiefaculteit, omdat hij sinds zijn emeritaat een werkkamer deelt met drie andere (bijna) gepensioneerde archeologen. „Maar binnenkort verhuis ik weer en krijg ik weer meer eigen ruimte.”

Theuws schetst nog een keer het huidige clichébeeld. Ook in de geschiedwetenschap is de laatste jaren wel een wending te zien, maar nog altijd heerst breed het oude beeld. De vroegmiddeleeuwse samenlevingen in Europa zouden zijn gecreëerd door de heroïsche daden van koningen, aristocraten, bisschoppen en heiligen. Zij waren de leidende klassen, zij waren de rijken van hun tijd, verder was alles kleinschalig en armoedig.

Schoolplaten

Op zijn werkkamer, voegt hij eraan toe, hangen drie schoolplaten van J.H. Isings. En op die beroemde platen zie je dat beeld duidelijk terug. Op een ervan (getekend rond 1940) is bijvoorbeeld Willibrord afgebeeld als hij in 690 vanuit Utrecht vertrekt om de Friezen te kerstenen. „Prominent op zijn paard.” Op de achtergrond staat de door Willibrord gebouwde Salvatorkerk, een stevig stenen gebouw. Vaag is ook nog iets te zien van wat je de ‘gewone’ bevolking zou kunnen noemen.

Van de te kerstenen Friezen heeft Isings geen afbeelding gemaakt. Theuws heeft wel een idee hoe zo’n schoolplaat eruit gezien zou kunnen hebben. „Ze zouden klein en passief zijn afgebeeld. Als mensen die vooral voedsel produceren, zelf geen cultuur hebben, maar cultuur ontvangen. Ik vermoed ook dat ze wonend in hutten zouden zijn afgebeeld. Die hutten zijn natuurlijk van hout, in schril contrast met de stenen kerken die voor eeuwigheid en duurzaamheid staan. Hout daarentegen verrot, net als het menselijk lichaam. Dat weerspiegelt de ideologie van de kerk.”

Het bestaande beeld is gebaseerd op geschreven bronnen uit de Late Oudheid en de vroege Middeleeuwen. „Denk aan de Historia van Gregorius van Tours, of oorkonden.” Geen kwaad woord over historici, gaat Theuws verder, maar lange tijd hebben ze geen oog gehad voor het feit dat de auteurs van die tijd een agenda hadden. „Gregorius vond bijvoorbeeld de rol van de kerk belangrijker dan die van de koninkrijken in zijn Europa. Hij zag de Kerk als de superieure beschermer van het welzijn van de gewone mensen. Ook uit de andere geschreven bronnen kwam een Europa naar voren dat van bovenaf was gecreëerd en volledig hiërarchisch was georganiseerd.”

Historische legitimatie

Dit historische beeld ontstond volgens Theuws niet toevallig in de negentiende eeuw. Het was in Europa de tijd van natievorming. Duitsland en Italië kregen vorm, en ook een klein land als Nederland onderstreepte zijn status van onafhankelijke staat door de invoering van een grondwet. Al deze staten gingen op zoek naar een historische legitimatie. „De historici leverden die door te wijzen op al die losse etnische formaties in de vroege Middeleeuwen.”

Hij geeft het toe: ook in de archeologie, ook bij hemzelf werd dat het heersende beeld. „Vandaar dat de archeologen allerlei materiële culturen gingen onderscheiden, van de Franken, de Alemannen, de Saksen, de Longobarden, de Slaven, de Goten, ga zo maar door.”

Dat er naast de lappendeken van hiërarchisch georganiseerde rijken onderop nog een ander, veel meer verbonden Europa bestond, werd Theuws duidelijk tijdens een eerder ook door de ERC gefinancierd onderzoeksproject, waaraan hij tussen 2017 en 2023 leiding gaf. Grafvelden in de Benelux, Noord-Frankrijk en West-Duitsland zaten vol goud, zilver en kostbare sieraden, juist ook in de ‘armoedige’ noordelijke delen van het onderzoeksterrein, waar volgens de geschreven bronnen de aristocratie zich weinig liet zien en weinig bezittingen had. „De boeren daar beschikten over een veel wijdere sociale horizon dan we dachten.” Dat leidde tot de vraag hoe ze aan al die spullen kwamen.

Een impressie van de variatie aan kralen aangetroffen in graven uit de vroege Middeleeuwen. Bijvoorbeeld barnsteen uit het Oostzeegebied (achter) en zogeheten millefiori kraal uit Egypte (links vooraan).

Theuws geeft het voorbeeld van een kralenketting uit een zesde-eeuws grafveld bij Lent, bij Nijmegen. De ketting bestond uit 121 kralen en lag om de nek van een meisje van vijf of zes jaar. Natuurwetenschappelijk onderzoek maakte duidelijk dat de kralen met verschillende technieken gemaakt waren van glas, amber en faience. Het meisje had de hele wereld om haar nek, want de kralen bleken afkomstig uit Europa, de Baltische staten, het Nabije Oosten, Egypte, het Midden-Oosten en India.

Vergelijkbare kettingen kwamen de onderzoekers op zoveel andere plekken tegen, dat de verspreiding ervan niet door de elite gecontroleerd kan zijn. Chemische analyse maakte verder duidelijk dat de samenstelling van kralen van hetzelfde materiaal zo op elkaar leek dat ze uit dezelfde partij moesten komen. „Dat betekent dat de kralen niet als losse onderdelen naar Lent waren gekomen, maar dat de ketting ergens anders is gemaakt en als ketting is doorgegeven”, stelt Theuws.

Anders dan ze verwachtten was de ketting waarschijnlijk ook niet van de ene op de andere generatie doorgegeven. „Slechts de helft van de begravenen in Lent had een sterke genetische relatie met elkaar. Uit dna-onderzoek blijkt wel dat allerlei verwanten, neven, nichten en achterneven verspreid over Europa leefden, onder meer in Engeland, Italië en Centraal-Europa. Ik denk dat ze dat van elkaar wisten, en dat ze elkaar op gezette tijden en op bepaalde plekken ontmoetten. En dan wisselden ze voorwerpen, zoals kettingen, en ideeën uit. Daarom zie je in de vroege Middeleeuwen een soort uniformiteit: in Noord-Frankrijk gebruikten ze bijvoorbeeld dezelfde soort fibulae [mantelspelden] als in Zuid-Duitsland, Italië, Slovenië en Oekraïne.” Zo maakt Theuws met zijn bottom-upbenadering, die voor de vroege Middeleeuwen alleen met archeologisch onderzoek mogelijk is, duidelijk dat ook de grote massa een bijdrage leverde aan de vorming van de vroegmiddeleeuwse samenleving.

Als het om de verspreiding van ideeën gaat wil Theuws toch nog even naar zijn werkkamer om iets op zijn computer te laten zien. Het vorige project heeft een database met gegevens over 8.373 vindplaatsen opgeleverd. „Die gaan we ook voor het nieuwe project bouwen, en die wordt ook open access, zodat iedereen er zelf onderzoek mee kan doen.” Met een paar klikken laat hij een verspreidingskaart zien van glazen zonder voet. „Dat waren waarschijnlijk geen drinkglazen, maar lampen die in een frame werden geplaatst. We hebben er experimenten mee gedaan: water, olie en een lont erin, en dan maar aansteken. We kregen prachtige effecten. Op de een of andere manier was licht belangrijk in het graf, om de duisternis en het kwade te verdrijven. Denk aan ons gebruik van lichtjes op begraafplaatsen.”

Met nog een paar klikken komen ook alle bekende christelijke cultusplaatsen in beeld. Dan valt op dat de lampen juist in de tussenliggende gebieden zijn gevonden. „Stel je voor dat iemand van een plek met een kerk en een bisschop naar een plek zonder is gegaan. Dan stappen ze daar over op wat een collega in Oxford do-it-yourself christianity noemt, een beweging van onderop. Misschien ging Willibrord niet naar de Nederlanden om de mensen te kerstenen, maar om ze te corrigeren.”

Het nieuwe project, waarin ook weer veel natuurwetenschappelijk onderzoek zal worden gedaan, heeft vrijwel heel Europa als onderzoeksterrein. Dat moet ook leiden tot meer uitwisseling van archeologische gegevens uit Centraal-Europa. In het verleden is dat niet gebeurd. „Nu lijkt het of er alleen mobiliteit tussen noord en zuid is geweest. Het kan niet waar zijn dat er geen mobiliteit tussen oost en west was. Heel Europa was onderop met elkaar verbonden.”

Theuws wil met zijn onderzoek ook nadrukkelijk laten zien dat wetenschappelijk onderzoek van het verleden een bijdrage kan leven aan de politieke discussies in het heden. „Ik denk dat we gaan laten zien dat migratie een enorm interessante bijdrage kan leveren aan samenlevingen. En dat is een optimistischer beeld dan wat er nu wordt geschetst, lijkt mij.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Source: NRC

Previous

Next