Home

Was Mondriaan net goed bezig, gooit Hitler roet in het eten

Documentaire ‘Mondria(a)n, en route to New York’ volgt schilder Piet Mondriaans weg van Parijs via Londen naar New York, wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. De film gebruikt Mondriaans kenmerkende stijl met lijnen en vlakken als frame voor de geschiedenis.

Een foto van Piet Mondriaan in: 'Mondria(a)n, en route to New York'.

Documentaire

Mondria(a)n, en route to New York. Regie: Pim Zwier. Lengte: 72 minuten.

In de archiefcollage Mondria(a)n, en route to New York doet Pim Zwier precies dat: de fameuze voorman van De Stijl volgen op weg naar New York. In 1938 wordt Parijs de schilder te heet onder de voeten, hij verhuist zijn atelier naar Hampstead bij Londen. „In het Nederlands en Frans heb ik wel gezegd wat ik te zeggen had, en niemand leek te luisteren. Wat goed is, want zo kon ik me op het schilderen concentreren”, schrijf hij dan. Maar het leven blijkt er te geïsoleerd en kleinsteeds en Britten zijn kruideniers, klaagt Mondriaan. Na het begin van de Blitzkrieg trekt hij door naar New York, al vallen er eerst wat bureaucratische obstakels te overwinnen.

Schilder Piet Mondriaan (1872-1944) vond pas rond zijn vijftigste zijn stijl. Zijn ontwikkeling richting toenemende abstractie weerspiegelt de kunstgeschiedenis van de vroege 20ste eeuw, waarbij Mondriaan in Parijs als een spons elke schilderschool opzuigt en wegloopt met theosofie en jazz. Tijdens de Eerste Wereldoorlog ontwikkelt hij met kunstbroeders de leer van het neoplasticisme, wat de grondslag wordt van zijn invloedrijke kunstbeweging De Stijl. Vanaf 1920 werkt Mondriaan louter met vierkante vlakken, zwarte lijnen en primaire kleuren. Aan dat keurslijf hield Mondriaan – van calvinistische huize – fanatiek vast, peinzend over de correcte dikte van de lijn, of een dubbele lijn wel mocht. Zijn vlucht naar New York was in dat opzicht bevrijdend: geconfronteerd met wolkenkrabbers, neon en jazzclubs liet hij als zeventiger de zwarte lijnen los in levendige afscheidswerken als Victory Boogie Woogie.

Mondriaans schilderijen dienen in ‘Mondria(a)n, en route to New York’ als frame voor de geschiedenis.

Een mooi afgerond schildersleven zo: Pim Zwier veronderstelt dat in Mondria(a)n, en route to New York als voldoende bekend en negeert het verder. Dit gaat slechts om Mondriaans vlucht van Parijs via Londen naar New York, waarbij er in Engels met lekker vet Nederlands accent wordt voorgelezen uit Mondriaans brieven aan jonge vriend en mecenas Harry Holtzman – die evenmin wordt geïntroduceerd. Holtzman was een fan die Mondriaan financierde en naar New York haalde – ze waren bevriend sinds Holtzmans onaangekondigde atelierbezoek in 1934, ondanks veertig jaar leeftijdsverschil en Mondriaans toen beroerde Engels.

Zwier gebruikt Mondriaans schilderijen vaak als frame, soms voor split screens. Dat ligt voor de hand, maar het confronteert zijn nogal bewegingloze, introverte en cerebrale schildersleven – bewegend beeld van Mondriaan is er nauwelijks – zeer effectief met een wereld die uit het lood slaat: Hitler in Triumph des Willens, Fred Astaire, de Blitz. Dat contrast legt – soms nogal komisch – de vinger op Mondriaans egocentrisme:  „Ik was net zo goed aan het werk, en dan gooit Hitler roet in het eten”, moppert hij als de oorlog uitbreekt. Maar opportunisme was de mysticus ook nooit vreemd: Mondriaan veranderde uit marktoverwegingen in Frankrijk zijn naam in Mondrian.   

Mondriaan blijft optimistisch: ik ben er zeker van dat de mensheid erop vooruit gaat, schrijft hij tijdens de Blitzkrieg. „Vooruitgang is niet te stuiten, is universeel.”

Source: NRC

Previous

Next