Home

Israël mag hulporganisaties niet weren uit Gaza

Humanitaire crisis

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

Hoe de ene crisis de andere verdringt: lang ging de aandacht voor Gaza ten koste van de oorlog in Soedan, en nu alle ogen zijn gericht op Venezuela – en Groenland – is opeens ook Gaza naar de achtergrond verdwenen. Dat is niet vreemd gezien de schokgolf die Donald Trumps onwettige interventie in Venezuela veroorzaakt in de wereldorde, maar ook Gaza blijft helaas kritische aandacht nodig hebben.

Daar zou de humanitaire situatie nu flink verbeterd moeten zijn, drie maanden na de inwerkingtreding van het Amerikaanse twintig-puntenplan dat een einde moest maken aan Israëls misdaden tegen de Palestijnse bevolking, waaronder moedwillige uithongering. Maar Israël laat nog altijd veel te weinig hulp toe en besloot kort voor de jaarwisseling ook nog eens om 37 internationale hulporganisaties per 1 maart de toegang te ontzeggen.

De gevolgen daarvan zijn een zoveelste klap voor de Gazanen. Hoewel de acute hongersnood is geweken, zijn hun omstandigheden nog altijd extreem, zeker nu de winter kou en regen brengt. Een op de vier gezinnen leeft van één maaltijd per dag, een groot deel van de bevolking woont in tenten. Onlangs verdronk een zevenjarige jongen in een modderstroom die zijn tentenkamp overspoelde.

Het werk van internationale ngo’s is cruciaal voor Gaza. Ze leveren ruim de helft van alle voedselhulp, doen de zorg voor kinderen met acute ondervoeding en voorzien in het grootste deel van de tenten en ander onderdak. Tot de verboden organisaties behoren ervaren, belangrijke partijen als Médecins sans Frontières, Oxfam en de Norwegian Refugee Council. Het is nog onduidelijk in hoeverre zij hun werk kunnen overdragen aan lokale partnerorganisaties.

Israëls argumentatie bij het intrekken van de vergunningen is onvoldoende onderbouwd en inconsistent. Om hun toegang te behouden hadden de ngo’s de persoonsgegevens van al hun medewerkers en details over de financiering van de hulp moeten overleggen. Dit om te voorkomen dat Hamas de organisaties infiltreert.

Maar betrouwbaar bewijs dat Hamas de hulpgroepen misbruikt ontbreekt, en ook als de terreurgroep wel is geïnfiltreerd, is er de kwestie van proportionaliteit. Het toelaten van voldoende humanitaire hulp is een verplichting onder het internationaal recht en onderdeel van de afspraken die eind september onder leiding van de Verenigde Staten zijn gemaakt.

Het is logisch dat de hulpgroepen weigeren de geëiste informatie te delen. Israël geeft geen openheid over wat het met de gegevens gaat doen, terwijl er sinds 7 oktober 2023 meer dan 500 hulpverleners zijn gedood in Gaza. Meewerken zou onverantwoordelijk zijn en bovendien strijdig met de principes van neutraliteit en onafhankelijkheid, die leidend zijn in de noodhulpwereld.

Daarnaast hanteert Israël argumenten die niets met humanitaire hulp te maken hebben. Zo worden er ook organisaties geweerd omdat zij Israëls optreden in Gaza genocide hebben genoemd of omdat zij zich hebben uitgesproken vóór de zaak tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof en die tegen premier Netanyahu bij het Internationaal Strafhof.

Die laatste zaak draait om het uithongeren van de bevolking als oorlogsmisdaad en ook nu heeft Israël de schijn tegen. „Dit is geen technische of administratieve kwestie”, schreven 53 internationale hulporganisaties deze week in een verklaring, „maar een bewuste beleidskeuze met voorzienbare gevolgen.” Ze hebben gelijk. Israël moet deze maatregel intrekken.

Source: NRC

Previous

Next