Home

Donald Trump zet ook een fiscale ‘race to the bottom’ in gang

‘Tax the rich’, scandeerden de aanhangers van de New Yorkse burgemeester Zohran Mamdani bij zijn inauguratie. ‘Belast de rijken.’ Die wens is volledig te begrijpen, zeker in New York, waar het verschil tussen de allerrijksten en allerarmsten groot is en blijft groeien.

De allerrijksten in Amerika betaalden traditioneel al veel minder belasting dan de gemiddelde Amerikaan – als percentage van hun inkomen. Onder Donald Trump is die belastingdruk verder verlaagd.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Er zijn verschillende manieren om de groeiende vermogenskloof te verkleinen. Via de vermogensbelasting, natuurlijk, maar ook via de vennootschapsbelasting, de belasting die bedrijven betalen over hun winst. Hoe hoger die belasting, hoe minder geld terechtkomt bij de aandeelhouders en hoe meer terugvloeit naar de samenleving.

Het lastige bij beide belastingen is dat kapitaal al enkele decennia vrij over de wereld kan bewegen. Als de vermogensbelasting ergens wordt verhoogd, kan dat vermogen makkelijk worden verplaatst naar landen waar de belasting lager is. Als de vennootschapsbelasting wordt verhoogd, kunnen bedrijven naar een ander land verhuizen. Zeker voor de allerrijksten en de grootste bedrijven is dit een fluitje van een cent.

Om de allerrijksten aan te pakken zijn dus internationale afspraken nodig, afspraken om overal hetzelfde belastingpercentage te heffen, afspraken om niet in een race to the bottom verzeild te raken bij het aantrekken van bedrijven en vermogens.

Voor de vermogensbelasting is dat nog niet gelukt, voor de vennootschapsbelasting wel. In 2021, toen Joe Biden nog president van de VS was, spraken 145 landen verenigd in de Oeso af om een minimum in te voeren van 15 procent voor bedrijven met een omzet van minimaal 750 miljoen euro. Dat was hoopvol, al werd er in de jaren daarna steeds vaker aan gemorreld, onder meer door Nederland, dat traditioneel een diep verlangen heeft om het bedrijven op alle mogelijke manieren naar de zin te maken.

Deze week werden de afspraken verder ondergraven. Nadat de Amerikanen hadden laten weten zich er niet langer aan te willen houden, zag de Oeso geen andere uitweg dan de afspraken ‘aan te passen’. De Verenigde Staten krijgen een uitzonderingspositie, het minimumtarief van 15 procent geldt niet langer voor Amerikaanse bedrijven.

Het is de vraag wat de afspraken überhaupt nog waard zijn als de VS niet meer meedoen. Amerikaanse bedrijven krijgen een concurrentievoordeel en elk bedrijf dat minder dan 15 procent vennootschapsbelasting wil betalen, kan zijn hoofdkantoor naar de VS verhuizen. Hoe moeten andere overheden dat verdedigen? De kans is groot dat het draagvlak verder zal afbrokkelen.

Het Amerika van Donald Trump maakt zo niet alleen de internationale rechtsorde kapot, maar ook de fiscale consensus. Zonder internationale afspraken zal de vermogensongelijkheid wereldwijd blijven groeien. Terwijl de wereld snakt naar extra belastingen, op vermogen maar ook op kapitaalbewegingen, worden die alleen maar afgeschaft of verlaagd.

Nu staten falen om hier iets aan te doen, richt de volkswoede zich begrijpelijkerwijs op andere overheden, zoals de stad New York, waar het enorme welvaartsverschil in de wereld continu en fysiek wordt gevoeld. Maar uiteindelijk is de bestrijding van ongelijkheid vooral een taak van landelijke overheden. Het is te hopen dat andere machtige landen zich niet laten meeslepen door de race to the bottom die door Trump is ingezet.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next