Crisis Venezuela Het conflict in de regio legt de strategische kwetsbaarheid van het Caribische deel van het koninkrijk bloot. De eilanden vlak voor de Venezolaanse kust voelen de gevolgen in toerisme, migratie en veiligheid. Om te handelen zijn ze afhankelijk van Den Haag. Wie is waarvoor verantwoordelijk?
Een Venezolaan verkoopt vis op de 'floating market' in het centrum van Willemstad. Op deze markt verkopen Venezolanen verse waar, die ze met bootjes overbrengen van het vasteland naar Curaçao.
Wat als Venezuela had besloten wraak te nemen, nadat Amerikaanse commando’s president Nicolás Maduro en zijn vrouw zaterdag in het holst van de nacht ontvoerden? En wat als Caracas dat had gedaan door een aanval te richten op de Caribische eilanden voor de Venezolaanse kust: Aruba, Curaçao of Bonaire? De eilanden maken immers deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden, dat (nog altijd) een bondgenoot is van de Verenigde Staten.
„Wordt de territoriale integriteit van Nederland geschonden, dan is het koninkrijk verplicht om op te treden”, zegt Arjen van Rijn, advocaat en buitengewoon hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit van Curaçao. Die verplichting vloeit voort uit het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden uit 1954. Daarin is vastgelegd dat defensie en buitenlandse betrekkingen Koninkrijksaangelegenheden zijn, en dat Nederland daarvoor eindverantwoordelijk is – ook voor de Caribische delen van het koninkrijk. Die staatkundige verhoudingen zijn, ruim zeventig jaar later, formeel nog altijd ongewijzigd.
Welke militaire of diplomatieke tegenactie het koninkrijk in zo’n situatie zou kiezen, wordt niet in Den Haag alleen besloten. „Daarover beslist de rijksministerraad, in gezamenlijk overleg”, zegt Van Rijn, die een standaardwerk schreef over Caribisch staatsrecht. De raad bestaat uit alle Nederlandse ministers, aangevuld met de gevolmachtigde ministers van Aruba, Curaçao en Sint Maarten – de CAS-eilanden, die autonome landen binnen het koninkrijk zijn. Bonaire, Sint Eustatius en Saba (de BES-eilanden) zijn bijzondere Nederlandse gemeenten. Zij hebben geen eigen vertegenwoordiging in de rijksministerraad, maar hun inwoners stemmen wel mee voor de Tweede Kamer in Nederland.
In de praktijk, denkt Gert Oostindie, emeritus hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis aan de Universiteit Leiden, kun je je afvragen of die militaire aanwezigheid in zo’n extreme situatie meer kan zijn dan symbolisch. „Maar vanuit eilandperspectief is dit een veiligheidsparaplu.” Het is een belangrijke reden geweest voor de eilanden om niet geheel onafhankelijk te willen worden, in tegenstelling tot de voormalige Nederlandse koloniën. „Kleinschaligheid en de problemen die daarmee gepaard gaan moet niet worden onderschat”, zegt Oostindie – zoals het beschermen van het eigen grondgebied. „Met deze constructie zijn de CAS- en de BES-eilanden veel beter af dan eilanden in de omgeving die misschien formeel onafhankelijk zijn, maar juist daardoor extra kwetsbaar.”
De geopolitieke storm die nu door de regio raast, legt die structurele en strategische kwetsbaarheid plots messcherp bloot. Om te handelen zijn de eilanden afhankelijk van Den Haag, maar de gevolgen worden lokaal gevoeld: in toerisme, migratie en veiligheid. Bovendien is de militaire presentie afschrikwekkend, maar uiteindelijk beperkt.
De economische gevolgen van de spanningen waren direct voelbaar. Luchtvaartmaatschappijen annuleerden kortstondig maar massaal vluchten, waardoor de belangrijkste economische levensader van de ABC-eilanden – het toerisme – tijdelijk werd afgesneden. Volgens consultancybureau Cornerstone Economics, dat regionale economische impact doorrekent, liep de schade voor alleen die ene dag al op tot 18 miljoen dollar. Zelfs korte geopolitieke schokken kunnen de eilandeconomie dus ontwrichten.
Venezolaanse fruitverkopers op de ‘floating market’ in Willemstad. Op Curaçao (circa 185.000 inwoners) verblijven naar schatting 17.000 ongedocumenteerde Venezolanen.
Daarnaast leeft al jaren de angst voor een nieuwe vluchtelingenstroom vanuit Venezuela. De eilanden zagen sinds 2017 al tienduizenden Venezolanen per boot arriveren. Op Aruba (circa 110.000 inwoners) verblijven naar schatting 17.000 ongedocumenteerde Venezolanen; op Curaçao (circa 185.000 inwoners) is dat aantal vergelijkbaar. Kosten voor opvang, voor zover die wordt verzorgd, dragen deze eilanden zelf, omdat het zelfstandige landen zijn. Voor de bijzondere gemeenten is Nederland daar wel verantwoordelijk voor.
De spanningen, ziet jurist Van Rijn, „zetten de verhoudingen tussen de eilanden en Nederland onder druk, op een goede manier. Als je bedenkt dat dit systeem in 1953 is bedacht, is dat vrij briljant. Het lijkt telkens weer te functioneren. In een gezamenlijke crisis des te meer. Aruba en Curaçao zijn stippen op de kaart. Wat ik hoor is dat ze blij zijn dat ze samen optrekken met een NAVO-lid dat nog iets te zeggen heeft. Dat geeft rust.”
Tegelijk is er ook altijd kritiek geweest op de manier waarop de onderlinge verplichtingen zijn georganiseerd. „Het Statuut beloofde gelijkwaardigheid, maar organiseerde die nooit democratisch”, zegt Oostindie. Zo kwam er wel een Koninkrijksregering, maar nooit een Koninkrijksparlement. Daardoor ontbreekt structurele parlementaire controle op defensie en buitenlandse besluiten vanuit de eilanden, die wél voor hen gelden. „In wezen is het een relatie waarin Nederland in alle opzichten dominant is”, zegt Oostindie. „Dat is gezien de schaalverschillen onvermijdelijk, maar het doet pijn.”
Volgens de emeritus hoogleraar definieert Nederland de eigen belangen bij de eilanden vooral in de sfeer van problemen die moeten worden opgelost, op het gebied van criminaliteit, integer bestuur en migratie. „Feitelijk gezien zijn er ook geen sterke wederzijdse belangen. De eilanden zijn afhankelijk van Nederland en Nederland is verplicht om de eilanden te ondersteunen. Dat betekent bemoeienis, anders kan het ook niet.”
De bemoeienis wordt nu met open armen ontvangen. Tijdens een bezoek van Defensieminister Ruben Brekelmans (VVD) deze dagen aan de eilanden, benadrukte de Arubaanse premier Mike Eman dat er nu „geen direct gevaar” is. Tegelijk waarschuwde premier Gilmar Pisas van Curaçao dat het conflict alsnog kan escaleren. „Het laat weer zien: als het erop aankomt, hebben de eilanden Nederland hard nodig”, zegt Oostindie. „Dat zal voorlopig niet veranderen. En Nederland mag zich er ook niet aan onttrekken.”
Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.
Source: NRC