Winstbelasting Volgens ambitieuze plannen moeten multinationals wereldwijd een minimumtarief van 15 procent belasting gaan betalen. De regering-Trump heeft nu een uitzondering voor Amerikaanse bedrijven bedongen.
De Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent noemde de overeenkomst “een historische overwinning in het behoud van de Amerikaanse soevereiniteit en de bescherming van Amerikaanse werknemers en bedrijven tegen buitenproportionele inmenging”.
Betrokkenen in verschillende westerse landen noemen het een grote stap vooruit in de strijd tegen belastingontwijking: maandag presenteerde de OESO, samenwerkingsverband van 38 welvarende landen, hernieuwde plannen voor de invoering van een wereldwijde minimumbelasting voor multinationals.
„Een baanbrekende beslissing in internationale belastingsamenwerking”, aldus de Australische secretaris-generaal van de OESO, Mathias Cormann. Eurocommissaris Wopke Hoekstra sprak op X van „een welkome stap die het wereldwijde belastingstelsel stabiliseert”. Minister van Financiën Eelco Heinen (VVD) schreef de Kamer het „belangrijk [te vinden] dat er een akkoord is bereikt waarmee [..] een netwerk van minimumbelastingen overeind kan worden gehouden in een zo groot mogelijk internationaal verband”.
De werkelijkheid is iets prozaïscher. Een voorstel om multinationals wereldwijd te verplichten in elk land waar ze actief zijn minimaal 15 procent winstbelasting te betalen, een plan waaraan al jaren wordt gewerkt, is afgezwakt onder druk van de regering-Trump. Het minimumtarief – dat al geldt voor grote bedrijven uit 65 landen, waaronder die uit de Europese Unie – zal niet opgaan voor Amerikaanse multinationals.
Direct na zijn herverkiezing beloofde president Trump een uitzondering voor Amerikaanse bedrijven te regelen. „Vandaag heeft de regering die belofte ingelost”, aldus een statement van minister van Financiën Scott Bessent maandag. Volgens hem stemden de meer dan 145 betrokken landen ermee in dat „bedrijven met het hoofdkantoor in de VS alleen onderworpen blijven aan de minimumbelastingen van de VS”. Deze multinationals worden vrijgesteld van eventuele extra belastingheffing door andere landen.
Bessent noemde de overeenkomst „een historische overwinning in het behoud van de Amerikaanse soevereiniteit en de bescherming van Amerikaanse werknemers en bedrijven tegen buitenproportionele inmenging”.
Al sinds 2021 werken 147 landen in OESO-verband aan de invoering van een mondiaal minimumtarief. Uitgangspunt is dat bedrijven met een jaaromzet van meer dan 750 miljoen euro in elk land waar ze activiteiten ontplooien minimaal 15 procent belasting betalen over hun winst. Die winsten wegsluizen naar belastingparadijzen als Bermuda of de Kaaimaneilanden zou zo minder moeten lonen.
Het plan leverde de afgelopen jaren veel discussie op. Multinationals, waaronder Microsoft, Unilever en Nestlé, betoogden dat de regels te complex zouden zijn en veel administratieve druk zouden opleveren. Opkomende economieën als India en Brazilië vreesden onder het nieuwe stelsel juist slechter af te zijn.
De Nederlandse regering was wel positief: doordat bedrijven onder de nieuwe regels minder winst uit Nederland naar belastingparadijzen zouden wegsluizen, zou hier jaarlijks 466 miljoen euro méér winstbelasting in de schatkist terechtkomen.
De net herkozen president Trump verklaarde in januari 2025 dat de nieuwe OESO-regels niet voor Amerikaanse bedrijven zouden gelden. En in juni kondigde hij een ‘revenge tax’ aan: als landen aan Amerikaanse multinationals toch een hogere winstbelasting zouden durven rekenen, zou Trump bedrijven en personen uit die landen ook een hoger belastingtarief opleggen.
Deze politieke druk leidde eind juni al tot een compromis: de G7-landen kwamen in Canada overeen dat Amerikaanse bedrijven grotendeels uitgezonderd zouden worden van de nieuwe internationale belastingregels. Het was de bedoeling de aangepaste afspraken voor het eind van 2025 definitief vast te leggen, maar volgens de Financial Times ontstond in december vertraging doordat China en een aantal Europese landen dwarslagen.
Volgens de Britse zakenkrant eiste Beijing dat voor Chinese bedrijven dezelfde uitzonderingen zouden gelden als voor Amerikaanse. Onder andere Tsjechië, Polen en Estland waren tegen de aanpassingen omdat, in de woorden van de Estse minister van Financiën, Europese multinationals hiermee op achterstand gezet zouden worden. Zij moeten immers wél wereldwijd een minimumtarief betalen, anders dan hun Amerikaanse concurrenten.
Voorvechters van eerlijke belastingheffing zijn uiterst kritisch op de aangepaste plannen die de OESO maandag gepresenteerd heeft. „Deze overeenkomst brengt bijna tien jaar wereldwijde vooruitgang op het gebied van vennootschapsbelasting in gevaar, alleen om de grootste en meest winstgevende Amerikaanse bedrijven in staat te stellen winsten te blijven parkeren in belastingparadijzen”, schreef directeur Zorka Milin van FACT Coalition, een Amerikaanse organisatie die zich onder meer bezighoudt met tegengaan van belastingontwijking.
Alex Cobham, directeur van Tax Justice Network in het Verenigd Koninkrijk, noemde het in een reactie een „schandelijk resultaat”. Hij schreef: „De OESO-landen hebben zojuist aan Donald Trump het recht afgestaan om bedrijven die binnen hun grenzen actief zijn te belasten. Een alarmerende onderwerping van de staatssoevereiniteit, die desondanks wordt gepresenteerd als een baanbrekende belastingovereenkomst.”
Volgens Tax Justice Network lopen Europese overheden tientallen miljarden euro’s per jaar mis doordat Amerikaanse bedrijven hun winsten onbelast kunnen wegsluizen. Wereldwijd ontweken Amerikaanse multinationals volgens Tax Justice Network de afgelopen zes jaar voor 495 miljard dollar aan winstbelasting.
Doordat Amerikaanse bedrijven worden uitgezonderd van de nieuwe OESO-regels, zal dit bedrag verder oplopen, denkt Cobham. Al is volgens hem niet duidelijk met hoeveel, omdat de OESO maandag geen inschatting meer gaf van de verwachte extra belastingopbrengsten onder de nieuwe regels. Eerder dacht de organisatie dat de nieuwe minimumbelasting wereldwijd 125 miljard euro aan extra betaalde winstbelasting zou opleveren.
Dat het eerdere OESO-plan nu wordt aangepast met een vrijstelling voor Amerikaanse bedrijven, schaadt de Nederlandse schatkist, erkent minister Heinen in zijn Kamerbrief. De „versoepeling” van de eerdere plannen zorgt volgens het kabinet voor 120 miljoen euro minder aan belastingopbrengsten dan eerder geraamd.
Maar, schrijft Heinen: er was niet echt een alternatief. „Zonder dit akkoord zou de toekomst van [het wereldwijde minimumtarief] onzeker zijn.” Oftewel: niet meebewegen met de eisen van Trump had de OESO-plannen helemaal op het spel gezet. En dan was de schatkist nog meer inkomsten misgelopen.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet
Source: NRC