Home

Rascomédienne Elsje de Wijn (1944-2026) hield op het toneel het tragische zo lang mogelijk licht

Afgelopen zaterdag overleed Elsje de Wijn. De actrice kon schalksheid en venijn prachtig verenigen, en legde daarbij een feilloos gevoel voor timing aan de dag. Ze speelde ruim tachtig toneelrollen en was daarnaast veelvuldig in films en series te zien.

schrijft voor de Volkskrant over theater.

In een van haar laatste toneelrollen, zit Elsje de Wijn de hele voorstelling vast in een grote container op het voortoneel. Haar hoofd steekt monter uit de opening, haar broze vingers omklemmen de rand. Als Nell in Eindspel (Theater Rotterdam, in regie van Erik Whien) vond ze een prachtig liefdevolle en ontroerend lichtvoetige vorm van acceptatie van de zinloosheid van het menselijk bestaan: ‘Niets is grappiger dan het ongeluk, dat moet ik toegeven.’

Zondag 4 januari, een dag na haar 82ste verjaardag, overleed de actrice, die leed aan de ziekte van Alzheimer, thuis in Amsterdam, in het bijzijn van haar familie. Ze heeft voor euthanasie gekozen. Dat maakte haar dochter, VPRO-hoofdredacteur Sarah Sylbing, maandag bekend.

Haar doorbraak

Het grote publiek kent Elsje de Wijn van de carnavaleske meezinger Karel, die in 1970 maandenlang in de hitparade stond. Het nummer komt uit de cabaretmusical Met man en muis van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink. De Wijn had nog maar net de toneelschool in Amsterdam voltooid, toen ze auditie deed voor de productie, gewoon thuis bij Schmidt. ‘Ik moest een leuk stukje doen in haar woonkamer. Dat vond ze blijkbaar leuk en toen is ze allemaal gekke dingen voor me gaan schrijven’, vertelde ze daar destijds over, daags na de première in 1969.

De voorstelling werd voornamelijk neergesabeld door de pers, maar De Wijn werd gezien als ontdekking: ‘Zij is opvallend, levendig, grappig en op haar gemak’, schreef dagblad Trouw.

De Wijn groeide op in een kunstminnend gezin in Amsterdam. Haar vader, Pieter de Wijn, gold als een van de beste amateurspelers van Nederland. De toneelschool werd haar niet opgedrongen, maar wel toegejuicht.

Ze studeerde af met stukken uit Faust, waarvoor ze veel waardering uit het veld kreeg, vooral vanwege haar opvallend komische talent. Ze werd meteen aangenomen bij Toneelgroep Centrum (een voorloper van Internationaal Theater Amsterdam), waar ze debuteerde met de zwijgende titelrol in Yvonne van de Poolse schrijver Witold Gombrowicz. Maar ook impresario John de Crane was bij haar eindexamen, en stelde haar later voor aan Annie M.G. Schmidt.

Later speelde ze onder meer veelvuldig bij Toneelgroep Baal, Het Nationale Toneel, het Ro Theater en Theatergroep Dorst, dat ze samen met bevriende collega’s oprichtte. Ze groeide uit tot een rascomédienne die in haar vertolkingen schalksheid en venijn prachtig kon verenigen, en daarbij een feilloos gevoel voor timing aan de dag legde. In totaal heeft ze in haar 55 jaar omvattende carrière ruim tachtig toneelrollen gespeeld. Ook was ze te zien in de films als Frank en Eva (1973), Voor een verloren soldaat (1992) en verschillende televisieseries, waaronder Citroentje met suiker, Verkeerd verbonden en Baantjer.

‘De clou is het tragische zo lang mogelijk zo licht mogelijk proberen te spelen’, zei ze in 2008 in de Volkskrant: een adagium dat ze als Nell in Eindspel op onnavolgbare wijze belichaamde: vastgesnoerd in uitzichtloosheid, maar opgewekt en liefdevol, het leven koesterend, tot aan het onafwendbare eind.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next