Rijkswaterstaat en gemeenten strooien momenteel dagelijks miljoenen kilo’s zout over de wegen. Wanneer werkt dit wel en niet tegen de gladheid? En: bestaan er ook zoutalternatieven?
Is strooizout hetzelfde als tafelzout?
Strooizout bestaat uit natriumchloride, net als tafelzout, met een antiklontermiddel. Rijkswaterstaat gebruikt wel een grotere korrelgrootte dan wat er in het gemiddelde zoutvaatje zit. Ook is het minder zuiver – en daardoor niet geschikt voor op een eitje. Strooiwagens mengen het zout met water en sproeien het resulterende mengsel, pekel, uit op het wegdek. Pekel heeft een lager vriespunt dan water, waardoor het niet bevriest als de temperatuur van het wegdek een paar graden onder nul zakt. Door het zout eerst met water te mengen plakt het beter aan het wegdek, waardoor er minder in de natuur terechtkomt. Ook kunnen de strooiwagens harder rijden dan wanneer ze droog zout zouden rondstrooien.
Zou het een goedkoop alternatief zijn om zeewater op de weg te spuiten? Nee, want pekel heeft een hoger zoutpercentage dan zeewater en werkt daardoor een stuk beter tegen gladheid.
Waarom is het wegdek na strooien soms toch nog glad?
Alleen strooien is helaas onvoldoende. Om gladheid tegen te gaan moeten weggebruikers het zout inrijden, zodat het mengt met het water op het wegdek. Dat is een van de redenen waarom verschillende gemeenten niet op stoepen of alle fietspaden strooien, het mengt daar niet genoeg met de sneeuw. Zonder ‘mengen’ zou het zout zelfs helemaal niks doen, zegt hoogleraar scheikunde Floris Rutjes van de Radboud Universiteit. ‘Je hebt het water in het ijs of de sneeuw nodig om het zout in op te lossen, dan verlaagt het vriespunt en kan het water niet opnieuw bevriezen.’ Dat mengen is wat makkelijker bij sneeuw dan bij ijs, omdat het losser is. Er is een grens waar zoutgebruik nog nuttig is. Het verlaagde vriespunt van pekel hangt af van de hoeveelheid zout in de mix, maar kan maximaal -20 worden, vertelt Rutjes. Kouder dan dat en de pekel bevriest alsnog.
Heeft al dat zout ook nadelen?
Rutjes: ‘Er bestaan planten die in zoute omgevingen kunnen overleven, maar dat geldt niet voor de planten in onze bermen.’ Alleen al dit seizoen strooide Rijkswaterstaat ruim 77 miljoen kilo zout, die uiteindelijk in de natuur terecht komt. Voor planten en dieren in de omgeving van de wegen is dat niet prettig. ‘Vooral voor dieren die gevoelig zijn voor zout, zoals slakken, is dat echt slecht.’ Er zijn ook risico’s voor drinkwater: daarom wordt in waterwingebieden niet gestrooid, om het drinkwater zoet te houden. Het zout is bovendien schadelijk voor vervoermiddelen: fietsen of auto’s met een klein krasje in de lak krijgen door al dat zout sneller roestvorming.
Zijn er alternatieven voor strooizout?
Zout is zeker niet het enige middel dat we over onze wegen zouden kunnen strooien tegen wegglijdende banden, legt Rutjes uit. Antivries, bijvoorbeeld, zou ook werken, net als suiker. Zout mag de rol als reddende engel elk jaar vervullen omdat het redelijk goedkoop is, efficiënter werkt, en veel van de andere opties nog schadelijker zijn voor het milieu. Andere zoutsoorten zouden ook kunnen werken, maar hebben weer als nadeel dat het vriespunt minder ver daalt.
Noord-Holland experimenteerde een paar jaar met grassap, maar dat bleek te duur. Zand is voor particulieren ook een alternatief, en werd in de jaren zestig door Rijkswaterstaat gebruikt. Zand werkt tegen gladheid doordat het voor meer grip zorgt, het verlaagt het vriespunt niet. Tegenwoordig is het niet meer geschikt voor het asfalt, doordat het in alle gaatjes van het wegdek vast komt te zitten. Die gaatjes zitten er niet voor niks in: als regen straks de sneeuw vervangt, absorberen die al het water. Zo ontstaat er geen waterballet bij regenbuien, die toch een stuk talrijker zijn in Nederland dan sneeuwstormen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant