Autotest De Q3 Plugin van Audi rijdt lekker en ziet er beter uit dan voorgangers, ziet Bas van Putten, maar de modieuze innovaties hadden beter achterwege kunnen blijven.
De Audi Q3.
Auto’s worden slimmer ja. En dommer. Digitalisering en elektrificatie laten geen steen op de andere, maar op één gezegende traditie kon je tot voor kort de klok gelijkzetten. Behalve bij Mercedes en ooit Citroën stak de stengel voor de ruitenwissers rechts achter het stuur uit de stuurkolom. Inmiddels experimenteren fabrikanten met alternatieve bedieningsmethoden die het er voor gebruikers zelden eenvoudiger op maken. Ze verplaatsen de ruitenwisserbediening naar het multimediadisplay, rampzalig gekloot. Of vervangen zoals Tesla de richtingaanwijzer door debiele drukknopjes op het stuur, waar Musk gelukkig van terug is gekomen.
Audi rotzooit met de Q3 Plugin weer anders maar wat aan. Ter hoogte van voorheen de stengelzone ligt, als een ra op een mast, een dwarsbalk over de stuurkolom. Aan de uiteinden bevinden zich de geamputeerde resten van de stengels. Links een microheveltje voor de richtingaanwijzers, rechts voor de bediening van de automaat. Voor de ruitenwissers vind je aan de linkerkant drie knoppen. Eén draaiwieltje voor het instellen van wissersnelheid en regensensor. Eén knopje voor de ruitenwisser en de ruitensproeier achter – eenmaal drukken voor wissen, tweemaal voor sproeien. Met de derde knop in het stompje voor de richtingaanwijzers worden via dezelfde procedure de wissers vóór bediend. Je zoekt je het lazarus.
Drie bedieningselementen, twee te veel. Was die stengel niet veel praktischer?, zal de nuchtere medemens vragen. Zeker. Maar dit is mode, modern doen om modern te lijken. De gestileerde stap vooruit verpakt een onbekwaamheid die ik verontrustend om zich heen zie grijpen.
Om zulke klachten worden automensen van mijn generatie te gemakkelijk voor grumpy uitgemaakt. Zinvolle innovatie juich ik toe. De regensensor die de wissers inschakelt zodra er druppels op de voorruit vallen, de adaptieve grootlichtassistent die ’s nachts voor tegenliggers automatisch je verlichting dimt, adaptieve cruise control die zelfstandig afremt voor tragere voorgangers, geweldig. Maar ga niet moeilijk doen waar het makkelijk kan. Neem de spiegelverstelling in de Audi. De van alle Volkswagenmerken bekende, onvolprezen combinatie van draaiknop en stelmechanisme in het deurpaneel zit verstopt achter een soort wandje dat als handgreep voor het sluiten van de deur moet dienen. Ik kan erbij, maar dit lukt je in de winter niet met handschoenen aan. Alsof je een knikker uit een muizenhol probeert te vissen.
Wel ziet de Q3 er beter uit dan vorige modellen. Die leken op afgehakte wigwams, tenten zonder punt. Hier staat een degelijk gelijnd, zij het iets te zwaar aangezet transportmiddel dat Audi met cosmetische chirurgie vetter en stoerder heeft willen laten overkomen dan het is. In het gebied waar vroeger de achterbumper zat – maar misschien ís het een bumper, net als in abstracte kunst is in de autobusiness de intentie achter het ontwerp steeds moeilijker vast te stellen – wordt bij mijn testauto een roosterachtige structuur omzoomd door een aluminium sierlijst. Het ziet eruit als een cartoonbek die met neerhangende mondhoeken nukkig fuck you had willen zeggen als dat had gekund. Vóór krullen de mondhoeken onder de monstergrille juist omhoog, geflankeerd door boekenlegger-achtige aluminium sierzuilen. Audi heeft een dorpskerk tot kathedraal willen optuigen.
Hoe onpraktisch: Het klassieke palletje voor de spiegelverstelling is nog net bereikbaar, maar door de opstaande rand voor de deurgreep is het een krappe bedoening.
De voor een suv bescheiden 19 inch-wielen geven de Audi tenminste van opzij een relatief beschaafd aanzien.
De grofbesnaarde grille is buiten proporties en de grijnzend opkrullende mondhoeken eromheen grenzen aan het karikaturale.
Dat had zoveel makkelijker gekund. In de plaats van de vertrouwde ruitenwisserstengel bedien je wissers en sproeiers met drie bedieningselementen, twee te veel.
Terwijl hij verder voorbeeldig is. De Q3 is een prettig rijdende, keurige plugin-hybride met een 19,7 kWh grote batterij die hem bijna volledig elektrificeert. Met een elektrische actieradius tot 120 kilometer hoef je voor de meeste ritten geen druppel benzine te vergieten als je rustig rijdt. Waarom dan 272 pk, ooit het vermogen van de laatste luchtgekoelde Porsche 911? Omdat hij naast elektrokracht nog een benzinemotor heeft en twee meer kunnen dan een. Maar welke aspirant-boomer – veel jongeren zie ik de brave borst niet voor zich winnen – wil in zo’n bezemwagen Max Verstappen nadoen? Waarom rij-instellingen als individual en dynamic? Dat is een bakfiets pimpen voor de Tour de France.
En haal die grijns van zijn smoel Audi, hij is er te goed voor. Prima stereo, goede zit, redelijk ruim, behoorlijk gebouwd – echte Audi, zou ik bijna zeggen. Kopers die vanuit Groningen maandelijks naar hun kleinkind in Terneuzen reizen hebben aan de Q3 een verdedigbaar alternatief voor volledig elektrisch. Al heb je voor dit geld riante stekker-suv’s die met twee keer het vermogen van de Audi even makkelijk Terneuzen halen, met normale stengels voor de ruitenwissers. Maar in Max-kringen is het met Audi’s als met kinderen. Je blijft ze trouw, al slopen ze met hun rareknoppenfetisj al je vertrouwde zekerheden.
Verbrandingsmotor: 177 pk
Elektromotor: 115 pk
Systeemvermogen: 272 pk
Koppel: 400 Nm
Aandrijving: voor
Transmissie: automaat, 6 versnellingen
Topsnelheid: 215 km/u
Acceleratie 0-100: 6,8 seconden
Verbruik gemiddeld: 1,9 liter/ 100 km (fabrieksopgave)
CO2-uitstoot: 43 g/km
Energielabel: A
Basisprijs: € 52.990
Prijs testauto: € 64.155
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC