China-Venezuela Met geen ander Latijns-Amerikaans land heeft China zulke nauwe economische banden als met Venezuela, waarmee het bovendien ideologische verwantschap voelt. Maar Beijing zal de net wat gestabiliseerde relatie met de VS voor Maduro niet in de waagschaal leggen.
De Venezolaanse president Nicolas Maduro in september 2023 op bezoek bij zijn Chinese collega Xi Jinping in Beijing.
Er leek geen vuiltje aan de lucht tijdens de ontmoeting die de Venezolaanse president Nicolás Maduro vrijdagmiddag had met een Chinese delegatie. Tijdens de ontmoeting, die live werd uitgezonden op de Venezolaanse televisie, oefende Maduro zijn Chinees („xiexie”) en uitte hij dankbaarheid voor de „onbreekbare band” tussen beide landen en de vriendschap van „grote broer” Xi Jinping. De handel met China is een economische levensader voor Venezuela, dat door Amerikaanse sancties wordt geïsoleerd.
Die nauwe banden met China hielpen Maduro niet toen hij diezelfde nacht door Amerikaanse militairen werd ontvoerd. De Chinese overheid zei „diep geschokt” te zijn door de Amerikaanse actie tegen het staatshoofd, en gaf daarmee een voor het land uitzonderlijk uitgesproken kritisch signaal af. De Chinese staatskrant Global Times sprak van een plot dat niemand in Hollywood had kunnen bedenken, en een „daad van hegemonie die indruist tegen het tij van het multilateralisme”.
Maar de verwachting is dat het bij kritische retoriek blijft, en dat de Chinese overheid en bedrijven een afwachtende houding aannemen.
China’s eigen relatie met de Verenigde Staten is net gestabiliseerd, en het land zal die niet voor Venezuela onder druk zetten. Na bijna een jaar van felle handelsoorlog maakten beide landen in november afspraken voor een handelsdeal. In april komt president Trump naar verwachting op bezoek in China.
De terughoudende reactie staat ook symbool voor China’s rol in Latijns-Amerika, waar het land economisch in snel tempo aan invloed won, maar ondanks mooie woorden op diplomatiek en strategisch gebied weinig te bieden heeft.
Juist in Venezuela werden de nadelen van economische afhankelijkheid van China de laatste jaren duidelijk. Het land sloot voor maar liefst 60 miljard dollar aan Chinese leningen af in ruil voor olie. Dat gebeurde vooral onder Maduro’s charismatische voorganger Hugo Chávez, die de Venezolaanse olie-industrie nationaliseerde en minder afhankelijk wilde worden van de Verenigde Staten. China was in de jaren nul wereldwijd hard op zoek naar grondstoffen om zijn groei te ondersteunen, en breidde partnerschappen in heel Latijns-Amerika uit. Maar nergens gingen de economische banden zo diep als in Venezuela, waar de socialistische regeringspartij ook ideologisch met China overweg kon, en waar minder maatschappelijke kritiek op Chinese projecten mogelijk was dan in vrijere landen in de regio.
Nadat Venezuela vanaf 2014 door de dalende olieprijzen in een crisis terechtkwam, en Maduro minder politiek vaardig bleek dan zijn voorganger, werden echter ook Chinese geldschieters minder enthousiast. Vanaf 2017 leende China nauwelijks meer aan het land, en het bood weinig hulp toen Venezuela vanwege de hoge leningen de reguliere overheidsuitgaven niet meer kon financieren. Hardop bleven Chinese diplomaten positief over de relatie, maar achter gesloten deuren werd veel ongenoegen geuit. Ook de olie die China wel bleef kopen kwam vaak niet aan. Op dit moment is Venezuela goed voor zo’n 4 procent van de Chinese olie-import.
Tegelijk werden partners als China, en ook Rusland, voor Venezuela de afgelopen jaren alleen maar belangrijker, nadat de Verenigde Staten vanaf 2017, onder de eerste regering-Trump, steeds meer sancties instelde tegen het land.
Toch zal de ingreep van de Verenigde Staten in Venezuela wel degelijk een impact hebben op China’s ambities in Latijns-Amerika. Volgens de nieuwe Amerikaanse veiligheidsstrategie is die regio een „nationaal kernbelang” van de Verenigde Staten. Hoewel China niet met naam wordt genoemd, is volgens Chinese experts duidelijk dat de „vijandelijke buitenlandse invloeden” die volgens de strategie moeten worden ingeperkt vooral op China slaan.
Chinese investeerders zullen het moeilijker krijgen op het continent nu dat opnieuw wordt gedefinieerd als „Amerika’s achtertuin”, stelt ook econoom Tao Zhigang van Hong Kong University in een Chinees interview over de impact van de ingreep in Venezuela. Maar China zal haar rol in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied „niet opgeven”. Een paar dagen nadat de Amerikaanse veiligheidsstrategie uitkwam, publiceerde Beijing voor het eerst in negen jaar een eigen strategie voor de regio, waarin het de nadruk legt op de onafhankelijkheid van het continent en stelt dat de relatie tussen China en Latijns-Amerika „niet ondergeschikt is aan welke derde partij dan ook”.
Het is nog onduidelijk wat de nieuwe interpretatie van de ‘Monroe-doctrine’ van de Trump-regering, waarbij Amerika zich richt op het westelijk halfrond en de wereld wordt verdeeld in invloedssferen, betekent voor Azië, stelt ook Tao. Het zou kunnen dat de Verenigde Staten zich ook daar meer afzijdig gaan houden, met meer „erkenning” van China’s machtspositie in de regio en een beperkte focus op vrije doorvaart in de internationale waterwegen.
Dat zou op termijn ook consequenties kunnen hebben voor Beijings houding ten opzichte van Taiwan, het democratisch bestuurde eiland dat het claimt als onderdeel van China.
Als het gaat om de lessen van de ingreep in Venezuela voor Taiwan gaat het nadrukkelijk niet om de mogelijke Amerikaanse schending van het internationaal recht in Venezuela, stelt Yang Kuang-shun van denktank US-Taiwan Watch in een serie berichten op platform X. Voor China is een ‘hereniging’ met Taiwan een interne aangelegenheid, waarop het internationale recht niet van toepassing is. Maar het is de „militaire afschrikking” van zowel Taiwan als de Verenigde Staten die China „al meer dan zeven decennia heeft tegengehouden”.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet
Source: NRC