Hij stal fietsen die de eigenaren onafgesloten neerzetten. Sinds 2004 is Murgeta M. vaste klant in de rechtszaal, vooral vanwege diefstallen. Begrijpt hij dat hij fout zit? Door zijn laag verstandelijke beperking en bipolaire stoornis is dat maar de vraag. Aan de politie vertelt hij dat onafgesloten fietsen voor hem „bedoeld waren.”
Snapte hij nou wel of niet wat hij fout deed? Het gesprek tussen de voorzitter van de meervoudige strafkamer en de 59-jarige Murgeta M. verloopt moeizaam. De man, een tengere gestalte in een dik vest en een grote parka, spreekt steeds maar een paar woorden, vaak onverstaanbaar. Z’n advocaat en z’n ‘persoonlijk begeleider’ schieten te hulp. Of-ie dichter bij de microfoon wil gaan zitten, zich wil herhalen – af en toe vullen ze in wat M. zou kunnen bedoelen. Meestal antwoordt hij zich de fietsdiefstallen uit het afgelopen jaar niet meer apart te kunnen herinneren. De voorzitter somt ze alle acht gedetailleerd op: locatie, datum, merk. Pegasus Siena, Rockrider mountainbike, Gazelle Chamonix, Stella Livorno Gold, Gazelle Esprit, Trek Galactic Grey.
De eigenaar van de duurste, de Stella Livorno, zit op de publieke tribune. Ze vraagt 3118,13 euro schadevergoeding, liefst voor te schieten door de Staat. Het is de nieuwprijs van haar vervangende fiets plus de verzekeringspremie. De advocaat van M. vindt vier diefstallen in het dossier niet echt bewezen en vraagt daarvoor vrijspraak. De officier vindt er bij nader inzien twee onvoldoende bewezen: in één geval bekende M. een grijze fiets op 10 november te hebben gepakt. Maar hij werd gedagvaard vanwege een zwarte fiets op de elfde. Ook de diefstal van de Stella Gold van de mevrouw op de tribune, trekt de officier in. De politie zag wel iemand op een ‘gouden fiets’ rijden, maar of dat ook háár fiets was, is niet echt duidelijk. Bij het slot van de zitting zegt de eigenares, op een vraag van de rechter, te berusten. „Als het niet goed bewezen is, dan is dat zo.” Maar die M., „die kennen we in het dorp allemaal”.
De man richtte zich op fietsen die de eigenaren onafgesloten neerzetten, meestal bij de supermarkt, het station of thuis voor de deur. Vaak is M. op bewakingsbeelden te zien. Bij stallingen placht hij speurend rond te lopen – ook de politie kent hem. Als ze bij straatruzies worden geroepen die gaan over fietsen en ‘wie de eigenaar is’, dan is Murgeta meestal het onderwerp. Aan de politie vertelt hij dat onafgesloten fietsen voor hem ‘bedoeld waren’, dat het ‘de schuld van de eigenaar’ was. Of dat onafgesloten fietsen ‘voor iedereen’ gereed staan.
De officier denkt dat M. zich wél bewust was van het onrechtmatige van z’n daad, juist omdat hij bij de politie zei dat het ‘ook wel een beetje fout was van de eigenaar’. Maar vandaag zegt hij maar weinig. Een aantal gestolen fietsen blijken te zijn terugbezorgd via de Facebook-pagina van de politie.
De geestelijke toestand van M. roept vragen op. Murgeta, geboren in Asmara, Eritrea, is sinds 2004 een vaste klant in de rechtszaal, vooral vanwege diefstallen. Hij verbleef al twee keer jaren in een Inrichting voor Stelselmatige Daders, gericht op rehabilitatie, maar vergeefs. Nu staat hij onder curatele wegens problematische schulden, onder meer wegens ov-boetes. Hij leeft van een klein beetje zakgeld. M. woont ‘begeleid’ in een Wet Langdurige Zorg-instelling. Overdag doet hij niks. M. is afgekeurd voor de arbeidsmarkt, afhankelijk van insuline wegens diabetes, laag verstandelijk beperkt en gedragsgestoord. De diagnose luidt: schizo-affectiestoornis bipolair. M. kan depressief, verward, manisch, hallucinerend en psychotisch gedrag vertonen.
Het goede nieuws is dat z’n advocaat recent een ‘zorgmachtiging’ voor hem verkreeg, waardoor hij nu met ‘depotmedicatie’ (injecties) opnieuw is ‘ingesteld’ en niet meer in hinderlijk gedrag vervalt. Er is nu controle op z’n medicatie. Sinds juli pleegt hij geen delicten meer, wat de advocaat ‘hoopgevend’ noemt. M. zegt dat z’n alcohol- en drugsproblemen uit het verleden geen rol meer spelen.
De reclassering ziet geen perspectief op verbetering – een straf met voorwaarden is daarom zinloos. Hij zal er zich niet aan kunnen houden. Gedragsverandering is ook te hoog gegrepen. Dan blijft er alleen gevangenisstraf over. Dat advies neemt de officier over. Ze eist vijf maanden gevangenisstraf, waarvan één maand voorwaardelijk als concessie aan de advocaat, met een proeftijd van twee jaar. De advocaat wijst er op dat als de rechtbank celstraf oplegt, Murgeta z’n kamer zal verliezen en dakloos wordt. Bij Begeleid Wonen mag een bewoner z’n kamer niet langer dan 42 dagen aaneengesloten onbenut laten. Daarna komt er een ander voor in aanmerking. Murgeta’s begeleider bevestigt het – een uitzondering maken voor M. ligt niet binnen zijn bevoegdheid. De gevolgen laten zich dan raden.
De meervoudige strafkamer legt M. twee weken later een taakstraf op van 150 uur en een geheel voorwaardelijke celstraf van drie maanden, met een proeftijd van twee jaar. Voor één van de gestolen fietsen moet hij daarnaast 332,08 betalen. Hij wordt veroordeeld voor vijf fietsen en vrijgesproken van de diefstal van drie fietsen. Van twee fietsen kon niet ‘buiten redelijke twijfel’ worden vastgesteld dat M. die stal. En van één meegenomen fiets is onduidelijk wie überhaupt de eigenaar was, ook omdat er geen aangifte van was. De diefstallen noemt de rechtbank „vervelende feiten die overlast en schade opleveren”, waar M. zich niet om heeft bekommerd. Hij dacht „enkel aan zichzelf”. Een celstraf vindt de rechtbank niet passend omdat M. dan z’n woonplek in de instelling kan kwijtraken. „Niet alleen de verdachte maar ook de maatschappij is daar niet bij gebaat.” Met een voorwaardelijke gevangenisstraf „wordt de ernst van de gepleegde feiten tot uitdrukking gebracht”. Door de taakstraf „zal de verdachte consequenties ervaren die het gevolg zijn van zijn strafbare handelen”.
In deze rubriek beschrijven verslaggevers elke week een rechtszaak.
Source: NRC