Home

Deze Amsterdamse sneeuwvegers weten het als geen ander: ‘Bruggen zijn héél gevaarlijk’

Sneeuwruimen Al máánden voor de winterse neerslag wordt het ruimen van sneeuw en ijs voorbereid. Op het moment dat alle draaiboeken uit de kast kunnen, staan de vegers in de startblokken. Zoals Nusrat en Murat in Amsterdam. „Dit is de derde keer sneeuw.”

Nusrat (25) en Murat (49) staan naast hun wagen te wachten op een nieuwe lading zout.

Het zout is op. Maandagochtend vroeg zijn de vegers van wijkbeheer Oost en Landelijk Noord in Amsterdam al zóveel op pad geweest, dat zelfs de reservevoorraad is uitgestrooid. En dus staan algemeen vegers Nusrat Ramzan (25) en Murat Kocak (49) naast hun wagen te wachten op een nieuwe lading. Ramzan werkt nu drie jaar als veger, maar dit is z’n eerste jaar met sneeuw. „Ik vind het héél leuk!”, zegt hij, terwijl hij kijkt naar een collega die buiten het terrein een sneeuwpop staat te bouwen. 

Er is een heldere hiërarchie in het Nederlandse strooisysteem. Snelwegen vallen onder Rijkswaterstaat, die zorgt voor de grote strooiwagens daar. De binnenwegen vallen onder de gemeenten. Daarbinnen bestaan verschillende prioriteiten, vertelt teammanager Barry Neuhaus. „Voor de grote binnenwegen en fietspaden, dat is prio één, huren we aannemers in met die grote wagens. Prio twee en drie zijn de bruggetjes, ingangen van bejaardentehuizen, bushokjes en alles wat we tegenkomen waarvan we denken dat we de burger ermee helpen.”

Deze maandag, de eerste dag in jaren dat Amsterdam écht onder een laag witte, knisperende sneeuw ligt, zijn Ramzan en Kocak de aangewezen strooiers. Kocak doet dit werk al twintig jaar. Hij moet even nadenken. „Dit is de derde keer sneeuw”, gokt hij. „Het is leuk voor de afwisseling.” Als de wagen met een berg zout in de achterbak het terrein oprijdt, schieten ze in de houding. Met twee grote scheppen hevelen ze over wat ze nodig denken te hebben deze middag. „Wil je wat voor thuis?”, vraagt Kocak. „Voor de stoep?”

In totaal zijn er in Amsterdam 76 strooiwagens actief, inclusief sneeuwploegen. Waar ze strooien, autowegen of fietspaden, staat aangegeven op een digitaal kaartje. „Het is 2025 kilometer, alles bij elkaar”, zegt Ronald Kram, directievoerder van de gladheidsbestrijding in Amsterdam. Die bestrijding gaat gepaard met uitgebreide voorbereiding. „In de zomer maken we de wagens schoon. In oktober hebben we een vlootschouw. Dat is de generale repetitie. Alle strooiers rijden dan op één dag alle routes, om te kijken of die nog compleet en toegankelijk zijn.”

Het zout is nodig om mensen veilig van A naar B te kunnen laten bewegen, maar het is helaas wel schadelijk voor de natuur.

Kaartje

Het is ook een gelegenheid om nieuwe chauffeurs bij goed zicht kennis te laten maken met de wegen. „Dan zijn ze voorbereid op de eerste de beste strooiactie.” Het lijkt misschien steeds minder vaak nodig, maar de burger ziet niet alles, zegt Kram. „We hebben in januari vóór de sneeuw al zes strooiacties gehad, in november twee én ook nog bruggenroutes, waarbij we alleen de bruggen strooien.” Deze sneeuw, daar zijn ze op voorbereid. „Je weet: niets is zo veranderlijk als het weer.”

Volgens een filmpje van de gemeente heeft Amsterdam jaarlijks ruim 4 miljoen strooizout op voorraad. Het landelijke meerjarengemiddelde ligt rond de 70 tot 90 miljoen kilo per jaar – met af en toe een uitschieter, zoals mogelijk ook dit jaar.

In principe is strooizout hetzelfde als keukenzout maar niet zo gezuiverd, waardoor het een wat gele kleur heeft. Zout verlaagt het vriespunt van water, waardoor – ook onder nul – minder snel ijsvorming ontstaat. Nodig dus om de mens veilig van A naar B te kunnen laten bewegen, maar ook met grote ecologische gevolgen.

Want zout onttrekt ook water, met gevolgen voor de waterhuishouding van het ecosysteem. Het heeft schadelijke effecten voor planten en het vergiftigt het bodemleven, wat weer consequenties heeft voor de dieren bovengronds. Een studie uit 2021 waarschuwt zelfs dat het een wereldwijde bedreiging kan vormen voor de zoetwatervoorziening.

Glijden

„Wat is Noord mooi met de sneeuw”, zegt Ramzan, net buiten het terrein. „Niet schrikken als de auto een beetje gaat glijden hoor.” Hij zit achter het stuur, dat in de veegwagens aan de rechterkant zit. „Dat is handiger, rechts uitstappen is veiliger.” Deze sneeuwdagen zijn hij en zijn collega’s vooral bezig met de veiligheid van ánderen. „Ik voel me wel verantwoordelijk, ja”, zegt hij. „Ik ook”, zegt Kocak vanaf de achterbank.

Bang voor de kou zijn ze niet, in hun neon-oranje warme outfits. De raampjes worden opgedraaid – en snel weer dicht als ze zien dat er verderop een groepje jongens verwikkeld is geraakt in een sneeuwballengevecht. Via de Vogelenbuurt stuurt Ramzan de wagen naar het Buiksloterkanaal. Daar is een brug waar veel mensen over moeten, onderweg naar het IJ-pontje. „Bruggen zijn héél gevaarlijk”, zegt Ramzan.

Gemoedelijk staan de mannen naast elkaar twee zwarte emmertjes vol te scheppen met een soort snoepschepje. „Jij links, ik rechts?”, vraagt Ramzan. Hij begint met bewegingen van links naar rechts het zout te sprenkelen. Kocak, de ervaren zoutstrooier van de twee, haalt zijn schep juist naar achter en werpt in een zwiepende beweging het zout voor zich uit. „Ik heb nog geen techniek”, zegt Ramzan terwijl hij naar de ervaren Kocak kijkt. „O neee”, zegt een passant met een slee in haar hand. „Er moet juist gegléden worden.”

Ze hoeven de wagen maar een stukje te verplaatsen om bij het volgende doel op de geplastificeerde kaart te komen. „Kijk, hierop kun je zien waar we moeten strooien”, zegt Ramzan: bushokje Grasweg. Het tafereel herhaalt zich. Emmertje, schepje, afstemmen wie waar begint en strooien maar.

In Amsterdam wordt zout gestrooid teneinde het gevaar van gladde wegen en stoepen tegen te gaan.

In principe is strooizout hetzelfde als keukenzout maar niet zo gezuiverd, waardoor het een wat gele kleur heeft.

Bakfiets

Op het door sneeuw onzichtbaar geworden fietspad komt een moeder met een bakfiets aangereden. „Er komt nog iets achter me aan!”, roept ze naar de mannen. Met een touw heeft ze een sleetje achter de fiets bevestigd, waarop een intens blij jongetje zit. Hij weet het niet, maar nu kan het nog, straks heeft het zout de sneeuw verdreven. Ramzan en Kocak zwaaien het jongetje na.

Terug in de wagen vergaapt Ramzan zich nogmaals aan het witte stadsdeel waar hij en Kocak zelf ook wonen. „Het is een plaatje hè”, zegt hij. „Jammer dat het al smelt. Het moet méér sneeuwen.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next