Home

‘Ik hoorde de gespannen stem van de teamchef ter plaatse roepen: ‘De boulevard moet nú leeg!’’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Politiechef Tolga Koklu (55) belandde in een uit de hand gelopen vreugdevuur met nieuwjaar. ‘Het is een wonder dat daar geen doden zijn gevallen.’

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Eind 2018 was ik nog maar net districtschef van Den Haag-West. Met oud en nieuw wilde ik mee de nachtdienst in, om collega’s te ontmoeten en het district nog beter te leren kennen. Op de stranden van Duindorp en Scheveningen had ik die enorme stapels pallets voor de jaarlijkse vreugdevuren gezien, en dacht: wauw, dat is echt bizar hoog. Veel hoger dan met de gemeente was afgesproken. Dat gaf discussie. We hadden hierover onze zorgen geuit naar de gemeente, maar er heerste een sfeer van: maak je niet druk, dit gaat al jaren zo, het is traditie.

‘Duindorp en Scheveningen concurreerden met elkaar: wie bouwt de hoogste toren? Die stapels werden uiteindelijk zo’n 10 meter hoger dan de 35 meter die waren toegestaan. Ook ’s nachts bleven die gasten doorbouwen. Dat mocht niet, maar het leek mij ook geen goed idee om midden in de nacht met doorgesnoven jongelui op het strand een veldslag te beginnen.

‘Op oudjaarsavond, rond tien uur, reed ik mee met Cor, de operationeel commandant van het district, naar de boulevard van Scheveningen. Er stonden duizenden mensen. De sfeer was gemoedelijk.

‘Tegen middernacht werd die gigantische stapel pallets aangestoken, dat was natuurlijk indrukwekkend. Maar ineens ging een steekvlam metershoog de lucht in, waar een enorme hittegolf vanaf kwam die pijn deed aan je gezicht. Ik dacht: wat is dit in hemelsnaam? Achteraf bleek dat ze tonnen vol benzine op die brandstapel hadden gezet.

‘Die steekvlam duurde gelukkig maar kort. Toen de stapel gewoon brandde, reden Cor en ik richting Duindorp, waar het ook zwart zag van de mensen. We stonden daar met twee collega’s te praten toen over de porto’s een noodoproep klonk: ‘Het vreugdevuur in Scheveningen loopt door de westenwind volledig uit de hand.’ De ME was al opgeroepen. Ik hoorde de gespannen stem van de teamchef ter plaatse roepen: ‘De boulevard moet nú leeg!’

‘Cor en ik reden met toeters en bellen terug naar Scheveningen. We zagen een enorme roodgele, walmende vuurzee over het strand en de weg waaien richting de huizen, zo groot, echt niet normaal. Gloeiende houtsnippers kwamen als een immense vonkenregen naar beneden. ‘Stop!’, riep ik. ‘Hier kunnen we niet onderdoor!’

‘We zetten de weg af. Overal kwamen tientallen brandweerwagens vandaan met loeiende sirenes. Op hoogwerkers hielden brandweermensen de daken nat. Ik hoorde paniek vlakbij op de boulevard, maar daar konden wij niet komen. We hoorden over de porto dat er niet naar de ME werd geluisterd; ondanks de gevaarlijke situatie wilden mensen niet weg. Voor hun eigen veiligheid, ze móésten van de boulevard af, deelde de ME flinke tikken uit: ‘Wegwezen hier!’

‘Ik werd aangeklampt door een jongen en een meisje die me letterlijk vastpakten en in paniek zeiden: ‘We kunnen niet naar ons huis, maar zometeen vliegt het in de fik en al onze spullen staan daarin.’ Ik gaf het door aan de brandweer en probeerde ze gerust te stellen. Veel meer kon ik niet doen.

‘Er was grote chaos en paniek. Een vrouw rende met een kind door die vlammenregen naar huis. Het meisje en de jongen die me eerder aanklampten, kwamen terug om te zeggen dat de brandweer hun huis nat hield. Ze omhelsden en bedankten me.

‘Bij een bushokje stonden mensen die geen kant op konden tegen het vuur te schuilen. ME’ers zijn ernaartoe gereden en hebben ze in hun bus getrokken. Later bleek dat het staal van dat bushokje door de hitte helemaal was verwrongen – ze zouden het niet hebben overleefd. Fietsen die op de boulevard stonden, zijn letterlijk gesmolten.

‘Er werd opgeschaald. Op het strand, dicht bij het vuur, kwam een copi, een container vol computers en andere apparatuur waarin commandanten van de verschillende hulpverleningsinstanties en hun ondersteuners met elkaar overleggen. Cor en ik gingen ernaartoe. Daar hebben we uren zitten overleggen hoe we alles veilig konden krijgen. We waren heel bezorgd over onze mensen buiten.

‘Die nacht hadden er doden kunnen vallen, het is een wonder dat dat niet is gebeurd. Dankzij doortastend optreden van brandweer, politiecollega’s en andere hulpdiensten zijn slachtoffers voorkomen, maar dit had zomaar een nationale ramp kunnen worden.

‘Dat was dus mijn eerste nacht in mijn nieuwe district. Ik weet nog hoe verbaasd ik terugreed over talloze brandweerslangen en een dikke laag as op de Scheveningse wegen. Ik heb hiervan geleerd: behoud als politie altijd je onafhankelijke positie, laat je niet meeslepen in: ‘Dit doen we atijd zo, dit is traditie.’ Als je onderbuik zegt: dit klopt niet, dan ís dat vaak zo.

‘Het jaar erop golden de nieuwe veiligheidseisen. Ik heb toen als districtschef in Duindorp vanaf 3 december tot en met de jaarwisseling elke avond ME ingezet om de onrust in de wijk te beteugelen. Er werd stevig geknokt met de politie, maar gelukkig is inmiddels de rust én de veiligheid teruggekeerd.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next