Eerst naar boven en naar buiten, om de stad te zien natuurlijk, maar ook om je op het gebouw te oriënteren, het te doorzien. En dan pas naar binnen voor de kunst. Je ziet het bezoekers doen op de buitentrappen en terrassen van de Fondation Louis Vuitton, het schip met glazen zeilen dat Frank Gehry (1929-2025) in Parijs neerzette.
Ik betrapte me op dezelfde neiging in Fenix, het nieuwe kunstmuseum over migratie in Rotterdam: eerst de Tornado in, de verstrengelde armen van gepolijst roestvrijstaal die zich door het gebouw omhoog slingeren tot boven het dak, waar de stad zich uitvouwt.
In het zuiden: de dakpannen van Katendrecht, pakhuizen en silo’s die nog wachten op een makeover, kranen, schoorstenen, het SS Rotterdam, parel van de Holland-Amerika Lijn. Aan de andere kant: Nieuwe Maas en Veerhaven, een glimp van de Erasmusbrug tussen de nieuwe torens van de Kop van Zuid, te veel in your face om skyline te heten. Aan hun voeten het voormalige HAL-hoofdkwartier, nu Hotel New York, tussen de reuzen opeens van madurodamformaat.
Fenix, uit 1923 en van gewapend beton, was het grootste HAL-pakhuis. Duizenden mensen gingen hier scheep naar de nieuwe wereld. De Chinezen hoorden bij al degenen die sindsdien hierheen kwamen. Katendrecht, nu hip, was het oudste Chinatown van het Europese vasteland.
Het museum doet het onderwerp tekort door oorlogsvluchtelingen en emigranten „op één lijn te zetten” omdat ze allemaal „reizigers” zouden zijn, recenseerde NRC bij de opening in mei; het had via de kunst beter positie kunnen kiezen in het „vergiftigde debat over asiel en migratie”. De Financial Times zag daarentegen „een zeer ontroerende tentoonstelling, doordrenkt van drama, verdriet en verlangen.”
Fenix noemt zichzelf kunstmuseum. En dat klopt. Museum hangt schilderij op, zet sculptuur neer, toont video, bezoeker bekijkt. Maar hier gebeurt zo veel meer. Om te beginnen is er geen vaste route; je moet zelf je weg zoeken langs de kunstwerken die los staan opgesteld in de hangarachtige ruimte over de hele eerste verdieping. Bovendien weet je soms niet zeker of je binnen of buiten bent. Door het hoge licht uit het dak en de stad die zich onder steeds wisselende hoeken door de glazen raampartijen toont.
Fenix is wat architecten wel „poreus” noemen. „Poreusheid vereist een dubbele verantwoordelijkheid: het museum moet doorlaatbaarder worden maar de toeschouwer moet flexibeler worden”, zei de Mexicaanse architect Frida Escobedo in 2023 in een interview over de toekomst van musea. „Dat vergt inspanning, maar het maakt de relatie interessanter.”
Sommige foto’s van The Family of Migrants, de tentoonstelling op de begane grond, zijn letterlijk poreus. Zoals die van een bootje vol migranten dat in Lesbos bijna aan land is, in 2015 gemaakt door Sergey Ponomarev. De volle boot helt over, vaart recht op de fotograaf af, één man staat tot zijn middel in het water met het anker. De fotograaf moet ook in het water staan.
Die foto is op doek gedrukt dat licht doorlaat. Achter het doek, achter de vluchtelingen, vaag de silhouetten van andere bezoekers, die op hun beurt ook zowel de foto als de kijkers aan mijn kant kunnen zien. Zo gaat het hier niet alleen om kunst kijken, Fenix bezorgt je ook het verontrustende en uitdagende gevoel bekeken te wórden – door de stad, het gebouw en de kunstwerken.
Hans Steketee doet elke maandag ergens vanuit Nederland verslag
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC