Home

Dit middeleeuwse, rijk geïllustreerde boek was lang een onbekende parel. Nu komt het op tv

De een is hoofd beeldende kunst van het Rijksmuseum, de ander oorlogsverslaggever. Pieter Roelofs en Sinan Can buigen zich in de tv- serie Onbekend en wereldberoemd over een wel heel bijzonder middeleeuws getijdenboek.

schrijft voor de Volkskrant over tentoonstellingen, musea, kunst en geschiedenis.

‘Klaar?’, vraagt Marie-Pierre Dion, conservator van Musée Condé in het Franse kasteeldorpje Chantilly. Voor haar op tafel ligt een blauwgrijze doos van zuurvrij papier. Een nerveus lachje ontsnapt haar bezoekers, die speciaal hiervoor naar Frankrijk zijn gereisd. Ze tilt het deksel op, twee paar grote ogen kijkt mee. Iedereen draagt een mondkapje, want er mag geen druppeltje adem komen op dit kunstwerk, dat als een van de belangrijkste van de middeleeuwen wordt beschouwd.

Daar openbaren zich de net gerestaureerde pagina’s van Les très riches heures du duc de Berry, een getijdenboek dat in de vroege 15de eeuw werd geïllustreerd door drie Nederlandse miniatuurschilders, bekend als de Gebroeders Van Lymborch. Ondanks hun uitzonderlijke talent zijn de drie te onbekend gebleven in Nederland, vinden Sinan Can en Pieter Roelofs.

Daarom maakt dit duo het tv-programma Onbekend en wereldberoemd (van BNNVara en Helder TV) over de broers. Bekend terrein voor Roelofs, hoofd beeldende kunst van het Rijksmuseum in Amsterdam, ‘uit de comfortzone’ voor oorlogsverslaggever Can.

Kluis

De spanning wordt goed opgevoerd in het programma. Dat begint in Nijmegen, de stad waar Roelofs, Can én de drie broers vandaan komen. Na een bezoek aan het huis waar Paul, Johan en Herman van Lymborch tussen 1385 en 1388 zijn geboren, probeert Roelofs een afspraak te maken om in Frankrijk hun meesterwerk te bekijken. Of dat gaat lukken is nog maar de vraag, zegt hij, want het wordt bewaard in een kluis die maar zelden wordt geopend.

Voor de kijker kan dit even voor verwarring zorgen. Tot afgelopen oktober was er immers in Chantilly een grote tentoonstelling te zien waarin de net gerestaureerde pagina’s van Les très riches heures werden getoond. Een unieke gebeurtenis, waardoor die pagina’s ineens voor velen toegankelijk werden.

Het tv-programma, dat het afgelopen jaar is opgenomen, noemt die tentoonstelling niet. Misschien is dat ook maar beter, want als je die niet gezien hebt, krijg je door dit programma onherroepelijk spijt.

‘Ze worden dus terecht de godfathers van de Nederlandse schilderkunst genoemd’, concludeert Can over de Nijmeegse broers, als hij en Roelofs uiteindelijk het getijdenboek mogen bekijken in het kasteel van Chantilly. Roelofs had hem net gewezen op Jean de Berry, die is geportretteerd te midden van een feestelijk etentje: het begin van ‘de portretkunst zoals wij die kennen’. ‘Omdat het zó realistisch is, zó levensecht’, stelt Roelofs, ‘is dit meteen, bam, een eerste hoogtepunt.’

‘Ik zie ook mensen uit het Midden-Oosten’, merkt Can op. Inderdaad, op dat feestelijke etentje met Jean de Berry waren er, in de miniatuurwereld van de drie broers, ook mensen met tulband aanwezig. ‘En hier natuurlijk ook’, zegt Can, en zijn wijsvinger komt vlak bij het papier. ‘Pas op!’, zegt Roelofs in een reflex. Er klinkt weer wat nerveus gelach. ‘Sorry.’

Meester en leerling

Roelofs de leermeester en Can de (leergierige) leerling: dat lijkt, logischerwijs, de natuurlijke rolverdeling in het kunstprogramma. En toch stuurt Can de gesprekken ook richting wat híj het interessantst vindt. Want aan het Bourgondische hof, waar de Gebroeders Van Lymborch al op jonge leeftijd belandden, kwamen zij in aanraking met de wijde wereld. Wellicht ook via de mensen die daar rondliepen, maar in ieder geval via de kunst die daarheen werd gehaald en waarop mensen uit alle windstreken staan afgebeeld. ‘Die lijken een beetje op mij’, zegt Can, wiens ouders uit Turkije komen, over de mannen met ‘oosterse look’ die hij ziet in Les très riches heures.

‘Als je jezelf herkent in kunst, wordt het toegankelijker’, zegt Can aan de telefoon. ‘De broers beeldden oosterse, maar ook zwarte mensen af met waardigheid. Niet als exotisch, raar of gewelddadig, maar juist op een open en respectvolle manier. Dat deden ze met liefde en met zorg: ze tekenden niet zomaar wat mannen met baarden, maar keken ook naar hoe ze op hun paarden zaten, naar hun gewaden.

‘De middeleeuwen waren een heel interessante periode, niet alleen voor het Midden-Oosten, waar de wetenschap, kunst en cultuur bloeiden, maar ook voor Nederland. Wij zijn geneigd om vooral terug te kijken op de 16de en 17de eeuw als een fantastische tijd voor de kunst, terwijl die periode weer wordt overschaduwd door slavernij. De Gebroeders Van Lymborch hadden een zeldzaam brede blik op het leven – je zou bijna zeggen dat ze al ‘woke’ waren. En kwalitatief doet hun kunst niet onder voor een Rembrandt, hoor.’

Vanaf dinsdag 6/1 vier weken lang om 20.30 uur te zien bij BNNVara op NPO 2.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next