Aanklacht Maduro De strafrechtelijke aanklacht tegen Nicolás Maduro is gedetailleerd en loopt jaren terug. De Verenigde Staten waren al langer van plan de president van Venezuela te arresteren en hielden hem en zijn familie nauw in de gaten.
Een man bekijkt de zondag voorpagina van een krant over de gevangenneming van de Venezolaanse oud-president Nicolás Maduro met de kop 'Hij is gevallen', in het Colombiaanse Cucuta, aan de grens met Venezuela.
Terwijl de Venezolaanse president Nicolás Maduro samen met zijn vrouw nog onderweg was van Venezuela naar de Verenigde Staten, bracht de openbaar aanklager van het zuidelijk district van New York al een gedetailleerde, 25 pagina’s tellende aanklacht naar buiten. Als olie de werkelijke reden was om het staatshoofd van een buitenlandse natie te kidnappen, dan is de juridische rechtvaardiging van de operatie in elk geval zorgvuldig voorbereid. Vier aanklachten, alle vier voorgelegd aan en goedgekeurd door een Grand Jury, tegen Maduro, diens vrouw en zoon en enkele leden van zijn regering – wegens terrorisme, drugshandel en wapenbezit.
Minister van Justitie Pam Bondi schreef op X dat het echtpaar „de volle vergelding van de Amerikaanse justitie op Amerikaanse bodem in Amerikaanse rechtbanken” zal ervaren.
Inmiddels zijn Maduro en zijn vrouw opgesloten in het Metropolitan Detention Center, de gevangenis in Brooklyn, New York, waar nog niet zo lang geleden Ghislaine Maxwell, de ex-partner van zedendelinquent Jeffrey Epstein werd vastgehouden. Maandag, zo berichten Amerikaanse media, kunnen zij al worden voorgeleid voor de rechter. Dan horen ze de verdenkingen die openbaar aanklager Jay Clayton, in april door Trump benoemd, heeft opgesteld.
De aanklacht geeft een gedetailleerd beeld van de veronderstelde rol van Venezuela in de drugssmokkel vanuit Zuid-Amerika, en vooral buurland Colombia, naar de VS en andere landen. Volgens de Amerikaanse justitie is Maduro al sinds 1999, het jaar waarin hij lid werd van het nationale parlement, betrokken bij drugssmokkel. Als volksvertegenwoordiger zou hij, met medeweten van politie en justitie, „ladingen cocaïne verplaatst” hebben.
Als minister van Buitenlandse Zaken, een positie die hij in 2006 verwierf, zou Maduro diplomatieke paspoorten hebben verstrekt aan drugssmokkelaars. Ze zouden met privévliegtuigen cocaïne hebben opgehaald in Mexico. Minister Maduro belde dan, zo schrijft de New Yorkse aanklager, met de Venezolaanse ambassade in Mexico om te waarschuwen dat deze vluchten aankwamen. Zo konden ze ongehinderd door de Mexicaanse politie of het leger hun smokkelwaar aan boord brengen en onder diplomatieke vlag terugvliegen naar Venezuela.
Als president zouden Maduro en zijn kliek, onder wie zijn zoon Nicolás Ernesto Maduro Guerra, alias ‘Nicolaasje’ of ‘de prins’, hebben geprofiteerd van de grootschalige corruptie die met drugshandel gepaard gaat. Het regime van Maduro, die sinds het overlijden van Hugo Chávez in 2013 president van Venezuela is, zou intense contacten hebben gehouden met terroristische bewegingen als de FARC en ELN in Colombia en het Mexicaanse drugskartel Zetas en met de Venezolaanse bende Tren de Araguas, allemaal nauw betrokken bij de drugshandel in de regio.
De onderbouwing van de verschillende beschuldigingen in de aanklacht is gedetailleerd en maakt bepaald niet de indruk snel in elkaar te zijn gezet voor deze operatie. Het document bouwt voort op een eerdere aanklacht tegen Maduro uit 2020, toen het ministerie van Justitie onder Trump-I ook al het vizier op de Venezolaanse president had gericht. In augustus vorig jaar werd een beloning van 50 miljoen dollar uitgeloofd voor informatie die zou leiden tot de arrestatie van Maduro.
Het is de vraag of die kolossale beloning effect heeft gehad. Duidelijk wordt wel uit de specifieke voorbeelden die in de aanklacht worden genoemd, dat de Amerikanen al jarenlang zicht hadden op de veronderstelde drugsmisdrijven van Maduro en zijn familie. Zo wordt tot in detail beschreven hoe echtgenote Cilia Flores in 2007 de hand had in een ontmoeting tussen een beruchte drugscrimineel en de hoogste baas van de Venezolaanse drugsbestrijding. Die zou vanaf dat moment maandelijks een afkoopsom krijgen, plus een vergoeding van 100.000 dollar per ongestoord gelaten drugsvlucht.
In augustus vorig jaar werd een beloning van 50 miljoen dollar uitgeloofd voor informatie die zou leiden tot de arrestatie van Maduro.
In 2014 en 2015 liepen twee neven van Maduro tegen de lamp toen zij 800 kilo cocaïne naar de VS wilden smokkelen, waarbij ze gebruik zouden maken van de ‘presidentiële hangar’ op de belangrijkste luchthaven van Venezuela, Maiquetia. Hun gangen werden gevolgd door informanten van de DEA, de Amerikaanse drugsagenten.
Zoon Maduro Guerra had volgens de aanklacht in 2020 een ontmoeting in Colombia waarbij hij met twee vertegenwoordigers van de FARC-beweging afspraken zou hebben gemaakt over de smokkel van cocaïne en wapens vanuit Colombia naar de VS.
Hoe ongehoord en driest de operatie van zaterdag ook was, er is een historisch precedent. In december 1989 lanceerde de Amerikaanse regering een soortgelijke aanval op Panama, die uitliep op de gevangenneming van de Panamese leider Manuel Noriega. Ook hij werd aangeklaagd, en veroordeeld, wegens drugshandel. En ook in deze operatie in Panama kwamen verschillende Amerikaanse belangen samen: de bestrijding van drugssmokkel en de de facto tijdelijke overname van de controle over het voor internationale handel essentiële Panamakanaal. Overigens heeft president Trump op de eerste dag van zijn tweede termijn al gehint op een Amerikaanse overname van het Panamakanaal.
Hoewel Venezuela misschien niet de belangrijkste bron van cocaïne is die naar de VS wordt gesmokkeld, figureert het land wel al decennia in rapporten van het ministerie van Buitenlandse Zaken als een van de „favoriete smokkelroutes” voor de handelswaar uit Colombia en andere drugs-exporterende landen in Zuid-Amerika. Ook wordt in die rapporten nadrukkelijk gewezen op de corruptie die dit mogelijk maakt en een slappe houding van de regering ten aanzien van de bestrijding van drugshandel.
In de aanklacht staat nog één saillant detail over de internationale drugshandel in wat Trump nu officieel heeft aangewezen als Amerika’s achtertuin. Als overslaghavens voor de via Venezuela gesmokkelde cocaïne worden Honduras, Guatemala en Mexico genoemd. Ook in die landen konden de drugsbendes rekenen op „een cultuur van corruptie”, schrijft de New Yorkse aanklager Clayton. In ruil voor afkoopsommen boden lokale politici bescherming en hulp bij de illegale handel. „Met dat coke-geld behielden en vergrootten deze politici hun macht.”
Die passage doet onvermijdelijk denken aan de voormalige president van Honduras, Juan Orlando Hernández, die in 2024 in de VS tot 45 jaar cel werd veroordeeld wegens drugssmokkel. Hij hielp 400.000 kilo cocaïne de VS binnensmokkelen. „Ik duw de drugs in de neuzen van de gringos”, had hij volgens de Amerikaanse justitie gebluft tegen een handlanger. Zijn broer Tony was al eerder in de VS veroordeeld wegens drugshandel.
Deze drugshandelaar uit de achtertuin kreeg op 1 december gratie van president Trump. JOH, zoals hij in Honduras werd genoemd, was volgens Trump „heel oneerlijk vervolgd” door het ministerie van Justitie onder zijn voorganger Joe Biden. „Hij was het staatshoofd!”
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet
Source: NRC