is techredacteur van de Volkskrant, gespecialiseerd in de impact van kunstmatige intelligentie op de maatschappij.
Ik weet niet wanneer het precies begonnen is. Ergens heeft ChatGPT besloten me extra ter wille te zijn. Misschien omdat ik steeds vaker naar Gemini van concurrent Google grijp en ChatGPT me weer voor zich wil winnen.
Voordat ik verder ga, moet ik natuurlijk wel even de disclaimer plaatsen dat ChatGPT helemaal niets besluit, laat staan wil. Voor zover we weten, doen chatbots als ChatGPT nog altijd niets anders dan patronen uit het verleden herhalen, al doen ze dat zo knap dat het voor ons anders voelt.
Terug naar de gedragsverandering van ChatGPT. Sinds een paar weken komt de chatbot van OpenAI bij iedere vraag op de proppen met Aristoteles. Nu ben ik beslist een liefhebber van het werk van de oude Griek, al is hij niet mijn favoriete wijsgeer, maar toch zit ik er niet op te wachten.
Uiteraard is een verwijzing naar Aristoteles prima als ik expliciet vraag naar filosofen die hebben nagedacht over de vraag of morele deugdzaamheid altijd in het midden moet liggen tussen twee extremen – een tekort en een teveel. Het antwoord is volgens hem trouwens ja.
Maar het wordt potsierlijk als hij ook opduikt bij praktische vragen. Zo vroeg ik onlangs iets over het verschijnsel buitencondens bij heldere dagen op mijn nieuwe HR++-ramen. Niets om me zorgen over te maken; dit is juist het gevolg van het feit dat mijn nieuwe ramen zo goed isoleren.
Prima antwoord. Maar dan komt de afsluiter: ‘In termen van Aristoteles zou je kunnen zeggen: het doel (telos) van isolatie wordt hier zichtbaar in een ongewenst, maar logisch bijeffect.’ Een andere vraag ging over een grafiek van mijn inspanningen op de hometrainer. Ook hier weer: ‘In termen van Aristoteles: waar het eerdere scenario uitgaat van een constante dynamis (vermogen), veronderstelt dit scenario dat de energeia geleidelijk uitgeput raakt.’
Wat een aansteller. Helaas lijken veel mensen juist onder de indruk van dit soort wijsneuzerij, als ik afga op de teksten die dagelijks op het positief-giftige LinkedIn voorbijkomen. Overduidelijk door AI geschreven. En het erge is dat de mensen die de AI-brouwsels publiceren daar nog trots op zijn ook – kijk mij eens lekker prompten.
Het jaar 2025 was zonder enige twijfel, naast ook andere dingen, het jaar van kunstmatige intelligentie. Time koos ‘de AI-architecten’ tot personen van het jaar. Voor Van Dale was ‘hallucineren’ het woord van het jaar. Verkeerde keuze, die term klinkt veel te menselijk voor wat het probleem daadwerkelijk is: het volplempen van de publieke ruimte met slobber.
Daarom is het woord van het jaar van het woordenboek Merriam-Webster veel beter gekozen: slop. Volgens de AI-bro’s zal 2026 anders worden, omdat dit het jaar zal zijn dat AI het niveau van menselijke intelligentie zal bereiken. In termen van Aristoteles: overmoedige voorspellers verwarren waarschijnlijkheid met zekerheid en overschrijden daarmee de gulden middenweg tussen lafheid en roekeloosheid.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant