Het gaat veel beter met de das dan decennia geleden. Toch moet het dier nog steeds beschermd, zeker nu woningbouw hun leefgebied verstoort. Twee dassenliefhebbers schreven een boek en hopen zo de onkunde te bestrijden.
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
De locatie moet geheim blijven, in het belang van de das, dat zwart-witte zoogdier dat een verborgen, deels ondergronds bestaan leidt. Maar hier, in de buurt van Hollandsche Rading aan de rand van de Utrechtse Heuvelrug, brengen landbouwkundige Jaap Schröder en bioloog Ton Meijer de verslaggever naar een houtwal, haaks op een gemeentelijke weg. Meijer kent de plek en wijst op een nauwelijks zichtbaar spoor van opstaande herfstbladeren tussen de beuken en eikenbomen. ‘Een wissel’, legt hij uit. Oftewel: de sporen van een das op weg naar zijn burcht.
Even verderop treffen we inderdaad die burcht, het ondergrondse gangenstelsel waar het dier zijn dagen slijt, om bij schemering pas weer boven te komen voor een verse portie regenwormen in het naastgelegen veld.
Op de wal zitten in een straal van zo’n 60 meter holengaten in de grond, de ingangen van de burcht. De gaten zijn herkenbaar aan hun vorm: een hoofdletter D die op z’n rug ligt. Precies de doorsnee van een dassenlijf. De nachtdieren laten zich nu uiteraard niet zien. Maar ze zijn er wel, gezien de verse omgewoelde grond bij de gaten, de poepresten in kuiltjes en de achtergebleven plukken stro die ze hun slaapholen in sleepten. Aan een laaghangend prikkeldraad hangen een paar stevige, grotendeels witte dassenharen. Het bewijs is rond.
En dus lopen we op kousenvoeten, om de dieren onder ons niet te storen. Vergeefs wellicht, want dassen zijn gevoelig voor trillingen en hebben een feilloos reukvermogen. ‘Zeer waarschijnlijk ruiken ze vanavond dat hier drie mensen hebben gestaan’, zegt Meijer, staande op de beladen plek.
Kijk: door het gras loopt een soort olifantenpaadje. Onmiskenbaar van een das, zeggen de kenners. ‘Breder dan de sporen van een ree of vos, die hoger op hun poten staan’, doceert Schröder. ‘Een das staat laag op z’n poten en sleept zijn ‘slobbertrui’ over de grond. Met zijn anaalklieren ‘stempelt’ hij steeds zijn geurspoor op de grond.’ Dat laat ook zichtbaar sporen achter.
Deze privécursus ‘Dassen zoeken’ wordt verzorgd door twee bevlogen en deskundige dassenliefhebbers. Aanleiding is hun boek Dassen – leefwijze en bescherming in Nederland (uitgeverij KNNV). Geen klassieke veldgids vol fraaie foto’s, maar een ‘kennisdocument’ met verrassende feiten en inzichten. Dringend aanbevolen voor de vele ecologische adviesbureaus die zijn gemoeid met het onderzoeken van toekomstige bouwpercelen op de aanwezigheid van dassen. Er schort namelijk nogal wat aan hun adviezen, zeggen Schröder en Meijer. ‘Soms zijn die gebaseerd op onkunde, maar even vaak zijn ze te kwader trouw.’
Dat behoeft uitleg: wie in Nederland wil bouwen, dient te onderzoeken of beschermde soorten daaronder lijden. Daarvoor huren projectontwikkelaars ecologische adviesbureaus in. Daarna gaat veel fout, zeggen Schröder en Meijer, die veel zaken rond de das op de voet volgen en namens werkgroepen en stichtingen bezwaar aantekenen wanneer ze onjuistheden bespeuren. ‘Soms beweren adviesbureaus pure onzin. Zo constateerde een bureau eens dat op een bouwterrein een bijburcht zou liggen en dat de hoofdburcht van de dassen tientallen kilometers verderop zou liggen. Dat is per definitie onzin: hoofd- en bijburchten liggen altijd vlak bij elkaar.’
Schröder: ‘Op een landgoed zouden vijftien villa’s gebouwd moeten worden. Een vooraanstaand adviesbureau tekende op een gebiedskaart dassenwissels uit die het gebied zouden uitlopen. Een wissel komt altijd op een burcht uit. Maar niet op deze tekening. Toen ben ik dat in gebied gaan kijken en verdomd: aan het einde lag de hoofdburcht. Het bureau kon me niet uitleggen waarom ze dat niet in kaart hadden gebracht. Dat leidde tot een berisping van de brancheorganisatie Netwerk groene bureaus. Het bureau schreef een nieuw rapport. De hoofdburcht van de das lag nu op 100 meter van de te bouwen villa’s, het perceel was ook ‘essentieel leefgebied’ voor dassen, maar het verlies ervan heette ‘niet essentieel’. Een absurde redenering. Die heb ik aangekaart bij de Raad van State, de procedure loopt nog.’
In hun boek noemen de twee meer voorbeelden. Zonder naam; de auteurs zijn niet uit op ‘naming and shaming’. Het gaat ze om de kwesties zelf. ‘90 procent van de rapporten deugt niet en zit vol onwaarheden of onlogische redeneringen’, zegt Ton Meijer.
Waar de schoen volgens hen wringt: ‘Als je opdrachtgever gebaat is bij de conclusie dat er niets aan de hand is, kun je dat maar beter opschrijven. Anders kun je een volgende opdracht wel vergeten’, zegt Schröder. De twee benadrukken overigens dat niet alle bureaus te kwader trouw zijn en dat er tussen werknemers ook individuele verschillen zijn. Met hun boek hopen ze in elk geval de onkunde te bestrijden.
Schröder en Meijer zijn gepensioneerde vrijwilligers, die belangeloos zaken bekijken en desgewenst aanhangig maken. Uit liefde voor de das. Daarmee zijn ze soms de luizen in de pels van projectontwikkelaars en bestuurders. Rechters lijken vertegenwoordigers van adviesbureaus soms te beschouwen als ‘mensen die ervoor gestudeerd hebben’, in tegenstelling tot deze twee ‘wat te emotionele dierenvrienden’.
Ondanks alles gaat het, globaal gezien, goed met de das in Nederland. Ooit, in de vorige eeuw, voorbehouden aan de regio’s Limburg, Veluwe en Gaasterland, is het zoogdier verspreid over vrijwel het hele oosten en midden van het land. Toch mag dat geen reden zijn om bij bouwprojecten – die zich door de woningnood steeds vaker zullen aandienen – coulanter te zijn, zeggen de twee.
Het draait bij beschermde soorten altijd om ‘de staat van instandhouding’. Die lijkt voor de das prima. Maar, zeggen Schröder en Meijer: ‘Niet wanneer je kijkt op het niveau van regio’s of specifieke populaties. Op de Veluwe en in Drenthe is de stand achteruitgegaan, in Limburg gaat het ook niet goed. In de Gelderse Vallei hebben we veel verlaten burchten aangetroffen. Dat wijst op jacht of verstoring.’
Wat ze maar zeggen willen: de das zit in de lift, maar de weg omhoog zit nog vol valkuilen.
Jaap Schröder en Ton Meijer: Dassen – Leefwijze en bescherming in Nederland. KNNV Uitgeverij; 156 pagina’s; € 29,95.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant