Home

Waar zie je tussen de kookeilanden en binnenzwembaden nog een boekenkast staan?

De hoofdpersonen in de films van Joachim Trier leven voor de kunst en maken er daarbuiten een puinhoop van. Toch lijkt de cultuursnob in Sentimental Value oog te hebben voor zijn naasten. Hoe narcistisch hij ook is.

In de laatste Amerikaanse film die ik zag, schept een man op over het hoogpolige tapijt in zijn strandvilla. 25 duizend dollar heeft het gekost. Natuurlijk gaat daar een glas rode wijn overheen.

Alsof we er nooit genoeg van krijgen: de rijken en hun interieurs. De lekkerste films en series, geloven ze in Hollywood, zijn ook stiekem een aflevering van Architectural Digest. Vijfsterrenresorts, superjachten, modernistische paleizen: de kijker moet iets te aspireren hebben vanaf zijn Ikea-bank.

Maar waar tussen die kookeilanden en binnenzwembaden zie je nog eens een boekenkast staan?

Zeker, bij Woody Allen, Noah Baumbach en Luca Guadagnino treffen we af en toe een verdwaalde intellectueel aan, met bibliotheek op de achtergrond, maar de boekigste films komen nog steeds uit het Hoge Noorden van Ingmar Bergman.

De Noorse regisseur Joachim Trier (1974) past in die traditie. Zijn nieuwste, Sentimental Value, die dit jaar de Grand Prix won in Cannes, begint met een kast van een huis in Oslo. Geen glazen doos, maar een houten Pippi Langkous-huis met een lommerrijke tuin, afbladderend lakwerk, sleets parket en een scheur in de muur. Meubels die de naam van hun ontwerper dragen, posters van tentoonstellingen in de verouderde keuken. Een huis met een ziel, dat al generaties lang getuige is van het verstrijken van de tijd: opgroeiende kinderen, ontsporende feestjes, echtelijke ruzies en, in het zijkamertje, een zelfdoding.

Trier is weleens verweten dat hij alleen films maakt over geprivilegieerde mensen. Het heeft hem niet gedeerd; dat houten huis behoort in deze film toe aan de gelauwerde filmmaker Gustav Borg (Stellan Skarsgård) en wordt bewoond door zijn ex-vrouw, een psychotherapeut.

Hun volwassen dochters zijn toneelactrice en academisch historicus. Het uitstervend deel van de elite, zeg maar, dat niet in bitcoin zit.

Wanneer de moeder van zijn dochters overlijdt, besluit Gustav misschien wel zijn laatste film te draaien in dat ouderlijk huis. Het was zijn eigen moeder die zich in dat zijkamertje van het leven beroofde. Dit nieuwe project lijkt een poging door te dringen tot de kern van die pijn.

Voor de hoofdrol heeft hij tot ieders verrassing zijn dochter Nora (Renate Reinsve) in gedachten. Zij speelt al hoofdrollen bij een ITA-achtig toneelgezelschap, maar Gustav heeft nooit enige interesse getoond; hij vindt theater niet om aan te zien.

Die interesse is ook in Nora’s privéleven afwezig geweest – Gustav heeft zich altijd op zijn kunst en zijn alcoholisme gestort – en Nora zegt hartgrondig nee.

Wij kunnen niet met elkaar werken, weet ze zeker, we kunnen niet eens met elkaar praten.

Op het kneedbare gezicht van Skarsgård zien we frustratie, spijt en verdriet met elkaar worstelen als Gustav toekijkt hoe Nora het café verlaat waar hij zijn script onder haar neus duwde. Hij heeft het voor haar geschreven, maar ze wil het niet eens lezen. Daarbij had haar bekendheid geholpen bij de financiering; nu moet hij zich misschien tot Netflix wenden.

Goede kunstenaar, slechte man, wie kent hem niet? Vaak wordt gevraagd of je de twee in zo’n geval wel los van elkaar kunt zien, kunst en leven.

De vraag of het eerste het tweede kan goedmaken, wordt minder vaak gesteld.

Dolende millennial

Bij het grote publiek brak Joachim Trier in 2021 door met The Worst Person in the World, waarin diezelfde Renate Reinsve de dolende millennial Julie speelde, die zich niet kan committeren. Niet aan werk, niet aan mannen, niet aan moederschap.

Mijn omgeving was verdeeld. Dit overspelige verwende nest was inderdaad de ergste persoon op aarde, oordeelden sommigen; anderen meenden dat de film juist perfect de zelfhaat analyseerde die haar toestand in stand hield.

The Worst Person in the World was het derde deel in de Oslo-trilogie, en wat deze drie films behalve Triers thuisstad ook verbindt, is die nadrukkelijke boekigheid. De kasten van de personages staan vol met literatuur, en de films hebben alle drie een vertellende voice-over, literair alwetend bijna, die binnenwerelden verder inkleurt dan alleen beeld en dialoog dat kunnen.

Voor het eerste deel, Reprise (2006), schijnt Trier zijn castingdirecteur bovendien gevraagd te hebben om acteurs die eruitzagen alsof ze een boek geschreven konden hebben. Commercieel slecht idee, zou je denken. Maar in acteur, muzikant en arts (!) Anders Danielsen Lie vond hij een dichterlijk type – tenger, zachtmoedig, tobberig – met het charisma van een filmster.

Zowel in Reprise als in de tweede film Oslo August 31 (2011) speelde Danielsen Lie een aspirerend schrijver; in The Worst Person in the World is hij de succesvolle cultstriptekenaar Aksel, met wie Julie een relatie krijgt. En ook Julie doet een poging de literatuur te betreden. Ze schrijft een verhaal dat gepubliceerd wordt op een website en viraal gaat, maar het lukt haar in de maalstroom van haar leven niet om door te zetten.

Het is een constante bij Trier, de artistieke carrière die betekenis moet geven aan een leven waarin afgrondelijke leegte op de loer ligt. Zijn personages zijn in zoverre hedendaags dat ze zich voor hun identiteit afhankelijk maken van wat ze doen en maken. Ze verwezenlijken zichzelf in hun werk, in hun smaak. De cynische conclusie zou zijn dat dit hun grote vergissing is, dat het ware leven zich buiten die egotripperij afspeelt en onopgemerkt voorbijglijdt. Dat een te grote artistieke ambitie vooral een onvermogen verhult om écht te bestaan.

Grappen die niet meer kunnen

De striptekenaar Aksel behoort – net als Trier – tot generatie X. Hij is het soort man, zegt hij verontschuldigend, dat lacht om grappen die niet meer kunnen, is opgegroeid in een tijd dat cultuur nog overgedragen werd in voorwerpen, platen, strips, boeken. Dingen die je om je heen kunt verzamelen, waaraan je emotionele waarde kunt hechten.

Hopeloos nostalgisch, maar je kunt het nauwelijks helpen om Aksels bevlogenheid te bewonderen. Zijn geloof dat je kunt leven in cultuur.

Aksel is ook het soort man dat houdt van Philip Roth. In een van de vele details die Triers films tot zo’n feest maken, zien we uit zijn boekenkast de knalgele eerste editie springen van Portnoy’s Complaint (1969), Roths grootse, taboedoorbrekende masturbatieroman.

Een fallisch grapje, misschien, een knipoog naar de masturbatoire zelfzucht van zijn personages. Ware het niet dat het verhaal dat Julie schrijft en online publiceert wel heel opmerkelijk in dialoog gaat met de culturele erectie die hier wordt gesymboliseerd. ‘Ik houd van een slappe’, zo beschrijft ze een erotische fantasie, ‘dan maak ik ’m stijf, in plaats van dat hij me wordt opgedrongen.’

Eat that, Portnoy, het echte taboe is inmiddels de slappe pik.

Dat ook seks dient om haar bestaan te bevestigen (en ja, waarom niet?) maakt Julie tegelijkertijd verwant aan Portnoy. Net als Roths compulsieve rukker – ontsproten aan de seksuele revolutie – denkt zij bevrijding van burgerlijkheid te vinden in de vervoering van een nieuwe liefde. Ze denkt er ‘zichzelf’ in te ontdekken. Maar net als Portnoy wordt ze gekweld door haar geweten. Ze kan het niet helpen, ze moet Aksel verlaten, maar ze voelt zich de ergste mens op aarde, vertelt de voice over.

Uit het huidige van inhoud gestripte therapiejargon is het woord neurose zo goed als verdwenen, maar Julie’s toestand is, net als die van Portnoy, dat: een onoplosbaar innerlijk conflict tussen de normen en waarden die op je drukken en de drang om je eraan te ontworstelen.

De literatuur leent zich bij uitstek voor de weergave van dat conflict. De grap is dat de innerlijke monoloog bij Portnoy de vorm krijgt van bekentenissen aan zijn analyticus. Hier wordt, door te praten, te vertellen, vergeefs gesmeekt om genezing van de tegenstrijdigheden van het bourgeois bestaan.

Vertel me, dokter, hoe heet de ziekte die ik heb?, klaagt Portnoy.

Verlossing zoekt een eerste generatie seculiere Jood als hij dus in seks, therapie en in werk waarin hij zich een goed mens kan voelen – Portnoy zet zich in voor gemarginaliseerde groepen – maar niet in het gezin. En ook dat geldt voor Julie. Haar hang naar vrijheid en zelfexpressie wordt betaald met eenzaamheid.

In de eerste twee films van de trilogie laat Trier zulke eenzaamheid gevaarlijk aanschuren tegen solipsisme en somberte. Maar in The Worst Person in the World is het een productieve, montere eenzaamheid. De zichzelf hatende Julie wordt uiteindelijk genadevol bevestigd in haar intuïtie dat kunst je kan redden, als je er ervoor kiest haar serieus te nemen.

Dat leven in cultuur, die boekigheid, is dus niet simpelweg een decor om een sociale klasse mee aan te duiden. Het speelt een rol als onvervreemdbaar deel van wie we zijn. Wij en onze tegenstrijdigheden mogen bestaan in vertellingen, leven en kunst kunnen met elkaar samenvallen en elkaar verhevigen. Dat het vaak een narcistisch spel is, die kunst, doet daar niet aan af.

Voor 80 procent fucked up

Sentimental Value diept die thematiek uit. De film volgt de lijnen van somberheid die door generaties lopen verder dan de Oslo-trilogie. We komen te weten dat de moeder van filmmaker Gustav tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet zat en gefolterd is. Haar suïcidaliteit is overgedragen op haar zoon Gustav en kleindochter Nora, die net als haar vader vlucht in artistiek werk om de pijn van haar leven niet te voelen. Ze is voor 80 procent fucked up, waarschuwt ze een getrouwde collega met wie ze het bed deelt.

De tragedie die dreigt, is dat Gustav al zijn vaderlijkheid in zijn werk stopt. Zijn crew is zijn familie, zegt hij tegen een interviewer tijdens het retrospectief dat aan hem is gewijd. We zien hoe hij als regisseur geduldig en teder met zijn acteurs omgaat. Tegelijkertijd is hij paternalistisch en ongevoelig naar zijn eigen kinderen.

Dat hij zijn relatie met zijn dochter probeert te lijmen via een nieuwe film lijkt een lachwekkend zwaktebod. Hoe emotioneel gehandicapt kun je zijn?

Toch wordt ook hier weer de grootst mogelijke empathie opgebracht voor het soort gevoelige ziel dat een medium nodig heeft om zich tot de werkelijkheid te kunnen verhouden. Het is niet helemaal hetzelfde als er voor Nora zijn, maar uit zijn werk blijkt uiteindelijk dat hij haar ziet. En daarmee ook zijn moeder en zichzelf.

Zo’n artistieke krachttoer (spoiler) duldt geen compromissen, laat Trier ons concluderen. Snobs will be snobs. Geen Amerikaanse filmsterren, geen deals met Netflix, geen slaafse promotietoer. In een ijzingwekkende sequentie zien we dat prachtige Pippi Langkous-huis gestript worden van de oude keuken, de vloeren, de boekenkasten. Het wordt strakgetrokken als in een makelaarscatalogus, met marmeren kookeiland en al. De cryptomiljonair kan er zo in.
Alles voor de kunst.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next