Home

John Updike schreef vooral brieven naar zijn moeder en zijn minnaressen – en wát een brieven waren het

Ooit was John Updike een Nobelprijs-waardig schrijver. Nu geldt hij als oude witte mannelijke dino, een schrijver om lacherig over te doen zelfs. Of maakt hij een comeback?

is schrijver en chef van Zondag, het essay- en boekenkatern van de Volkskrant.

De boekhandel had ze niet direct in huis: de Selected Letters of John Updike, net in de VS verschenen. ‘We kunnen het voor je bestellen’, zei de behulpzame verkoper. ‘Het boek kost, even kijken, 65 euro.’

Toen ik nog studeerde en elke nieuwe minister met de kaasschaaf des staats 10 of 20 euro van de basisbeurs afschraapte, werd dat telkens gebracht als: ‘Dat zijn maar twee biertjes per week!’

Nu denk ik: 65 euro. Dat zijn binnen de Amsterdamse Ring maar vier cappuccino’s en twee croissants in de maand.

‘Het is wel duur’, zei de verkoper. ‘Ik denk dat er niet zo’n heel grote markt voor is.’
De vraag die je je dan kunt stellen, is of je treurt dat de markt niet meer zo groot is, of dat je er een zekere eer in schept dat jij nog wel tot die markt behoort?

Nooit een slechte zin

Toen hij overleed, natuurlijk – toen volgde in eerste instantie de heiligverklaring.
John Updike, 1932-2009. Een van de grote Amerikaanse schrijvers, een meervoudig Pulitzerprijs-winnaar, het type schrijver dat op de omslag van Time stond, dat herhaaldelijk aanspraak maakte op de maatschappij- en tijdgeestduidende ‘Great American Novel’.

Zijn vier boeken over voormalig sportheld en nu autohandelaar Rabbit behoorden tot de canon van de 20ste eeuw. Zijn romans over overspel in de buitenwijken verkochten per honderdduizenden.

Bovendien was hij een meesterstilist. Nooit, was de communis opinio, schreef Updike een slechte zin. Eigenlijk had hij de Nobelprijs moeten krijgen.

Maar in het decennium erna merkte je de omslag. Het was niet dat hij frontaal van zijn sokkel werd gehamerd. Je merkte het eerder in bijzinnen in recensies en essays in boekenbijlagen, waarin nieuwe schrijvers werden geprezen omdat hun schrijverschap niet leek op dat van Updike en zijn generatiegenoten. Niet zo mannelijk, niet zo wit, niet zo hetero. Steeds weer werd die typering van David Foster Wallace van stal gehaald, die Updike ooit in een recensie uitriep tot een van ‘the great male narcissists’.

Zó gedateerd

In 2019 werd deze omslag canoniek, toen Patricia Lockwood, een van de leukste Amerikaanse essayisten, een van haar leukste essays schreef in de London Review of Books. Voor zover iets viraal kan gaan in de wereld der literatuurcritici, ging het viraal. Het begon zo:

‘Ik ben een huurmoordenaar. Je vraagt niet aan een 37-jarige vrouw in het jaar des Heren 2019 om John Updike te bespreken, tenzij je hoopt dat het bloed tot het plafond zal spatten.’

Opeens was Updike een schrijver om lacherig over te doen, zó gedateerd. Lockwood had de opdracht gekregen drie opnieuw uitgegeven Updike-romans te bespreken. ‘Zeg me alsjeblieft dat je ook gaat schrijven over zijn 11-september-boek’, had een vriendin tegen Lockwood gezegd. ‘Nee, want dat boek is zo slecht, dat ik zou sterven tijdens het lezen, en dan zou 11 september nog een slachtoffer hebben gemaakt.’

Updike: al die romans over intelligente en beschaafde mannen, die ondanks hun intelligentie en beschaving bang zijn om op te groeien of dood te gaan, die in ieder geval hun levensangst stelselmatig verdrinken in de armen van veel jongere buurvrouwen.

Als je las hoe in zijn overspelroman Marry Me (1971) een minnaar liefdevol tegen zijn minnares zegt ‘no one’s ever told you how cunty you are’, schreef Lockwood, kreeg je bijna spijt dat er zoiets als een seksuele revolutie had plaatsgevonden.

Te veel vrije tijd

Zulke zinnen kun je ook in de Selected Letters terugvinden. Op 11 maart 1974 schrijft hij vanuit Australië aan zijn minnares in de VS: ‘You, in truth, are all cunt.’

Zeker twee decennia lang lijkt Updike maar twee soorten brieven geschreven te hebben. Die aan zijn moeder, waarin hij over zijn pastorale gezinsleven schreef, en die aan zijn minnaressen, vaak buurvrouwen of de vrouwen van goede vrienden.

Twee dingen denk je. 1. Wat hadden mensen nog een vrije tijd toen, niet alleen om blijkbaar al die affaires te hebben, maar om er ook nog eens zoveel brieven over te schrijven. Wat zaten er veel uren in de dag voordat het internet alles versnipperde.

2. John Updike is een geweldige schrijver, daar heeft de tijd niets aan veranderd.
Geen brief is saai. Alles is elegant, grappig, opgewonden. Je merkt hoe leuk Updike schrijven vond. Of beter: je merkt hoe leuk hij het leven vond. Hij haalt details aan, vertelt anekdotes, somt dingen op die hij bijzonder vond.

‘Ik herinner me grappige dingen, leuke dingen, lieve dingen – die keer toen ik je huis verliet, en jij, nog steeds naakt, me omhelsde en lachend zei: ‘Well, come around and fuck me again some time.’

Charmes

Het is, zoals met alles, de context die het hem doet. Geïsoleerd klinkt zo’n zin misschien vreselijk, heel makkelijk om decennia naderhand Lockwoodiaans lacherig over te doen. Maar zie het als het leven terwijl het zich afspeelde: twee geliefden lachend om elkaar in de deuropening.

De kritiek op Zwaag, Maria Vlaars biografie van Joost Zwagerman, was dat ze wel al zijn affaires naliep, maar dat je als lezer weinig te horen kreeg voor welke charmes al die vrouwen dan vielen. Lees Updikes brieven en je kunt die charmes niet missen.

Maar belangrijker is, voor zover je dat als lezer kunt inschatten, dat Updike zo integer overkomt. Niemand lijkt hij naar de mond te praten, of aan een lijntje te houden. Het boek lijkt zes of zeven brieven te bevatten die voorbeeldbrieven zijn van hoe je het op een aardige manier uitmaakt.
Bijna al die exen bleven vriendinnen van hem. Hun mannen vaak ook. Andere tijden.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next