Home

Op bedevaart naar de Lorelei: obstakel in een jakkerende wereld

Natuurverminking In de negentiende eeuw werd de meanderende Rijn zoveel mogelijk rechtgetrokken voor de scheepvaart. Het efficiencydenken is daarna nooit meer verdwenen, schrijft Arjen van Veelen. Hij maakt een bliksem-bedevaart naar de Lorelei, de rots in een Rijnbocht die dat alles wist te weerstaan.

De Lorelei, een rots in de Rijn in Duitsland. Chromolithografie naar een tekening van Karl Christian Köhler (1827-1890).

De Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway verloor ooit een koffer met al zijn manuscripten. In korte tijd moest hij tientallen verhalen helemaal opnieuw schrijven. Zo ontdekte hij de beknopte schrijfstijl waar hij later wereldberoemd mee werd.

Een vriend vertelde me de anekdote nadat ik van een roadtripje was teruggekeerd met een kletsnatte laptop. Ik had nog geprobeerd er gauw wat bestanden af te halen, maar het scherm was een vissenkom en ging uiteindelijk helemaal op zwart. Weken schrijfwerk weg. Nu schrijf ik beknopt.

Bij waterschade moet je altijd metéén je computer uitzetten, vertelde de laptopdokter, anders krijg je kortsluiting in het moederbord. Daarna je laptop ondersteboven zetten als een tentje en laten drogen. Zeker niet in rijstkorrels, die gaan plakken, maar in van die silica-bolletjes die ook in schoenendozen zitten.

Vroeger, vertelde hij ook, had een Macbook een harde schijf die je gewoon uit de laptop kon wippen. Dan deed je ’m in een andere laptop en je kon weer door. Tegenwoordig soldeerde Apple ze vast aan het moederbord.

„Zo dwingen ze je om in de cloud te gaan zitten.”

Hij keek naar mijn laptop alsof ik een steen had ingeleverd met de vraag of hij die kon laten zingen. Hij wilde wel een poging wagen, dan moest ik wel de ‘chemische reiniging’ afnemen à 65 euro.

Men zegt dat we in onzekere tijden leven, maar de wereld is juist glashelder, solide en betrouwbaar: iedereen wil altijd geld aan je verdienen.

Precies om aan die wereld te ontsnappen was ik op roadtrip gegaan. Ik was de decembergekte zat. De hysterisch twinkelende commercie. De eindejaarswerkstress, schrijfdeadlines. Dus ging ik op een onzinreisje, een bedevaart van likmevestje: heen en terug naar de Lorelei.

Waternimf

De Lorelei is een rotswand van 130 meter hoog in een bocht van de Rijn, ongeveer vijfhonderd kilometer stroomopwaarts van Rotterdam. De rivier slingert er door een romantisch dal met in elke kronkel wel een burcht, legende of waternimf.

Vijf uur heen langs de ene oever van de Rijn, daar overnachten, vijf uur terug langs de andere oever. Een lus die nergens op sloeg, ik zou langer in de auto zitten dan ik wakende uren met de Lorelei zou doorbrengen. Maar dat was dus het idee: iets doen wat nergens op sloeg.

Niets productiefs. Niets om over te schrijven. Iets heiligs. Al in de middeleeuwen gingen er verhalen dat de Lorelei-rots kon zingen. Kon lispelen en neuriën. Daar komt de naam vandaan, volgens de volksetymologie: een lei is een steen, luren is murmelen. Lorelei: de pratende rots.

De mythe was niet helemaal onzin. Die hoge klif gaf een prachtige echo: riep je wat, dan praatte de rots inderdaad terug. Het water maakte hier bovendien veel geluid: de rivier kolkte in een woeste boog om de rots heen. Schippers moesten goed mikken tussen grindbanken en kliffen.

Volgens de legende zat er boven op de rots een uiteraard beeldschone blonde vrouw die mannelijke schippers afleidde zodat die op de rotsen zouden varen en verdrinken. Die mythe werd pas in de negentiende eeuw bedacht, precies toen de wereld net stopte met geloven in sprookjes. Het verhaal van de nimf Lorelei werd pas echt populair door een gedicht van Heinrich Heine uit 1824:

„Wat zou dat nou toch weer wezen / dat ik me zo klote voel / Een sprookje van eeuwen geleden / krijg ik maar niet uit mijn bol”, zo begint het, vrij vertaald. Of in het Duits: Ich weiß nicht, was soll es bedeuten, Daß ich so traurig bin; Ein Märchen aus alten Zeiten, Das kommt mir nicht aus dem Sinn.

Ik weet niet of Heine nu de spot drijft met die opkomende Rijn-romantiek of dat hij zelf ook echt traurig was. Misschien beide. Dat maakt het gedicht goed.

Het werd later op muziek gezet en groeide uit tot een soort negentiende-eeuws popliedje. Weer later werd het lied gekaapt door grimmige nationalisten. Heine, een Joodse vrijdenker, had weinig op met die chauvinistische Rijn-romantiek. Er bestaat een oude krantencartoon waarin twee nazi’s de Lorelei, de nimf dus, arresteren: ze is door een Jood bedacht.

Kolenschepen

Geen toeval dat het lied over de nimf juist in de negentiende eeuw een hit werd: de wereld was in een radicale versnelling geraakt. Precies toen dat gedicht populair werd, was ook een megalomaan project begonnen om de rivier de Rijn recht te trekken voor de scheepvaart. Het Rijndal veranderde van onherbergzame wildernis vol zalm en sagen in een economische slagader vol kolenschepen.

Ik las eens dat de nimf verdrietig zou zijn over de nieuwe tijd. De vrachtschepen stonden dan voor de moderne economie, de nimf was de natuur. Een mooie interpretatie: dan pleegde Lorelei met haar acties sabotage. 

Sta me toe wat te nerden over de vergeten geschiedenis van die ‘rivierverbetering’. Want die heeft te maken met de manier waarop u en ik nu ons leven optimaliseren.

Vroeger kronkelden rivieren over ons continent zoals regendruppels over een autoruit. Beddingen versprongen voortdurend, stromen splitsten en kwamen samen, eilanden en zandplaten ontstonden en verdwenen. Op de kaart zou een rivier er niet uitzien als een blauwe streep, maar als een kronkelwilg in de wind: een netwerk van steeds verspringende kronkelingen die in steeds kleinere kronkelende en verspringende takjes vertakken.

Rivieren leefden toen ‘in den breedte’. De Rijn was in Nederland een kilometers brede riviervlakte met moerasbos, een koel en nevelig regenwoud waar tot ver in de middeleeuwen nog pelikanen leefden en het water roze zag van de zalmruggen.

De rivier had een polsslag, een traag pulseren van breed en smal, afhankelijk van regen en smeltwater. Dit pompend hart bracht leven in het hele vaatstelsel.

In de negentiende eeuw begon dat megalomane project om de duizend kilometer lange Rijn recht te trekken, te versimpelen en efficiënter te maken. De geestelijk vader van die ‘Rijn-correctie’ was een Duitse militair en ingenieur: Johann Gottfried Tulla (1770–1828). Hij was geïnspireerd door Verlichtingsdenkers, had een sterk rationeel wereldbeeld. Zijn plan: bochten schrappen. Uiterwaarden en wetlands droogleggen en bedijken. Zijtakken afdammen. Net zo lang tot de rivier een kanaal werd.

Tulla was de man met de kettingzaag die een prachtige oude eik wel even zou stroomlijnen door alle takken af te zagen tot enkel de stam overbleef. Hij zag de rivier „niet als een levend organisme maar als een probleem dat moest worden gefixt”, aldus Mark Cioc in The Rhine: An Eco-Biography.

Waterfront

De kettingzaagmethode werd na het Congres van Wenen (1814-1815) uitgerold over de hele loop van de Rijn. Geen enkel obstakel mocht de internationale handelsstroom belemmeren, aldus Joanne Yao in The Ideal River.

De Rijn verloor vele tientallen bochten. Honderden zijtakken werden afgedamd. Alleen al tussen Basel en Keulen werden 2.218 eilanden vernietigd. De rivier die ooit kilometers breed uitwaaierde kreeg een uniforme breedte tussen nauwe dijken: tweehonderd meter op het traject Basel en Straatsburg, tweehonderdvijftig meter tussen Straatsburg en Mannheim. De loop werd honderd kilometer korter. Ruim 90 procent van alle uiterwaarden verdween, inclusief  moerassen en rivierbossen van eiken, iepen, wilgen, essen, populieren, elzen en beuken. Daar kwam vastgoed voor in de plaats. Een waterfront.

Een oude kaart die het meanderen van de Rijn toont.

Een Europees Amazonewoud verdween. Die ecocide noemde men: het normaliseren van de rivier. Ook wel: Rheinkorrektur en Rheinrektifikation. Let op de taal: ‘correctie’, ‘rectificatie’, alsof de vrije rivier fout was en verbeterd moest worden. ‘Normaal maken’: ja, volgens de norm van de rivier als machine. De rivier had ooit vele functies en betekenissen: drinkplek, tempel, begraafplaats, huis van vissen, salamanders, bevers, waadvogels; voortaan was het enkel een snelweg.

De beroemdste dichtregel van Nederland gaat over brede rivieren die traag stromen door oneindig laagland. Hendrik Marsman publiceerde ‘Herinnering aan Holland’ in 1936. En inderdaad is het een herinnering: óóit stroomde de rivier de Waal traag. Rivieren waren vlaktes, een soort sloom voorbijtrekkende meren. Nu kregen ze dijken en kribben die de stroom in een geul prikten. Sinds de ‘rivierverbetering’ in de negentiende eeuw is de stroomsnelheid ook bij ons bijna verdubbeld. (Daar deed het project Ruimte voor de Rivier weinig aan af).

Maar de grootste correctie voltrok zich in ons hoofd.

Rivierklei

De mens is van oudsher een oeverbewoner. Op de oevers van rivieren kon de landbouwsamenleving ontstaan. Langs de Ganges, Nijl, Amazone, Tigris en Eufraat. Via de landbouw ontstond het schrift, op tabletten van rivierklei.

De rivier is misschien wel de belangrijkste metafoor waarmee we betekenis geven aan het leven. Alles stroomt, zegt Heraclitus. Be like water, zegt Bruce Lee. Ook volgens de Ayurveda of de Dao weerspiegelen de rivieren de hydraulica van onze eigen aderen.

Maar als datgene waar die metafoor naar verwijst – die wilde, levende, kronkelende rivier – radicaal is veranderd, verminkt – zou het kunnen dat onze levens dan óók zijn veranderd?

Leonardo da Vinci zei: water is het bloed der aarde, de rivieren zijn de bloedvaten. Die zin kun je omdraaien: door ons stromen rivieren. Inderdaad: die kronkelingen van de oorspronkelijke riviernetwerken, die fractale boomstructuren, je vindt ze evengoed in je eigen longen, hersenen en bloedvaten. Het zijn de algoritmes van de natuur. Daar kun je niet ongestraft in snijden. Je kunt de wereld niet kanaliseren zonder dat je eigen blik vernauwt.

Als je de wereld om je heen inricht als machine om geld te verdienen, als dat je habitat is – is het gek dat je je eigen lichaam dan ook gaat zien als organisme dat moet worden geëxploiteerd, gekanaliseerd, strakgetrokken? Dat je jezelf beknelt met dijken van do’s and don’ts en to do’s?

Zoals we de natuur verbeteren, zo doen we aan zelfverbetering. We trainen om de curves strak te krijgen. Onze lifehacks zijn bochtafsnijdingen. Bloed klopt voor werk. Stromen doen we voor Strava, voor de wattages van ons machinelichaam. Leven is een monocultuur van productief zijn, belasting betalen en dan doodgaan. Koffie en energiedrank zijn niet voor niets de populairste drankjes: ze doen met aderen precies wat de Duitse ingenieur Tulla deed met de Rijn: de boel vernauwen, zodat alles sneller stroomt.

Alles ging veel te hard stromen, en er waren ook vaker overstromingen. Logisch. Als je de rivier met honderd kilometer inkort, maak je de helling steiler. En als je de buis waar dat water doorheen moet, ook nog eens met dijken vernauwt, dan gaat het spuiten. Denk aan een tuinslang waar je in knijpt.

Jakkeren

Wat doet dat met de mens die naar de rivieroever gaat om eens lekker te peinzen? Staren als naar een film die twee keer zo snel wordt afgespeeld? Als zelfs je habitat jakkert, dan jakker je maar mee. Je voelt druk om je podcasts ook maar versneld af te spelen. Je werk sneller af te hebben. Vertragen voelt als stilstaan in de stationshal tijdens de spits.

Je kunt vallen, maar zelfs de val, de burn-out, de overstroming van je hoofd, is functioneel geworden: je ligt er even af om daarna des te energieker door te jakkeren.

Daarom moest ik even naar de Lorelei: obstakel van de versnellende wereld. De Lorelei: waar de mens nog met de natuur sprak. De Lorelei: daar vertelde men nog mythen en sagen.

De Lorelei-bocht was ontsnapt aan de slachting van Tulla, een rotsige bocht kon je niet afsnijden. Al was het wel geprobeerd: met dynamiet waren sommige kliffen opgeblazen, het deed me denken aan hoe de ingenieurs van Joseph Stalin ooit geopperd hadden om de loop van rivieren met explosies om te keren.

Ik sjeesde over de Autobahn. De Lorelei was een verleidster, zei men, stuurlui verongelukten er doordat ze afgeleid werden. Ik had net ontdekt dat je via Spotify ‘gratis’ luisterboeken kunt afspelen. Dus ik luisterde naar een boek van Miranda July, zo’n boek waar een poosje geleden iedereen het over had. Kon ik mooi luisteren zodat ik ‘weer bij’ was. Het ging bovendien over een roadtrip. Dertig minuten onderweg stopt de hoofdpersoon in een gehucht, waar ze verliefd wordt op de man die bij een tankstation haar autoruit zeemt.

Vanaf Koblenz reed ik vlak langs de rivier. De kloof was kaal, kale rotsen met kale bomen en af en toe een felgele wilg. Ik passeerde een tai-chicentrum (‘Verbinde dich mit deinem inneren Energiefluss’). Het audioboek bleef tegen me praten. Terwijl ik de steile kronkelweg naar de Lorelei op reed, gingen er in het boek steeds meer kleren uit, lippen naderden elkaar… Tergend langzaam ging die climax, vol suspense, steeds onderbroken  – flauwe bocht naar links naar de Heinrich Heinestrasse…

Coca Cola

Op de top van de beroemde berg was de parkeerplaats vrijwel leeg. Er stond alleen een rode Coca Cola-truck vol lichtjes: er kwam dat weekend een kerstmarkt met glühwein, bratwurst en kipnuggets.

Verder overal bordjes ‘winterpauze’. Wat een geweldig concept, dacht ik. De natuur deed ook aan pauze, de meeste mensen maakten van december juist een krankzinnig drukke maand.

In het toiletgebouw was tot mijn verbazing ook een sigarettenautomaat. Ik probeerde voor de gein of ik een pakje kon kopen, niet voor de gein, ik had er zin in – maar de munten rinkelden terug, je had hier een speciaal pasje nodig.

Ik wandelde over een stenen pad naar de top. Daar stond een bronzen beeldhouwwerk van de halfnaakte nimf Lorelei, van de Berlijnse beeldhouwster Valerie Otte. Het haar krulde als een vrije rivierloop. Ze keek treurig.

De chauffeur van de Cola-truck was de enige andere bezoeker. Ik vroeg onhandig of hij een foto wilde maken van mij en Lorelei.

In de bleke winter, zonder de toeristen en de Lorelei-ansichtkaarten en de Lorelei-wijn en de Lorelei-muziek uit luidsprekers van Lorelei-restaurants, was dit gewoon een grote dode steen. Het waren de dichters die het ding aan de praat hadden gekregen.

Bij de supermarkt kocht ik flesjes Loreley-sekt.  De veerpont danste met een soort pirouette door de stroom naar de overkant. Ik overnachtte in het middeleeuwse dorpje Sankt Goar, vernoemd naar Goar van Aquitanië, een preutse monnik.

De hotelkamer keek uit op de rivier. Ik dronk. Ik hoef hier helemaal niets, bedacht ik, zelfs geen aantekeningen maken.

De bergen zijn hier hoger maar niet heel veel hoger dan de dijken, mailde ik naar huis. De rivier bromt op dezelfde wijze. Dezelfde kolentreinen kachelen voorbij op weg naar Roergebied of Maasvlakte. Ik voel me hier intens verbonden met alle logistieke ketenen van de wereld.

In het echt was het de vrouw van Hemingway die de manuscripten kwijtmaakte. Ze wilde haar man helpen door hem zijn koffer manuscripten te brengen. In de trein wilde ze nog wat water halen – altijd dat water, waar de mens zo panisch over doet omdat het na zuurstof de eerste levensbehoefte is. Ze kwam terug, koffer weg. Hemingway, de eikel, bezorgde haar een guilt trip die de rest van haar leven duurde – ondanks de mooie praatjes die hij anderen vertelde over de beknopte stijl.

De volgende ochtend vulde ik mijn thermosfles met kraanwater van het hotel. Rijnwater van de Lorelei. Al het drinkwater komt uit rivieren. Het zou me drie, vier euro schelen, zoveel vroegen ze voor een flesje op het tankstation. Het ging niet om het geld, maar om het principe. Water zou gratis moeten zijn. Al het kwaad van de wereld zat in dure, plastic waterflesjes.

Toen ik wegreed was het Rijndal in mist gehuld. De nevel vormde riviertjes op mijn autoruit. Op de bijrijdersstoel begon een thermosfles te lekken. De rubberen afsluitring zat scheef, de rivier ontsnapte uit de oevers, wiste als een spons op een schoolbord mijn hele wereld van haast en deadlines en productie uit: de Lorelei gaf precies wat ik verlangd had. Winterpauze. Een schone lei.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next