Zijn boek waarin hij beschreef hoe Palestijnen na de oprichting van de staat Israël uit hun huizen werden verdreven, maakte historicus Ilan Pappé tot een paria. Maar na het genocidale geweld in Gaza, krijgt zijn activistische geluid, en dat van de Palestijnse journalist Mariam Barghouti, meer ruimte.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Israël, het Midden-Oosten en België.
De oorlog in Gaza werd de afgelopen twee jaar niet alleen in het gebied zelf gevoerd: de stroom van filmpjes, foto’s, verklaringen en getuigenissen hebben mensen wereldwijd tegenover elkaar gezet. Waar de één bitter concludeerde dat er met twee maten wordt gemeten zodra een Joodse staat voor zijn leven moet vechten, kon de ander er niet bij dat er een genocide werd verdedigd.
Het conflict zelf is niet nieuw, en er wordt al net zo lang gevochten om de sympathie van de buitenwereld, als dat er naar een oplossing wordt gezocht. In 1967 bijvoorbeeld, kort na de Zesdaagse Oorlog, schreef de Amerikaanse auteur I. F. Stone al in The New York Review of Books: ‘Als God nu dood is, zoals sommigen zeggen, is hij zonder enige twijfel bezweken aan zijn pogingen om een rechtvaardige oplossing te vinden voor het Arabisch-Joodse probleem.’
‘Maar wat wel is veranderd, is dat veel mensen die zich nooit met het Midden-Oosten bezighielden, zich het lot van de Palestijnen zijn gaan aantrekken’, zegt de Israëlische historicus Ilan Pappé (71), die vorige maand op uitnodiging van The Rights Forum een paar dagen in Nederland was en samen met de Palestijnse journalist en analist Mariam Barghouti (32) een aantal lezingen gaf. ‘Voorheen werd Israël door vrijwel iedereen in het Westen blindelings gesteund.’
Pappé werd om die reden jarenlang verguisd: na de publicatie van zijn boek The Ethnic Cleansing of Palestine (2006), waarin hij schreef over de manier waarop Palestijnen in 1948 na de oprichting van de staat Israël uit hun huizen werden verdreven, werd hij door velen niet langer beschouwd als een wetenschapper, maar als partijdige activist. Sinds de verwoesting van Gaza, en de dood van tienduizenden Palestijnen, is echter meer draagvlak voor zijn uitspraken ontstaan.
Dat was aan het begin van de oorlog nog niet zo. Israël presenteerde haar militaire offensief in Gaza als een existentiële strijd waar ze niet voor had gekozen – een die begon met de gruwelijke aanval van islamitische terroristen – en de geschokte internationale gemeenschap ging mee in het narratief dat er ‘geen context’ bestond voor dergelijke daden.
Toen het geweld voortduurde, en door velen als buitenproportioneel werd ervaren, sloeg de stemming echter om. Israël, decennialang de kleine David die het in een zee van vijanden moest opnemen tegen haar vijanden, werd steeds meer gezien als een verguisde Goliath die onschuldige kinderen uithongerde en vermoordde.
Dat wil niet zeggen dat het Westen nu wel openstaat voor het Palestijnse narratief, waarschuwt Mariam Barghouti. ‘Om te beginnen moet je onderscheid maken tussen politici en het volk: waar politieke leiders niet verder wilden gaan dan kleine, symbolische gebaren, gingen mensen massaal de straat op om te eisen dat er harde sancties werden ingevoerd en alle samenwerking met Israël werd stopgezet.
‘Maar de demonstraties gingen meer over de genocide, de bommen en de hongersnood, dan over de fundamentele rechten van alle Palestijnen. En sinds het bestand is ingegaan, is veel protest weer verstomd. Mensen halen opgelucht adem, want het is goddank voorbij. Maar voor ons Palestijnen is dat helemaal niet zo: de genocide in Gaza is slechts één gruwelijk hoofdstuk in een lang verhaal van onderdrukking. Er vallen nu misschien minder bommen, maar er is niets opgelost.’
Ik maak uit uw woorden op dat u niet gelooft dat het plan van Trump ‘eeuwige vrede’ gaat brengen, zoals hij zelf zegt.
‘Helaas, ik zie inderdaad weinig goeds komen van het zogenaamde vredesplan. Er is geen enkele intentie om de Palestijnen vooruit te helpen, en Israël gaat ook geen verantwoording afleggen over wat er is gebeurd. Het plan draait louter om de veiligheid van Israël en de economische en geopolitieke belangen van de VS.’
U woont zelf in de stad Ramallah op de bezette Westelijke Jordaanoever en daar is het geweld de afgelopen maanden juist toegenomen.
‘Onze dorpen en steden zijn verworden tot een grote gevangenis. Joodse milities zijn door de regering bewapend – met wapens die nota bene afkomstig zijn uit de Verenigde Staten en Europa – en terwijl zij ons aanvallen, worden ze beschermd door het Israëlische leger. Er is steeds vaker geen stroom, er is minder water omdat kolonisten onze bronnen in beslag nemen. Huizen worden verwoest, de wegen zijn afgesloten zodat we nergens meer naartoe kunnen, en als we dat toch proberen, worden we aangevallen en doodgeschoten.
‘Omdat het leven onmogelijk is geworden, overwegen steeds meer Palestijnen om te vertrekken – een soort ‘zachte’ etnische zuivering. En vergeet niet: Gaza telt slechts 365 vierkante kilometer, de Westoever is met haar 6.000 vierkante kilometer de ware hoofdprijs. Omdat er 700 duizend kolonisten wonen, kan Israël de Westoever echter niet bombarderen, zoals in Gaza is gebeurd. ‘Bovendien zou de heropbouw van de infrastructuur te veel geld kosten. En dus verjagen de kolonisten ons op een andere manier uit onze huizen, die ze vervolgens kant en klaar kunnen overnemen.’
Waarom denkt u dat dit niet tot dezelfde verontwaardiging leidt als het geweld in Gaza?
‘Het gaat niet om het verschil tussen Gaza en de Westoever, het is geen wedstrijd tussen 70 duizend doden hier en ‘slechts’ duizend doden daar. We zijn één volk, met één probleem: de bezetting door een kolonisator die ons wil verdrijven. Dat is de crux, maar dat wordt door de buitenwereld niet gezien.’
En waar ligt dat aan? Waar zit volgens u de blinde vlek?
‘Voor een deel omdat het ook over verstrengelde belangen gaat, om levendige handel met een andere, zogenaamde democratie, een bondgenoot op een strategische locatie. Maar ook omdat wij ons verhaal nooit goed hebben kunnen overbrengen. Op de belangrijke podia worden wij nooit als experts gehoord. Palestijnen zijn óf een zielig slachtoffer, óf terroristen, maar nooit een gelijkwaardige gesprekspartner. Van ons wordt verwacht dat we ‘redelijk’ blijven, begrip moeten hebben voor de angsten van de Israëliërs, omdat we het anders aan onszelf te danken hebben dat we nog steeds bezet worden.’
Hoe ziet u dat, meneer Pappé? Waarom is het volgens u voor de buitenwereld zo moeilijk om mee te gaan in het Palestijnse narratief?
‘Zeker voor Europa geldt dat het erg lastig is om vraagtekens te zetten bij een probleem dat is voortgekomen uit een zwarte bladzijde van de eigen geschiedenis. Na de Holocaust leek het alleszins redelijk om een Europees land te stichten in het hart van de Arabische wereld, ten koste van de lokale bevolking – een waanzinnig project waar alle ellende die we nu zien, uit voortkomt.
‘Daarnaast is er die herkenning: Israëliërs zijn op zich beschaafde, redelijke mensen met dezelfde Europese cultuur als mensen hier. Vanwege de islamofobie in Europa en de gruwelijkheden die terroristische organisaties als Islamitische Staat hebben begaan, is het gemakkelijk om mee te gaan in het verhaal dat deze redelijke westerlingen worden bedreigd door gevaarlijke moslims. Palestijnen die met geweld in opstand komen tegen de onderdrukking worden gezien als terroristen, barbaren met wie westerlingen zich niet kunnen identificeren.
‘Naast de zeer sterke Israëlische lobby zijn er bovendien zo veel belangen en relaties tussen de westerse wereld en Israël: economische, culturele, academische, geopolitieke, en ga zo maar door – dat wil geen enkele politicus torpederen. Zeker in Washington leeft al decennialang het idee dat een sterk Israël in het voordeel is van de Verenigde Staten.
‘Hoe kan een Palestijnse schaapherder die van zijn land wordt verdreven in vredesnaam uitleggen dat al deze mondiale belangen indruisen tegen zijn rechten? Zelfs als Martin Luther King of Nelson Mandela het Palestijnse volk zouden hebben geleid, zou de situatie nu niet anders zijn.’
Pappé, die zich behalve historicus ook activist noemt, is niet de enige die hamert op de context – op het feit dat Hamas de aanval op 7 oktober 2023 niet louter heeft uitgevoerd omdat haar strijders zijn geboren als bloeddorstige islamitische fanaten, zoals de Israëlische regering stelt. Wat de historicus (werkzaam aan de Universiteit van Exeter) voor veel mensen echter onverteerbaar maakt, is dat hij daarbij niet verwijst naar de bezetting van Gaza en de Westoever sinds 1967, maar naar de stichting van de staat Israël in 1948. Daarmee, zo stellen critici, ontkent hij het recht van Joden op een eigen land.
‘Het zou ook veel beter zijn geweest als Europa indertijd had gezegd dat er bij hen wél plaats was voor de Joden’, zegt hij. ‘Dat er samen een gemeenschap was opgebouwd waarin de Joden veilig zouden zijn, waar nooit meer een genocide kon plaatsvinden. Wat we nu zien, is er dat er op een andere plek een nieuwe genocide plaatsvindt.’
Maar bent u, vanwege uw activisme en duidelijke stellingname, eigenlijk geen onbetrouwbare bron?
‘Het verdacht maken van mensen die een ander verhaal vertellen, is onderdeel van de Israëlische propagandamachine. En dus word ik gezien als omstreden en partijdig, terwijl wetenschappers aan een Israëlische universiteit of bij een Israëlische denktank, die vaak zelfs in het leger dienen als reservist, wel een objectieve bron van informatie zouden zijn.
‘Maar mijn onplezierige boodschap is volledig gebaseerd op historische feiten, en wordt helaas bevestigd door de realiteit. Er ís een genocide in Gaza, er zítten duizenden Palestijnse politieke gevangenen zonder proces in de cel, er zíjn miljoenen vluchtelingen.’
Sommige westerse regeringen, traditionele bondgenoten van Israël, zoals Nederland, Canada, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, hebben ondertussen het signaal gegeven dat zij hun beleid ten aanzien van Israël wellicht op punten gaan herzien. Hoe kijkt u hiernaar?
‘Het laat zien dat verzet van activisten werkt: de publieke opinie is in staat om de politiek en de elite te beïnvloeden. Maar het is rijkelijk laat, lang niet goed genoeg, en we moeten nog zien wat er op de langere termijn gebeurt. Vergeet niet dat de afwegingen van de meeste politici niet gebaseerd zijn op moraliteit, maar op tactiek, op politiek, of op de eigen carrière.’
Mevrouw Barghouti, hoe ziet u de verschuiving in het politieke debat? Is dit een breuk met de decennialange onvoorwaardelijke steun?
‘We zien dat er bij het publiek wel iets fundamenteel is veranderd; zeker jongeren gaan niet meer zo gemakkelijk mee met het narratief van Israël. En ik vermoed dat ook politici zich meer en meer realiseren dat Israël de komende jaren niet zal veranderen.’
Veel mensen denken dat het probleem bij het huidige leiderschap ligt, bij premier Netanyahu en zijn uiterst rechtse coalitie.
‘Dat is een illusie, er zijn maar weinig Israëliërs die daadwerkelijk bereid zijn om Palestijnen als gelijken te zien. Je ziet het terug in de media: Israëlische woordvoerders benadrukken tegenover de Engelstalige media hun eigen slachtofferschap, en herhalen het narratief van zelfverdediging. Tegenover de Hebreeuwstalige media zal dezelfde persoon de misdaden die in Gaza of op de Westoever zijn begaan, juist trots opsommen om te laten zien dat de islamitische barbaren in het historische joodse land worden aangepakt. En daarnaast wordt erop gehamerd hoe onveilig de rest van de wereld is voor Joden – dat ze echt alleen in Israël kunnen zijn.
‘Dus helaas, nee, ook als Netanyahu van het podium verdwijnt, zal er voor de Palestijnen niets veranderen. De vraag is hoe westerse landen zich daar in de toekomst toe zullen verhouden. Het is in elk geval een lang proces. Maar het belangrijkste is dat er in het Westen eindelijk wel een debat is begonnen dat voorheen niet gevoerd werd.’
Maar ondertussen veranderen de feiten op de grond razendsnel. Er worden aan de lopende band nederzettingen gebouwd, mensen van hun land verdreven of gedood.
‘Mensen zien de urgentie helaas niet. Israël gaat met volle kracht vooruit terwijl de wereld debatteert. Maar het feit dat er nu vragen worden gesteld, betekent dat we in de toekomst een betere positie krijgen – daar ben ik van overtuigd. Het ontmantelen van nederzettingen, het berechten van soldaten die oorlogsmisdaden hebben begaan, al die zaken zijn alleen mogelijk met steun van de buitenwereld.’
Volgens u, meneer Pappé, staat het zionisme (oorspronkelijk het streven naar en tegenwoordig het handhaven van een Joodse nationale staat in Palestina, te weten Israël, red.) op zijn laatste benen – althans dat schreef u in het essay The Collapse of Zionism, dat is gepubliceerd in het Britse linkse politieke tijdschrift de New Left Review.
‘Ja, ik geloof inderdaad dat het verval van de ideologie is begonnen. Zo zijn er grote spanningen binnen de Joods-Israëlische samenleving – tussen seculiere, liberale Joden en religieuze, messianistische Joden. En de Israëlische economie doet het nu nog goed, maar ik voorzie dat die op termijn de lasten van de vele oorlogen niet kan dragen – zeker niet als er meer seculiere Israëliërs uit bijvoorbeeld de techsector emigreren.
‘Er zijn nog meer indicatoren van een toekomstige val van het zionisme, zoals bijvoorbeeld de groeiende isolatie van Israël en het feit dat Joden wereldwijd, met name jongeren, zich minder met het land identificeren. Sommige van deze ontwikkelingen kunnen we als activisten beïnvloeden, andere niet.
‘Het is volgens mij belangrijk dat jonge Palestijnen erover nadenken wat voor een staat zij zouden willen zijn nadat het zionisme is gevallen. Hoe gaan zij samenleven met de Joden in het gebied, wat moet de relatie zijn tussen secularisme en respect voor religie en traditie, hoe zal er recht moeten worden gesproken, wat doen we met de miljoenen Palestijnse vluchtelingen en hun nazaten in de regio?
‘Op de korte termijn zie ik niets veranderen, maar uiteindelijk gaat dat komen want er zit rot in de fundering. En de geschiedenis wijst uit dat ideologische projecten die met geweld kunnen worden afgedwongen, nooit eeuwig blijven voortbestaan.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant