Bij wijze van nieuwjaarsduik stapte ik in bad. Ik deed een handvol geurende badkristallen in het stomende water, roerde met de hand tot het roodoranje kleurde. Het plan was om te ontspannen, het jaar mild te beginnen. Maar een zin bleef malen in mijn hoofd, iets met ijs, iets met een hakbijl, iets… Ik tastte met natte vingers naar mijn telefoon.
„Een boek moet de bijl zijn voor de bevroren zee in ons”, hielp de AI-assistent, „Franz Kafka”.
Hij bedoelde dat boeken ons niet in slaap moeten sussen maar ons pijn moeten doen: een vuistslag op de schedel.
Hij schreef het aan een vriend, toen hij nog maar twintig was.
„Voor Kafka was literatuur een manier om wakker te blijven in een wereld die mensen tot automaten maakt”, verduidelijkte de assistent.
Prachtige zin, ja. Maar ik had helemaal geen zin in boeken die me pijn deden. Hakte de wereld niet al genoeg op ons in? Je kon zelfs in bad op je telefoon de genocide open vegen of brute dronefilmpjes zien van het Europese front.
Waren we niet al genoeg wakker geschud?
„De donkere krachten van onderdrukking zijn weer onderweg”, had de secretaris-generaal van de NAVO laatst gezegd. „Luister naar de sirenes in heel Oekraïne, kijk naar de lichamen die onder het puin vandaan worden gehaald…”
Met zulke beeldtaal, bijna gore, had je geen bijlen in je schedel meer nodig. Dan moest je in bad. Selfcare.
Buiten klonken explosies, de laatste vuurwerkresten. In de regio Rotterdam waren plunderingen geweest, pistoolschoten. We bevonden ons allang in een oorlog.
We bevinden ons allang in een soort oorlog: zo’n zin die door herhaling vanzelf waar dreigde te worden, bedacht ik.
Vroeger had je oorlog of vrede, nu hadden we een derde toestand, een ‘hybride oorlog’, herhaalden de defensiedeskundigen. De Russen en Chinezen deden al speldenprikjes, sabotage-acties. De hybride oorlog, een soort schemergebied. Een vrede-oorlog.
Het klonk heel waar, Clingendael-intelligent. Maar klopte je tegen het woord, dan viel het weer in twee stukken. Van een hybride auto wist je precies wat het was, die kon op benzine en elektrisch. Maar een hybride oorlog, een oorlog-vrede… Dat was als een beetje zwanger.
De dubbelzinnigheid was toch stuitend gezien wat er op het spel stond… Misschien was het een vorm van tactische ambiguïteit. Je kon twee kanten op met het woord. Met een beroep op een schemertoestand konden we de normale gang van zaken alvast opschorten… Schimmig, bedacht ik loom.
Ik liet mijn hoofd dieper onder water zakken. Sloot de ogen.
Onder water klonken de knallen doffer. Hetzelfde verre onweersgerommel als in een documentaire die ik laatst keek, Konvooi. Nederlandse schrijvers brachten spullen naar Oekraïne.
Lijkzakken voor kinderen, luiers voor gemartelde mannen.
IJsbijlen hakten in mijn brein.
Tommy Wieringa wees naar het bordje met de afslag Auschwitz. „Tachtig jaar duurde onze argeloze onschuld. Nu staat alles weer op het spel.”
Waar de defensiespecialisten ambigu waren, klonken de schrijvers tegenwoordig juist zo eenduidig.
Op mijn telefoon had ik een bundel: J’accuse, heette het, met ‘40 schrijvers voor Palestina’, een bundel van ‘literaire vuistslagen, woede, actie en ook hoop.’ Het ging over diep, diep leed, maar las toch als huiswerk. Het schrijven was te… konvooisgewijs.
Ik zocht redenen om in het warme bad te blijven, vond gedachten die je niet moest denken: over ijdelheid en waarom er al drie boeken en een tweedelige documentaire over die konvooien waren verschenen.
Was het wel literatuur als iedereen hetzelfde vond? Was het geen automatisme? Nuance inleveren bij de grens, brein op vliegtuigstand.
Behoed me voor platgebombardeerd schrijven, bedacht ik slaperig. Behoed me voor de valse vraag: maar wat doe jij dan?
Buiten klonk weer een harde knal, een bushok of zo aan diggelen.
Eén keer was ik op een plek waar werd geschoten, meteen hard weggerend. Maar ook: leven dat juicht in je borst, éng lekker.
Oorlog geeft alles waar we naar snakken. Geeft mannen de rol die ze kwijt waren. Maakt literatuur relevant. Revitaliseert de EU. Oorlog helpt ons van het stikstofslot.
Daarom weet je zeker dat-ie vroeg of laat komt.
Maar dit jaar moeten we nog een kans geven, bedacht ik, dit jaar is onschuldig als verse sneeuw. Zolang het tegendeel niet bewezen is, heet dit vrede. En als er vrede is, moeten we handelen als in vrede, gelden de regels van de vrede, blijven we badderen in vrede.
Ontzettend tevreden met mezelf stapte ik het water uit, dat zo koud geworden was dat mijn lijf een wak achter liet.
Het laatste nieuws en de beste stukken over de mooiste havenstad die er is
Source: NRC